Direct naar content

De wijzigingen in box 3 staan volop in de aandacht. De impact van sommige wijzigingen, zoals de lagere belastingdruk op spaargeld, is direct duidelijk. In een aantal andere gevallen is de impact minder snel duidelijk. De schenking op papier is daarvan een voorbeeld. In de meeste gevallen gaat een schenking op papier ongunstiger uitpakken. Hoe dat zit, leest u hierna.

Het nieuwe systeem van box 3

Mijn collega Gordon Doull heeft het nieuwe systeem van box 3 op een rij gezet in zijn artikel “Overbruggingswet box 3: wat wordt er belast?”. Er wordt onderscheid gemaakt tussen spaargeld/banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Inmiddels is bekend geworden dat het fictieve rendement voor de ‘overige bezittingen’ in 2023 6,17% zal bedragen. Bij een belastingtarief van 32% in 2023 betekent dit een belastingdruk van 1,97% op de overige bezittingen.

Het aftrektarief voor schulden en het fictieve rendement voor spaargeld voor 2022 wordt begin 2023 bekend. In een overzicht:

De percentages voor 2023 zullen begin 2024 bekend worden. Bij rekensommen voor 2023 zullen we dus aannames moeten gebruiken.

De schenking op papier

De hoofdlijn bij een schenking op papier is dat de schenker een schuld heeft in box 3 en de ontvanger een bezitting heeft (de vordering). De vordering is meestal pas opeisbaar na het overlijden van de schenker. Daar komt de naam uit voort: het is een ‘papieren verhaal’.

Voor meer informatie over de schenking op papier verwijs ik naar mijn artikel “6 vragen over de schenking op papier”. In mijn artikel “Nog 4 vragen over de schenking op papier” heb ik de gevolgen voor de inkomstenbelasting beschreven, voor de oude situatie. De conclusie was dat op familieniveau vaak een (beperkt) voordeel ontstaat. Dit omdat kinderen doorgaans minder vermogend zijn dan hun ouders.

De schenking op papier in de nieuwe box 3

Hoe pakt de schenking op papier uit in de nieuwe structuur van box 3? De conclusie is: behoorlijk ingewikkeld. Dit zijn de elementen:

  • Ik veronderstel dat de ouder vermogen in box 3 heeft. Hoeveel inkomen de ouder uit dat vermogen geacht wordt te krijgen, is afhankelijk van de samenstelling van het vermogen. Is de ouder een ‘spaarder’ en/of een ‘belegger’?
  • De ouder heeft ook een schuld. Die vermindert het inkomen uit box 3 met (stel) 2,46%.
  • Als de ouder een spaarder is, zal het inkomen in box 3 snel op nul uitkomen (een plus van stel 0,1% en een min van 2,46%). De ouder hoeft dan geen belasting te betalen in box 3; de schuld heeft hier weinig effect.
  • Als de ouder een belegger is, komt de fictieve rente van 2,46% in mindering op het fictieve inkomen van 6,17%. Feitelijk komt de schuld maar voor een deel in mindering op het vermogen. Hierdoor moet de ouder anders dan voorheen belasting betalen. De belastingdruk is per saldo afgerond 1,2%.
  • Het kind heeft de vordering op de ouder en dat wordt gezien als beleggingsvermogen. Die wordt dus geacht 6,17% inkomen te hebben. In het verleden werd het kind vaak geacht een lager rendement te hebben. In de regel zal het kind dus, net als een ouder met beleggingsvermogen, meer belasting gaan betalen. Het is toeval dat het forfaitaire rendement bijna gelijk is aan de 6% die het kind ontvangt inzake de schuldigerkenning.

Wat exact de gevolgen zijn, is afhankelijk van de situatie. Maar het zou kunnen dat de belastingdruk op familieniveau tot circa 2% toeneemt (ofwel € 2.000 voor elke ‘eenheid schenking op papier’ van € 100.000).

Wat als de schuld het vermogen overtreft?

In het hiervoor genoemde artikel over box 3 ziet u in stap 3 dat de rendementsgrondslag moet worden vastgesteld: “bezittingen minus schulden”. In de regel zal de schuld lager zijn dan het vermogen, en dan komt er een positief inkomen uit de rekensom. Maar stel nu dat het vermogen negatief is, ofwel dat de schuld de bezittingen overtreft. Dan komt er geen positief inkomen uit de rekensom. Feitelijk komt de schuld dan wel volledig in mindering op het vermogen.

Een negatief vermogen in box 3 hoeft niet te betekenen dat het vermogen van de ouder ook negatief is. Er kan vermogen zijn in box 1 (de eigen woning) of in box 2 (een BV).

Box 3 vanaf 2026

Het voornemen van het Kabinet is om vanaf 2026 over te gaan naar een systeem waarin het werkelijke rendement wordt belast. Dan ontstaat er weer evenwicht tussen de belastingheffing bij de ouders (aftrek van de daadwerkelijk betaalde rente) en de kinderen (daadwerkelijk ontvangen rente belast). Of wellicht ontstaat er weer een klein voordeel, als grotere vermogens zwaarder worden belast dan kleinere vermogens. Dit vanuit de gedachte dat ouders vaak meer vermogen hebben dan hun kinderen.

Wat betekent dit voor u?

De conclusie is dat een schenking op papier meestal ongunstiger gaat uitpakken in box 3. Waar tot voor kort meestal sprake was van een voordeel op familieniveau, zal nu meestal sprake zijn van een nadeel op familieniveau. Maar hoe het precies uitpakt, is afhankelijk van uw situatie.

De eerste stap is dus om te kijken hoe het in uw situatie uitpakt. Vervolgens rijst de vraag of dat aanleiding is om actie te ondernemen. Bijvoorbeeld door de schuld af te lossen. Of dat mogelijk is en of dat wenselijk is, zal van uw persoonlijke situatie afhangen. Ook is relevant dat in beginsel sprake is van een tijdelijke situatie. Vanaf 2026 zouden we immers naar een nieuw systeem moeten gaan.

Als u aan het rekenen gaat, houd dan in ieder geval rekening met deze elementen:

  • Heeft u spaargeld of overige bezittingen?
  • Wat is de omvang van de bezittingen ten opzichte van de schuld?
  • Gaat uw kind het geld aanhouden als spaargeld of als overige bezittingen (bijvoorbeeld beleggingen)?
  • Bij aflossing van de schuld stopt de 6% rente en daarmee de vermogensoverheveling die in de verhouding ouders-kinderen tot 20% erfbelasting kan besparen (per saldo een voordeel van 1,2% per jaar).

En er is natuurlijk ook de impact op uw eigen situatie. “Van het aflossen van een schuld word je niet armer, maar je raakt wel je geld kwijt”, is de uitspraak van mijn leraar boekhouden waaraan ik in dit kader moet denken. Veel zaken dus om rekening mee te houden. Aarzelt u niet om hierover advies te vragen van uw notaris of fiscaal adviseur.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.