Wat is een onzakelijke lening?
Fiscaal gezien bestaat een belangrijk onderscheid tussen een lening met onzakelijke voorwaarden en een echte onzakelijke lening.
Van een lening met onzakelijke voorwaarden is sprake wanneer een onafhankelijke financier de lening meestal wel zou verstrekken, maar niet tegen de overeengekomen voorwaarden. Denk aan een te lage rente of beperkte zekerheden.
Een onzakelijke lening gaat verder. Daarbij is het risico zo groot dat een onafhankelijke derde de lening helemaal niet zou verstrekken, ongeacht de voorwaarden.
In beide gevallen kan de Belastingdienst vinden dat het niet alleen gaat om een lening, maar ook een schenking.
Waarom ligt dit onder een vergrootglas?
De huidige regelgeving sluit niet altijd aan bij de economische werkelijkheid.
Wanneer een ouder geld uitleent tegen een rente die lager ligt dan een zakelijke rente, ontvangt het kind financieel voordeel. Voor de schenkbelasting wordt dat voordeel vaak forfaitair berekend op basis van een wettelijk percentage van 6%. Het werkelijke economische voordeel kan groter zijn.
Juist daarin ziet het kabinet een mogelijkheid om minder schenkbelasting te betalen dan eigenlijk de bedoeling is. In de Voorjaarsnota 2026 is aangegeven dat daarom wordt onderzocht of niet langer het forfaitaire renteverschil, maar de daadwerkelijke bevoordeling moet worden belast.
Voorbeeld: waarom de discussie actueel is
Stel vader Karel draagt een beleggingsportefeuille van € 1 miljoen over aan zijn dochter Saskia met een verwacht rendement van 10% per jaar. Voor de aankoopprijs verstrekt Karel een lening tegen 3% rente, zonder zekerheden en met aflossing over twintig jaar.
Economisch gezien ontvangt Saskia hierdoor een groot voordeel. Bij een verwacht rendement van 10% en een financieringslast van slechts 3%, komt jaarlijks ongeveer € 70.000 aan extra rendement bij haar terecht.
Voor de schenkbelasting wordt echter niet uitgegaan van dit werkelijke economische voordeel. Er wordt veelal gekeken naar het verschil tussen de overeengekomen rente en het forfaitaire percentage van 6%. In dit voorbeeld leidt dat tot een belastbaar voordeel van € 30.000 per jaar (6% minus 3% over € 1 miljoen).
Juist dit verschil tussen het werkelijke economische voordeel (€ 70.000) en het fiscaal belaste voordeel (€ 30.000) staat centraal in de huidige discussie. De Belastingdienst wil graag € 70.000 als voordeel belasten.
Ook relevant voor ondernemers
De discussie gaat niet alleen over leningen tussen ouders en kinderen. Regelmatig verstrekken ouders leningen aan de bv van een kind. In dat geval ontstaat een andere fiscale vraag. Het voordeel zit dan niet direct in het rentevoordeel van het kind, maar in de waardestijging van de aandelen van de bv. Er is discussie over de manier waarop dat voordeel gewaardeerd moet worden. Deze discussie heeft nog geen uitkomst.
Wat kunnen families nu doen?
Voor families die bestaande leningen hebben lopen, kan dit een goed moment zijn om de voorwaarden opnieuw te bekijken. Hoewel er nu geen wetgeving is aangekondigd, kan het toch nuttig zijn hier over na te denken.
Vragen die daarbij relevant zijn:
- Is de overeengekomen rente nog verdedigbaar?
- Zijn voldoende zekerheden overeengekomen?
- Past het risico bij het rendement dat wordt ontvangen?
- Is duidelijk vastgelegd waarom voor bepaalde voorwaarden is gekozen?
- Past de lening nog binnen de bredere estate- en vermogensplanning?
Familielening blijft waardevol, maar vraagt zorgvuldigheid
De familielening blijft een nuttig hulpmiddel om kinderen financieel te ondersteunen. Tegelijkertijd neemt de fiscale aandacht voor zulke leningen toe en is nog onzeker of de regels voor onzakelijke leningen veranderen. Prinsjesdag heeft ons hierover geen duidelijkheid gegeven, waardoor voorlopig nog moet worden afgewacht.
Daarom is het belangrijk om rente, risico’s en overige voorwaarden zorgvuldig te beoordelen. Een goede vastlegging helpt daarbij en verkleint de kans op discussie met de Belastingdienst.