Direct naar content

Fiscale partners kunnen in bepaalde gevallen voordeel behalen door hun aangifte inkomstenbelasting te herzien. En alsnog een andere verdeling van hun gezamenlijke box 3-vermogen te kiezen. Dat kan zolang de belastingaanslag nog niet onherroepelijk vaststaat. De belastingdienst streeft ernaar om begin augustus aangepaste software klaar te hebben, zodat mensen die over 2021 aangifte gedaan hebben de eerder gemaakte verdeling desgewenst kunnen aanpassen.

Laagste belastingbedrag telt

Als gevolg van het ‘kerstarrest’ van de Hoge Raad over box 3, wordt aan belastingplichtigen rechtsherstel geboden. Daarvoor gebruikt de overheid de ‘forfaitaire spaarvariant’ (hierna: ‘nieuwe berekening’). Leidt die berekeningsmethode tot een lager belastingbedrag dan de methode zoals die sinds 2017 in de belastingwet staat (hierna: ‘oude berekening’)? Dan telt het lagere belastingbedrag. Maar valt de oude berekening gunstiger uit, dan hoeft men niet bij te betalen. Dan geldt de belasting volgens de oude berekening. Ingeval van fiscale partners beoordeelt de belastingdienst dit voor iedere partner apart. Meer over het verschil tussen de oude en de nieuwe berekening leest u in Gaat uw belastingaanslag voor box 3 omlaag en zo ja hoeveel?

Scheve verdeling tussen partners

Bij de oude berekening zorgt een 50:50-verdeling tussen partners ervoor dat de vermogensschijven – met oplopende rendementspercentages – gelijkmatig worden opgevuld. Daarom is een 50:50-verdeling in de aangifte sinds 2017 heel gebruikelijk. Maar door de manier waarop het rechtsherstel uitwerkt, zijn fiscale partners nu met een ‘scheve’ verdeling onder omstandigheden per saldo beter af. Zij kunnen mogelijk een voordeel behalen door het gezamenlijke vermogen na aftrek van het heffingvrije vermogen (2021: € 100.000) zodanig te verdelen dat de ene partner met de oude berekening gunstiger uitkomt. En de andere partner juist gunstiger uitkomt met de nieuwe berekening.

Of er voordeel behaald kan worden door een andere verdeling en hoeveel voordeel, hangt met name af van de totale vermogensmix – de verdeling tussen spaargeld, overige bezittingen en eventuele schulden – en de omvang van het gezamenlijke vermogen.

Geen voordeel? Toch voordeel!

Er zijn situaties waarbij op grond van een eerder in de aangifte gemaakte verdeling – de belastingdienst gaat van die verdeling uit – de nieuwe berekening voor geen van beiden een lagere aanslag oplevert dan de oude berekening. De belastingdienst concludeert dan dat de oude berekening kan blijven gelden. Maar het kan zijn dat door het kiezen van een andere verdeling in de aangifte partners gezamenlijk toch minder belasting betalen. Belastingplichtigen moeten zelf uitzoeken of dat zo is.

Er zijn ook situaties waarbij het rechtsherstel met toepassing van de nieuwe berekening bij de oorspronkelijk gekozen verdeling – bijvoorbeeld 50:50 – wel tot een bepaalde teruggaaf leidt. Maar door een andere verdeling te kiezen de gezamenlijk verschuldigde box 3-heffing nog lager kan uitkomen.

Vermogensmix bepaalt maximaal te bereiken voordeel

Bij de oude berekening loopt het forfaitaire rendementspercentage op naarmate vermogen in een hogere vermogensschijf valt. Hoe meer vermogen in een hogere schijf valt, hoe hoger het gemiddelde rendementspercentage over het vermogen.

Bij de voor het rechtsherstel gebruikte nieuwe berekening is het gemiddelde rendementspercentage een constante factor bij een gegeven vermogensmix. De omvang van het vermogen is daarbij niet relevant. Stel iemand heeft 30% spaargeld en 70% overige bezittingen en geen schulden in box 3. Dan is het gemiddelde rendement: 30% x 0,01% + 70% x 5,69% = 3,98% (de belastingdienst rondt af naar beneden). Hoe groter het aandeel spaargeld in de mix, hoe lager het gemiddelde percentage en andersom.

