Direct naar content

De overheid heeft door diverse maatregelen het fiscale voordeel van de hypotheekrenteaftrek in box 1 steeds verder beperkt. Een eigenwoningschuld in box 1 is daardoor niet langer zonder meer voordelig. Met name de historisch lage hypotheekrenteniveaus in combinatie met een relatief hoge belastingdruk op vermogen in box 3, zorgen ervoor dat een schuld in box 3 steeds vaker meer fiscaal voordeel oplevert dan een schuld met renteaftrek in box 1. Maar kan een eigenwoningschuld wel in box 3 terechtkomen? En als het al kan, wanneer is dat dan gunstig?

Bepalende factoren

5 belangrijke factoren die ervoor zorgen dat vandaag de dag een eigenwoninglening in box 3 steeds vaker voordeliger uitvalt dan een eigenwoninglening in box 1 zijn:

  • de verlaging van het maximale verrekentarief in box 1 naar circa 37%;
  • de relatief hoge belastingdruk op (beleggings)vermogen in box 3;
  • de historisch lage hypotheekrente;
  • het fors hogere eigenwoningforfait vanaf ruim € 1 miljoen WOZ-waarde (‘villataks’);
  • de ‘aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld’ (‘Hillen-aftrek’).

Bijtelling eigenwoningforfait

De eigen woning (hoofdverblijf) wordt belast in box 1 van de inkomstenbelasting. Als eigenwoningbezitter moet u jaarlijks een bepaald percentage van de WOZ-waarde bij uw inkomen in box 1 optellen: het eigenwoningforfait. Bij een waarde tot € 1.090.000 is dat 0,60% (2020). Maar bedraagt de WOZ-waarde meer dan € 1.090.000? Dan geldt over het meerdere een bijtelling van 2,35%. De belasting hierover wordt ook wel ‘villataks’ genoemd.

Aftrek rente eigenwoningschuld

Tegenover de bijtelling van het eigenwoningforfait staat dat de rente over schulden in verband met de eigen woning onder voorwaarden aftrekbaar is van het inkomen in box 1. Voor zover de rente meer bedraagt dan de bijtelling van het eigenwoningforfait, levert de aftrekpost ook effectief fiscaal voordeel op. Het toptarief in box 1 bedraagt 49,50%. Maar het belastingvoordeel van de renteaftrek is al sinds 2014 niet meer altijd gelijk aan het tabeltarief. Voor zover de renteaftrek het inkomen in de hoogste tariefschijf – inkomen boven € 68.507 – heeft verlaagd, moet u 3,50% (2020) extra belasting betalen over het afgetrokken rentebedrag. Waardoor het maximale effectieve voordeel nog maar 46% is. In de komende jaren zal het maximale belastingvoordeel van de renteaftrek steeds verder dalen. Vanaf 2023 zal het maximale fiscale voordeel van de renteaftrek in box 1 gelijklopen met het basistarief in box 1 van circa 37%.

eigenwoning-forfait laag eigenwoning-forfait hoog toptarief box 1 max. voordeel renteaftrek
2020 0,60% 2,35% 49,50% 46%
2021 0,50% 2,35% 49,50% 43%
2022 0,50% 2,35% 49,50% 40%
2023 0,45% 2,35% 49,50% 37,1%

‘Hillen-aftrek’

