Tegenbewijs nu als standaardoptie in het formulier
Vanaf 2025 is het formulier OWR (opgaaf werkelijk rendement) geïntegreerd in de aangifte. U dient dus geen apart formulier meer in. De mogelijkheid om te kiezen voor het belasten van het werkelijk rendement is nu dus onderdeel van de aangifte. Weet wel dat de belastingdienst de gegevens die u nodig hebt voor de berekening van het werkelijk rendement nog niet heeft opgenomen. Die gegevens moet u dus zelf aanleveren. Hier leest u meer over de tegenbewijsregeling: Wet tegenbewijsregeling box 3 is van kracht. Wat zijn de gevolgen? - Financial Focus.
Inschattingen forfaitair rendement
De forfaitaire rendementen van banktegoeden zijn berekend door fiscalisten. Zij komen voor 2025 voor banktegoeden op 1,37% en voor schulden op 2,70%. In vergelijking met de voorlopige aanslag betekent dat een lichte verlaging voor banktegoeden en voor schulden een lichte verhoging. Bij dit nieuws werd aangegeven dat daar nog voor een honderdste verschil in kan zitten omdat de gegevens waarop de berekening berusten soms anders afgerond worden door de Belastingdienst. Voor overige bezittingen was al bekend dat het forfaitair rendement 5.88% zou zijn.
Extra schijf in Box 1
Met ingang van 1 januari 2025 is er een derde belastingschijf toegevoegd in Box 1. De oorspronkelijke eerste tariefschijf is opgesplitst in twee delen. Het eerste deel (dat betreft een inkomen tot € 38.441), kent een lager tarief van 35,82%. Het tweede deel, van € 38.441 tot € 76.816, wordt belast tegen een tarief van 37,48%. Voor inkomens boven € 76.816 blijft het tarief onveranderd op 49,5%.
Het kabinet heeft deze extra schijf ingevoerd om de lasten voor werkende middeninkomens te verlagen, zodat zij netto meer overhouden. Dit voordeel wordt echter beperkt door de afbouw van de algemene heffingskorting. Bij het doen van aangifte merkt u hier overigens niets van. In de aanslag kan het uiteraard wel gevolg hebben.
Minder voordeel bij duurzaam sparen en beleggen
Vanaf 1 januari 2025 is de vrijstelling voor duurzaam sparen en beleggen verlaagd ten opzichte van het jaar daarvoor. Voor het belastingjaar 2025 bedroeg de maximale vrijstelling € 26.312, of € 52.624 voor partners gezamenlijk. Over voor de vrijstelling in aanmerking te komen moeten de duurzame spaargelden of beleggingen al op 1 januari 2025 op uw rekening hebben gestaan.
Afbouw algemene heffingskorting bij uitkering dividend
Vanaf 2025 werd de afbouw van de algemene heffingskorting niet langer gebaseerd op het arbeidsinkomen, maar op het verzamelinkomen. Het verzamelinkomen omvat ook het inkomen in Box 2, waaronder dividenduitkeringen uit uw vennootschap. Een dividenduitkering kan het bedrag van uw algemene heffingskorting dus verlagen. De effectieve belastingdruk op een dividenduitkering kan daardoor hoger zijn dan alleen het tarief in Box 2. Hier leest u meer over de box 2 heffing: Box 2: hoeveel belasting betaalt u in 2025 over dividend uit uw bv? - Financial Focus.
Middelingsregeling vervallen
Voorheen kon men geld terugvragen via de middelingsregeling als er grote verschillen waren in het jaarinkomen. Een verzoek tot middeling was mogelijk voor de periode 2022, 2023 en 2024, maar deze regeling is per 1 januari 2023 vervallen. Daardoor is middeling niet meer mogelijk in de aangifte over 2025.
Goud behoorttot de overige bezittingen
Men kan zich afvragen of ter belegging gehouden gouden munten onder de box-3 wetgeving als contant gelden. De rechter oordeelde aan het einde van 2025 dat deze gouden munten behoren tot de vermogenscategorie ‘overige bezittingen’ voor box 3. Het hoge forfait is daarmee in beginsel van toepassing, tenzij men een beroep doet op de tegenbewijsregeling.
Regels voor crypto valuta
Cryptovaluta worden, net als spaargeld en beleggingen, beschouwd als vermogen dat moet worden opgegeven in de aangifte inkomstenbelasting. Er is belasting verschuldigd wanneer het totale vermogen boven een vastgesteld bedrag uitkomt. In de aangifte inkomstenbelasting voor 2025 dient u de marktwaarde van uw cryptovaluta op 1 januari 2025 om 0:00 uur te vermelden, gebruikmakend van de koers van het omwisselplatform.
Vanaf 1 januari 2026 zijn aanbieders van crypto wettelijk verplicht om gegevens van gebruikers te verzamelen. Ze moeten deze controleren en delen met de Belastingdienst. Deze gegevens kunnen gebruikt worden bij de controle van de aangifte inkomstenbelasting. Crypto-aanbieders moeten uiterlijk 31 januari van het volgende jaar rapporteren. Met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel op 1 januari 2026 betekent dit dat de eerste rapportage op 31 januari 2027 plaatsvindt. De Belastingdienst vult deze gegevens niet vooraf in, maar heeft wel de mogelijkheid om de aangifte te controleren.
Deze maatregel heeft dus vooral effect in de jaren na 2025 en niet zozeer in de aangifte die voor u ligt. Voor meer informatie over crypto valuta leest u onze blog: Bitcoin en belasting: waar moet u op letten? - Financial Focus.