Zolang het gemiddelde rendementspercentage bij de nieuwe berekening lager is dan het gemiddelde percentage in de eerste vermogensschijf bij de oude berekening, is er sowieso geen voordeel te behalen door het wijzigen van de vermogensverdeling. In de aangifte over 2021 is dat het geval als het aandeel van spaargeld in de vermogensmix minder dan circa 66,7% is (schulden in box 3 buiten beschouwing gelaten). Bij een groter aandeel spaargeld ten opzichte van overige bezittingen levert de nieuwe berekening altijd een lager belastingbedrag op dan de oude berekening en heeft een scheve verdeling geen zin.

Voordeel vanaf een bepaald vermogen

De omvang van het vermogen bepaalt mede of er voordeel kan worden behaald door een scheve verdeling. Dat heeft namelijk pas zin als de partner die het grootste deel van het vermogen krijgt toebedeeld daardoor bij de oude berekening op een hoger gemiddeld rendementspercentage uitkomt dan het (constante) gemiddelde percentage bij de nieuwe berekening. Het maximaal te behalen voordeel wordt bereikt bij een zodanig vermogen dat in de oude berekening bij een 50:50-verdeling het gemiddelde rendementspercentage in de oude berekening gelijk wordt aan dat bij de nieuwe berekening. Hoe kleiner het aandeel spaargeld in de totale mix, hoe hoger het vermogen vanaf waar voordeel kan optreden door een andere verdeling te kiezen. Het voordeel kan variëren van enkele tientjes tot een paar duizend euro (zie tabel hierna).

Voorbeeld

Stel partners hebben in de aangifte over 2021 een gezamenlijk vermogen dat voor 30% bestaat uit spaargeld en voor 70% uit overige bezittingen. Schulden laten we buiten beschouwing. Zoals we eerder zagen, komt het gemiddelde rendementspercentage bij de nieuwe berekening dan uit op 3,98%. Zolang het gezamenlijke vermogen vóór aftrek van het heffingvrije vermogen minder dan ongeveer € 400.000 bedraagt, heeft een scheve verdeling van de belastbare grondslag in dat geval geen effect. Als aan de ene partner € 50.000 wordt toebedeeld, het bedrag van de eerste vermogensschijf bij de oude berekening, blijft het forfaitaire rendement daarover beperkt tot circa 1,90%. Maar bij de andere partner die de resterende € 250.000 aan belast vermogen krijgt toebedeeld komt het gemiddelde rendementspercentage dan nog niet uit boven 3,98%. Bij een totaalvermogen boven € 400.000 is wél voordeel te behalen. Dat voordeel is bij de vermogensmix in dit voorbeeld maximaal € 323 en wordt bereikt bij een gezamenlijk vermogen vanaf ongeveer € 600.000. Het gemiddelde rendementspercentage ingeval van een 50:50-verdeling bij de oude berekening is dan voor beiden precies gelijk aan 3,98%.

Tabel o.b.v. belastingjaar 2021; bedragen in euro’s

Rekenmodule op website belastingdienst

Op de website van de belastingdienst vindt u een Hulpmiddel box 3-inkomen. Hiermee kunt u voor uw eigen situatie berekenen of het wijzigen van de vermogensverdeling tussen u en uw partner voordeel oplevert. Bij de vraag ‘Wat is uw deel in het vermogen van u en uw fiscale partner?’ bedoelt men het aandeel in het gezamenlijke vermogen na aftrek van het heffingvrije vermogen voor u beiden (2021: € 100.000). De rekenmodule vergelijkt vervolgens het ‘voordeel uit sparen en beleggen’ bij de oude en de nieuwe berekening. Om de verschuldigde belasting te berekenen, moet u het ‘voordeel uit sparen en beleggen’ nog vermenigvuldigen met het belastingtarief van 31% en de uitkomst naar beneden afronden op hele euro’s.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.