Wat kan dit macro-economisch betekenen?
De rekensleutel is eenvoudig: iedere € 10 miljard aan daadwerkelijk verrekenbaar box 3-verlies kost bij 36 procent maximaal € 3,6 miljard aan toekomstige opbrengst.
Dat is geen voorspelling dat de schatkist daadwerkelijk € 3,6 miljard per € 10 miljard verlies misloopt. Niet ieder verlies wordt volledig benut. Daarnaast houdt de officiële raming al rekening met verliesjaren en verliesverrekening.
Maar dit soort scenario’s laten wel zien hoe gevoelig de begroting is voor drie onbekenden: de omvang van het effectenbezit, de koersbeweging rond de knipdatum en de mate waarin verliezen werkelijk worden benut.
Het begrotingsvraagstuk behelst daarom niet alleen welk rendement gemiddeld over een lange periode wordt behaald, maar ook waar de markt staat op het moment waarop de nieuwe fiscale beginwaarde wordt vastgesteld en hoe de markt zich daarna ontwikkelt.
Het kan ook de andere kant op
Het spiegelbeeld bestaat eveneens. Staat de beurs bij de start van het nieuwe stelsel uitzonderlijk laag en herstellen de koersen daarna, dan kan vanaf die lage openingswaarde juist een fiscale winst ontstaan.
Alleen hoeft die meevaller niet meteen in de schatkist terecht te komen. Onder een vermogenswinstbelasting wordt de belastingclaim immers pas gerealiseerd wanneer de belegger verkoopt. Het effect kan dus twee kanten op werken én zich op verschillende momenten in de begroting manifesteren.
Dat maakt de openingswaarde niet automatisch tot een probleem. Ergens moet een nieuw fiscaal stelsel nu eenmaal beginnen. Maar het betekent wel dat achter een exact berekende dekking een onzekerheid kan schuilgaan die door financiële markten wordt bepaald.