Jarenlang was de politiek het erover eens dat box 3 moest veranderen, maar was er geen overeenstemming over de vraag op welke manier. Inmiddels zit een brede groep partijen — VVD, CDA, BBB, JA21 en PVV — op één lijn. Zij zien weinig in de voorgestelde mix van vermogensaanwas en vermogenswinst, en pleiten voor een volledig vermogenswinststelsel. Dat gaat echter niet samen met invoering van het stelsel op 1 januari 2028, waarmee een budgettair belang is gemoeid van miljarden. Daardoor kan het wetsvoorstel — ondanks forse kritiek — waarschijnlijk toch op een meerderheid rekenen.
Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst Heijnen liet weten dat het hybride model wat hem betreft “een tussenstation” is. Door eerst stabiliteit en juridische houdbaarheid te creëren, ontstaat er later ruimte voor verfijning. Of die ruimte er daadwerkelijk komt, is politiek onzeker al heeft de coalitie aangegeven box 3 te willen ‘doorontwikkelen’. Dit betekent dit dat de belasting op ongerealiseerde rendementen (denk aan nog niet verzilverde waardestijgingen van aandelen), wordt vervangen door een belasting op alleen gerealiseerde rendementen.
Amendementen: veel wensen, weinig ruimte
Meerdere Kamerleden kondigden aan met amendementen te komen. De verlanglijst is lang. De staatssecretaris temperde de verwachtingen: te grote aanpassingen zouden de toch al zwaarbelaste Belastingdienst verder onder druk zetten en de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2028 in gevaar brengen.
Wat ons betreft, moet de focus vooral liggen op drie zaken:
a. carry-back van verliezen
b. doorschuifregelingen bij life-events (zoals echtscheiding en overlijden)
c. de vastgoedbijtelling.
a. Verliesverrekening: toch weer belastingheffing over fictieve winst?
Het voorgestelde systeem kent een belangrijk knelpunt: verliesverrekening geldt alleen voor verliezen na 1 januari 2028. Dat roept problemen op voor beleggers die vóór die datum forse waardedalingen hebben geleden.
Een voorbeeld:
- daalt een effectenportefeuille vóór 2028,
- herstelt deze in 2028 slechts tot het oorspronkelijk geïnvesteerde bedrag,
dan moet over dat herstel worden afgerekend, ondanks dat er economisch geen winst is gerealiseerd.
Lijdt dezelfde belegger in 2029 opnieuw verlies, dan kan dat verlies ook niet achterwaarts worden verrekend met de ‘winst’ van 2028. In het nieuwe box 3-systeem is verliesverrekening alleen mogelijk met toekomstige winsten.
Stel dat de aandelen worden verkocht om een eigen woning te kopen of de belegger overlijdt, dan blijft het verlies dus onverrekenbaar. Hierdoor wordt belasting geheven over waardeveranderingen die economisch geen opbrengsten zijn en over rendement dat feitelijk nooit is gerealiseerd.
b. Doorschuifregelingen: risico op gedwongen verkopen
In tegenstelling tot andere delen van de inkomstenbelasting, leidt het ontstaan of beëindiging van een gemeenschap van goederen, schenking of overlijden in het voorgestelde box 3-stelsel tot directe belastingheffing.
Dat kan hele vervelende situaties opleveren. Denk aan de ondernemer die als pensioenvoorziening heeft geïnvesteerd in een pand dat hij verhuurt. Bij overlijden moet worden afgerekend over de meerwaarde. Banken financieren dergelijke belastingschulden nauwelijks, waardoor een gedwongen verkoop van het pand dreigt. Alternatieve financiers vragen vaak hoge rentes en aflossingen, waardoor van het voorziene ‘pensioen’ weinig overblijft. De belastingheffing uitstellen tot het overlijden van de achterblijvende partner is in dit geval de logische oplossing.
