Direct naar content

Het vruchtgebruiktestament is één van de regelingen uit de categorie ‘langstlevendetestamenten’. De bedoeling is dat de langstlevende verzorgd achter blijft. Bij de huidige lage, en soms zelfs negatieve, rentestand komt dat geregeld in de knel. “Waar zijn mijn vruchten?”, vraagt menig vruchtgebruiker zich af.  

Het vruchtgebruiktestament

Bij een vruchtgebruik zijn in ieder geval twee partijen betrokken. We hebben de eigenaar van het vermogen en degene die het onder zich mag houden en de vruchten mag genieten. Ik werk een voorbeeld uit met verschillende aandachtspunten. Dat zijn er nog heel wat, zorg er dus voor dat u er even goed voor zit: 

  • Een man heeft in zijn testament zijn kind tot erfgenaam benoemd. Hij heeft het vruchtgebruik van zijn nalatenschap gelegateerd aan zijn echtgenote. Stel dat de nalatenschap uit een woning bestaat. Na het overlijden van de man wordt de woning eigendom van het kind, maar de echtgenote mag in de woning blijven wonen. Uitgangspunt is een levenslang woonrecht, maar het testament kan hierover nadere regelingen bevatten.  
  • Bij de uitvoering van het testament moet niet vergeten worden om het vruchtgebruik bij de notaris ook echt te vestigen. Zo niet, dan betekent dat voor een eigen woning dat die niet in box 1 komt maar in box 3. En dat is meestal minder gunstig.  
  • De echtgenote moet de gewone lasten voor de woning betalen. Dat zijn bijvoorbeeld de normale onderhoudskosten. Denk aan reparatie van de dakgoot of het tuinonderhoud. Groot onderhoud moet in beginsel door het kind worden betaald. Kan het kind dat betalen? En wat is precies de scheidslijn tussen normaal en groot onderhoud? Het is mooi als een testament daar zo veel als mogelijk duidelijkheid over verschaft. Dat verkleint de kans op discussies (en erger).  
  • De eventuele hypotheekrente komt als uitgangspunt ook voor rekening van de vruchtgebruiker. De (jaarlijkse) aflossing van de hypotheek komt voor rekening van het kind. Waarschijnlijk mag die hiervoor een voorschot vragen aan de vruchtgebruiker. De totale hypotheeklast komt daarmee toch bij de vruchtgebruiker te liggen. Vruchtgebruik en een hypotheek kan snel ingewikkeld worden. Het heeft dan ook de grote voorkeur als de hypotheek wordt afgelost na het overlijden van de man. Dat voorkomt ook dat het kind een schuld in zijn vermogen krijgt. Dat kan weer impact hebben op het krijgen van een hypotheeklening door dat kind voor de financiering van een eigen woning.  
  • Voor de inkomstenbelasting geldt in de verhouding ouders/echtgenoten – kinderen dat de vruchtgebruiker die voor zijn of haar rekening moet nemen. Het kind is dus wel eigenaar, maar hoeft dat bezit niet in de inkomstenbelasting op te geven. De vruchtgebruiker moet het vermogen opgeven, als ware het zijn of haar eigen bezit. Afhankelijk van de situatie kan dit betekenen dat de vruchtgebruiker 1,76% inkomstenbelasting moet betalen over het vermogen. Meer leest u hierover in ons artikel ‘Zo ziet de belastingheffing in box 3 eruit in 2021’.  
  • Beleggingskosten zoals transactie- of advieskosten komen als uitgangspunt ook voor rekening van de vruchtgebruiker. Zij drukken dus het netto rendement voor de vruchtgebruiker.  
  • Wie mag het huis verkopen en mag de verkoopopbrengst door de vruchtgebruiker worden aangesproken? Dat is afhankelijk van de vruchtgebruikvoorwaarden, zoals die in het testament zijn vastgelegd. Bij een ‘klassiek vruchtgebruik’ mag de vruchtgebruiker de woning bewonen, moet een verkoop samen met het kind plaatsvinden en mag de vruchtgebruiker de verkoopopbrengst niet aanspreken. In een testament kunnen ruimere bevoegdheden zijn gegeven aan de vruchtgebruiker. Mogelijk kan de vruchtgebruiker de woning dan zelfstandig verkopen (recht van vervreemding) en de opbrengst opmaken (recht van vertering).  
  • De vruchtgebruiker moet de eigenaar jaarlijks op de hoogte houden van de situatie. Waar bestaat het vruchtgebruikvermogen uit, wat is het waard, hoeveel vruchten waren er, is er vermogen aangesproken enzovoorts. De eigenaar heeft verder het recht om zijn vermogen eens per jaar te komen bekijken. Hopelijk gebeurt dat automatisch als het kind langskomt op visite. Als de verhoudingen gespannen zijn, dan kan dit een lastig punt zijn.  