Wanneer iemand minder hypotheekrente aftrekt dan de bijtelling van het eigenwoningforfait, valt het saldo van die twee bedragen positief uit. Door de ‘villataks’ zal dit bij bezitters van dure huizen sneller het geval zijn. De zogenaamde ‘Hillen-aftrek’ zorgt ervoor dat het positieve saldo wordt gecompenseerd. Tot 2019 compenseerde de Hillen-aftrek het positieve saldo voor 100%, waardoor het saldo van inkomsten uit eigen woning op nul uitkwam. En men uiteindelijk ook geen inkomstenbelasting meer betaalde over het eigenwoningforfait. Vanaf 2019 is dit niet langer zo: de Hillen-aftrek wordt namelijk in 30 jaarlijkse stapjes afgebouwd tot nihil. In 2020 compenseert de Hillen-aftrek een positief saldo van eigenwoningforfait en renteaftrek nog maar voor 93,33%. In 2021 zal dit nog voor 90% het geval zijn, enzovoort. Hierdoor resteert toch nog een positief bedrag waarover men IB in box 1 betaalt. Door de verdere afbouw van de Hillen-aftrek neemt dat bedrag steeds verder toe. Tot het uiteindelijk gelijk is aan de bijtelling van het eigenwoningforfait.

Schuld in box 3

Voor zover het totaal van de schulden in box 3 meer is dan € 3.100 (voor fiscaal partners samen € 6.200) wordt de grondslag waarover de zogenoemde vermogensrendementsheffing berekend wordt lager. Gesteld dat er voldoende belaste bezittingen in box 3 tegenover staan, levert een schuld in box 3 een belastingbesparing op. Sinds 2017 is de effectieve belastingdruk in box 3 afhankelijk van de omvang van het vermogen in box 3. En is dus ook de fiscale besparing die een box 3-schuld oplevert afhankelijk van de omvang van het vermogen. Dit kan overigens veranderen als de plannen van de regering om de heffing in box 3 aan te passen doorgaan. Bedraagt het box 3-vermogen meer dan ruim € 1 miljoen per fiscaal partner? Dan kan de fiscale besparing oplopen tot 1,58% (2020) van de schuld. Daar staat tegenover dat door het afbouwen van de Hillen-aftrek jaarlijks steeds iets meer inkomstenbelasting verschuldigd is over het eigenwoningforfait, als er geen schuld meer is in box 1.

De ene schuld is de andere niet

Als u de netto kosten van een schuld in box 1 vergelijkt met die van een schuld in box 3 is het essentieel om het volgende onderscheid te maken. Kijkt u naar de kosten van de totale eigenwoningschuld als geheel? Of gaat het om de extra kosten van een aanvullende lening? Bijvoorbeeld om een verbouwing te financieren. Als u naar de totale eigenwoningschuld kijkt, dan bepaalt de bijtelling van het eigenwoningforfait de omvang van het fiscale voordeel in box 1. Maar gaat het om een aanvullende lening? Dan levert elke euro aan extra rente evenveel fiscaal voordeel op. Gesteld dat de rente op de al aanwezige eigenwoningschuld sowieso al meer bedraagt dan het eigenwoningforfait. Wat betreft schulden in box 3 maakt het een groot verschil of er wel of niet belaste bezittingen in box 3 tegenover staan. Als die niet (of onvoldoende) aanwezig zijn, levert een schuld in box 3 effectief immers geen fiscaal voordeel op.

Tot slot

In dit eerste deel van een reeks van 3 artikelen schetste ik de variabelen die het fiscale voordeel van een schuld in box 1 respectievelijk box 3 bepalen. Daarbij constateerde ik dat een eigenwoningschuld in box 1 in sommige situaties weinig of zelfs helemaal geen fiscaal voordeel oplevert. De huidige relatief lage hypotheekrentetarieven zorgen ervoor dat de fiscale besparing in box 1 navenant beperkt is. Een schuld in box 3 levert normaliter wél een fiscale besparing op, gesteld dat er positief vermogen tegenover staat. Daardoor kan een schuld in box 3 onder omstandigheden voordeliger zijn dan een schuld in box 1. In deel 2 laat ik aan de hand van voorbeelden zien in welke situaties een schuld in box 3 meer fiscaal voordeel oplevert dan een schuld waarvan de rente in box 1 aftrekbaar is. In het derde en laatste deel leest u onder welke omstandigheden een schuld in box 3 terecht kan komen.

 

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.