c. Vastgoedbijtelling: belasting zonder inkomen
Bij de voorgestelde vastgoedbijtelling is feitelijk geen sprake van inkomen en het eigen gebruik levert geen koopkracht op. Hooguit is er een bedrag bespaard omdat er vanwege het gebruik geen huur wordt betaald. Maar dat zou dan moeten worden beperkt tot het daadwerkelijk gebruik en niet alleen maar omdat het vastgoed ter beschikking staat. Denk aan een kantoorpand dat tot verdriet van de eigenaar langdurig leegstaat en waar dan tot overmaat van ramp, ook nog belasting moet worden betaald wegens ‘eigen gebruik’. Meer over belastingheffing in box 3 bij ‘eigen gebruik’ ‘Ook vanaf 2028 nog steeds forfaitaire belastingheffing over de vakantiewoning’ en ‘Box 3: blijft uw vakantiehuis in 2028 in de familie?’
Vermogensaanwas versus vermogenswinst: geen simpele timingkwestie
Veel tegenstanders stellen dat het verschil tussen een vermogensaanwasbelasting en een vermogenswinstbelasting slechts neerkomt op het tijdstip van belastingbetaling. Anderen menen dat bij een vermogensaanwasbelasting meer belasting wordt betaald dan bij een vermogenswinstbelasting. Dat is te kort door de bocht. Bij een vermogenswinstbelasting kan de totale belastingopbrengst zelfs hoger uitvallen dan de som van de jaarlijkse heffingen onder een aanwasstelsel. Feit is wel dat door de tussentijdse afroming er bij een aanwasbelasting er minder rendement overblijft.
Het nadeel van een vermogenswinstbelasting is voor het kabinet vooral budgettair: een vermogenswinstsysteem leidt tot latere belastingontvangsten, die moeten vooraf worden gefinancierd, wat neerkomt op een reëel rentenadeel.
Voor illiquide bezittingen, zoals vastgoed of private equity, heeft een vermogenswinststelsel duidelijke voordelen — het voorkomt ingewikkelde waarderingsdiscussies met de Belastingdienst.
Bij liquide beleggingen, zoals beursgenoteerde effecten, spelen die problemen bij een vermogensaanwasbelasting minder. Overigens weten veel beleggers in de BV nu al niet beter of kiezen er zelfs omwille van de eenvoud voor (dus ook als het anders kan). Met het in juli 2025 gepresenteerde formulier tegenbewijs is bovendien aangetoond dat de aanlevering van gegevens voor een vermogensaanwasbelasting door financiële instellingen relatief eenvoudig kan worden georganiseerd.
De coalitie wil ook voor liquide beleggingen naar een vermogenswinstbelasting. Tot dat moment zou een verruiming van de gebrekkige mogelijkheid tot verliesverrekening, bezwaren van beleggers tegen de aanwasbelasting aanzienlijk verminderen.
Vervolg
Het huidige box 3-stelsel komt chaotisch aan zijn einde. De term box 3‑affaire lijkt geen overdrijving. Het nieuwe box 3-regime dreigt met een zure nasmaak van start te gaan: onder forse budgettaire druk werkt de politiek toe naar wetgeving waar niemand in de Tweede Kamer warm van wordt.
Tegelijkertijd zijn er voor de burger genoeg punten om zich over te verbijten; de systematiek oogt onlogisch en de uitvoerbaarheid staat onder druk. De vraag is of er in de komende periode nog ruimte bestaat om de scherpe randen weg te vijlen.
Een denkbare route is het vroegtijdig vastleggen van de contouren van een herstelwet, die de meest prangende bezwaren adresseert. Als die stap tijdig wordt gezet, zou het nieuwe box 3‑stelsel meer geloofwaardig van start kunnen gaan.
Deze blog is mede geschreven door Tjarko Denekamp en als artikel verschenen bij onder andere ‘Accountancy Vanmorgen’ en ‘BNR’.