Hiermee weet u op hoofdlijnen hoe een vruchtgebruiksituatie uitpakt. Dat is behoorlijk ingewikkelde materie!  

Het voordeel van vruchtgebruik

Het voordeel van een vruchtgebruik is dat er een tijdelijk recht voor de vruchtgebruiker tot stand komt. Stel dat de man in ons voorbeeld wil dat de woning uiteindelijk bij zijn kind terechtkomt. Een vruchtgebruik geeft die zekerheid. Zou de man de woning nalaten aan zijn echtgenote, dan is het kind afhankelijk van het testament van de echtgenote of hij de woning uiteindelijk krijgt.  

Als het kind een kind is van zowel de man als de vrouw, dan komen dit soort gedachten minder snel op. Dat is anders in stieffamiliesituaties. Vertaald naar ons voorbeeld: de vrouw is niet de moeder van het kind. Het kind is dan mogelijk niet een (enig) erfgenaam van de vrouw. Dat levert echter een paradox op. Vermogensrechtelijk past een vruchtgebruikregeling goed in deze situatie, in praktische zin kan een vruchtgebruikregeling makkelijk tot discussies en dus conflicten leiden. En dat zien we vaker in stieffamiliesituaties.  

Een vruchtgebruikregeling kan gunstig uitpakken voor de erfbelasting. Zou de woning in waarde stijgen, dan vindt die waardestijging plaats in het vermogen van het kind. Het kind erft dat niet bij het overlijden van de vruchtgebruiker. Er hoeft dan geen erfbelasting over te worden betaald.  

Al met al geeft een vruchtgebruiktestament dus een gemengd beeld. Heeft u een vruchtgebruiktestament? Heeft u dan ook goed met uw notaris uitgewerkt hoe dat in uw situatie precies zou gaan uitwerken? 

“Waar zijn mijn vruchten?”

Terug naar de vraag die ik aan het begin stelde. Hoe gaan we om met de situatie dat er na kosten niet veel vruchten meer over zijn voor de vruchtgebruiker? Of wellicht moet de vruchtgebruiker zelfs bijpassen? Dit zal meer knellen bij een klassiek vruchtgebruik.  

Als sprake is van beleggingsvermogen, dan is het goed het beleggingsbeleid nog eens vanuit dit perspectief te bekijken. Bij spaargeld kan gedacht worden aan gaan beleggen, waarbij natuurlijk goed oog moet zijn voor de risico’s. En wellicht ook voor uw nachtrust.  

Als de vruchtgebruiker en eigenaar op goede voet staan tot elkaar, dan kunnen nadere afspraken worden gemaakt. Is het bijvoorbeeld niet redelijk als inkomstenbelasting of beleggingskosten (voor een deel) ten laste komen van het vermogen en niet enkel ten laste van de vruchten? Een andere gedachte is dat de vruchtgebruiker een bepaald percentage van het vermogen mag aanspreken, al dan niet als voorschot. Dit soort ideeën worden natuurlijk lastig als de eigenaar en vruchtgebruiker het niet goed met elkaar kunnen vinden. Als deze vraagstukken bij u spelen, dan adviseren wij u om die zeker ook met uw notaris te bespreken.  

Er ligt niet altijd een makkelijke oplossing voor handen, maar soms komen we met enige creativiteit een heel eind.  

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.