Direct naar content

Van bakker naar unicorn; startup en scale-up als fiscale troetelkinderen zet de positie van het traditionele MKB verder onder druk

Gepubliceerd op:
4 min. leestijd

Het kabinet wil het fiscale vestigingsklimaat voor startups en scale-ups verbeteren. Zoals het er nu uitziet, krijgen zij daarom vanaf 2028 een gunstigere behandeling in box 3 en vanaf 2027 een fiscaal aantrekkelijke aandelenoptieregeling voor werknemers. De rekening van deze belastingvoordelen wordt echter (deels) bij de traditionele MKB-ondernemer gelegd.

Het kabinet financiert nieuwe belastingvoordelen voor startups en scale-ups deels door bestaande ondernemersfaciliteiten voor het traditionele mkb af te bouwen. Waar de overheid decennialang het brede ondernemerschap ondersteunde – via generieke faciliteiten zoals zelfstandigenaftrek en mkb‑winstvrijstelling – verschuift de focus steeds nadrukkelijker naar startups, scale-ups en innovatieve groeibedrijven. Is dit een logische modernisering van het beleid of een risico voor het traditionele mkb? Niet per se het meest dynamisch, maar wel essentieel voor continuïteit en brede welvaart.

De stille afbouw van ondernemersfaciliteiten

De laatste jaren wordt er flink gesnoeid in aantal en omvang van de ondernemersfaciliteiten. Een greep uit maatregelen van de afgelopen vijf jaar:

  • Afschaffing van de mogelijkheid bedragen toe te voegen aan een eigen fiscale oudedagsreserve (FOR). De aftrek voor belastingen was maximaal € 9.632. Het kabinet wil nu ook dat over de opgebouwde FOR versneld belasting wordt betaald.
  • Afbouw van de zelfstandigenaftrek van € 6.310 in 2022 naar waarschijnlijk € 900 euro in 2027. Daarbij komt nog het voornemen om de startersaftrek van € 2.123 af te schaffen.
  • Verlaging van de MKB-winstvrijstelling van 14% naar 12,7%.
  • Voorgenomen afschaffing van de meewerkaftrek van maximaal 4% van de winst en afschaffing van de stakingsaftrek van € 3.630.

Ook de BV-ondernemer ontkomt niet

De ondernemer in de BV heeft eveneens te maken met een hogere belastingdruk door maatregelen als:

  • Aanpassing van het tarief in de vennootschapsbelasting van 15% over de eerste € 395.000 winst naar 19% over de eerste € 200.000. Overigens ligt er een rapport van het CPB waarin wordt geconcludeerd dat het lage tarief helemaal kan komen te vervallen.
  • Verhoging van het tarief in box 2 van 26,9% naar 31% (met uitzondering van een bedrag van € 68.843 waarover 24,5% wordt geheven). Een aanvankelijke verhoging van het toptarief van 33% is weer teruggedraaid, maar laat wel zien hoe weinig voorspelbaar de toekomstige belastingdruk voor de ondernemer kan zijn.
  • Afbouw van heffingskortingen. Deze kortingen op te betalen inkomstenbelasting lopen terug naarmate het inkomen stijgt. Sinds 2025 wordt ook inkomen in box 2 (en box 3) meegenomen. Dit heeft gevolgen voor de kleine directeur-grootaandeelhouder die zijn salaris aanvult met een dividenduitkering. Het marginale tarief op een dividenduitkering kan daardoor veel hoger uitpakken dan 24,5%. Het kan soms zelfs richting de 40% of meer oplopen.

De motivering voor afbouw of afschaffing verschilt per maatregel; dekking van de aandelenoptieregeling voor startups en scale-ups, dekking voor een pakket waarmee het kabinet de gevolgen van hoge energie- en brandstofprijzen voor burgers en bedrijven wil opvangen, ontmoedigen zzp’ers en wisselgeld om geld uit het Europese coronaherstelfonds veilig te stellen.

Het kabinet kiest voor schaal en innovatie

In een recent onderzoeksrapport van DNB wordt geconcludeerd dat de Nederlandse productiviteitsgroei stokt omdat te veel kapitaal en arbeid vastzit bij kleine bedrijven, die nauwelijks doorgroeien. De koers van het kabinet is dan ook fiscale ondersteuning van sectoren waar het draait om innovatie en schaalbare verdienmodellen. De gedachte is dat middelen moeten worden ingezet waar de productiviteit het hardst kan groeien. En dat zijn doorgaans niet de klassieke middenstanders.

Echter, in de wereld van innovatie en schaalbare verdienmodellen is niet voor iedereen een plek. Bovendien is er ook een tekort aan ambachten en vakmanschappen waarbij handwerk, kennisoverdracht en regionale binding centraal staan: van bakkers en kappers tot loodgieters en meubelmakers. Voorts biedt het ondernemerschap kansen aan mensen die niet tot hun recht komen in loondienst, maar juist in zelfstandigheid tot bloei komen. Met het versoberen van de ondernemersfaciliteiten wordt hen steeds meer de pas afgesneden.

Risico: uitholling van lokaal MKB

Ook het recente Jaarbericht Staat van het MKB 2025 maakt een onderscheid tussen een kleine groep koplopers (innovatief, technologisch, snelgroeiend) en een grote middengroep: het “peloton” van traditionele mkb-bedrijven. Dat peloton vertegenwoordigt het grootste deel van werkgelegenheid, maar blijft achter in productiviteit en innovatie.

Het rapport benoemt impliciet ook een spanning tussen focus op productiviteit en dat wat het traditionele MKB levert zoals werkgelegenheid en leefbaarheid in alle regio’s en daarmee een stabiele, dragende basis van de economie.

Dat hogere belastingdruk minder ruimte betekent voor educatie en investeringen blijkt ook uit de Kleinbedrijf Index van juni 2026. Minder investeringen betekenen een grotere achterstand in digitalisering en innovatie. En dat vergroot weer het verschil met de kopgroep. Wat bedoeld is als een prikkel tot vernieuwing, kan zo onbedoeld uitpakken als een rem en onbenut laten van potentie.

Conclusie

Nederland moet productiever, innovatiever en technologischer worden. Maar door generieke ondernemersfaciliteiten af te bouwen en tegelijkertijd selectieve stimulering te vergroten, verschuift de belastingdruk naar het traditionele MKB.

De discussie over fiscale stimulering van ondernemerschap gaat niet over de vraag óf startups steun verdienen. Dat is evident. De vraag is in hoeverre die steun gefinancierd moet worden door het afbouwen van ondersteuning elders. Wanneer is de verschuiving van inclusiviteit naar efficiëntie nog in balans? De afbouw van generieke ondernemersfaciliteiten zou gepaard moeten gaan met een pakket dat onderscheid maakt tussen starters, traditioneel mkb, doorgroeiers en achterblijvers.

Deze blog is als artikel verschenen bij onder andere ‘Accountancy Vanmorgen’ en ‘TaxLive’.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.

Over private banking

Vermogen biedt kansen en verplichtingen. Het is daarom prettig als er iemand met u meedenkt en samen met u de mogelijkheden verkent. Met persoonlijke aandacht bent u verzekerd van waardevol advies en dienstverlening op maat.
Over private banking