Direct naar content

Bijna een jaar is er verstreken sinds de opmars van COVID-19 in Nederland. De economie krijgt door deze crisis een stevige tik. Ook bij beleggingen in commercieel vastgoed laat de pandemie zich voelen: de vraag naar kantoorruimtes is ingezakt, terwijl de beleggingsmarkt voor logistieke bedrijfsruimtes juist heeft kunnen profiteren van de sluiting van winkels.

Het aantal transacties is zichtbaar afgenomen in 2020: het aantal lag een vijfde lager dan het jaar ervoor. Ook daalde het bedrag dat ermee gemoeid is. Opvallend, omdat zoiets de afgelopen tien jaar niet meer was voorgekomen. Met 18 miljard euro was het belegde bedrag 17 procent lager dan het jaar ervoor. Tussen de diverse beleggingscategorieën binnen het commerciële vastgoed zijn wel fikse verschillen zichtbaar. Zoals Tolstoj al opmerkte: ‘Alle gelukkige families lijken op elkaar. Elke ongelukkige familie is ongelukkig op zijn eigen wijze.’

Zo is de vraag naar kantoorruimtes sterk afgenomen. Vanzelfsprekend, veel mensen werken vanuit huis. De digitale middelen die dit mogelijk maken nemen een vlucht. De kennis en ervaring die bedrijven door het gedwongen thuiswerken opdoen, willen zij blijven benutten nadat de pandemie voorbij is. Het biedt immers mogelijkheden om de reistijd van werknemers te verminderen en op huisvestingkosten te besparen. Het kantoor volledig sluiten, zal voor weinig bedrijven een optie zijn. Collega’s in de ogen kijken en spontane ontmoetingen op de werkvloer hebben grote meerwaarde. Echter, niet alle kantoren zijn geschikt om coronaproof te werken en hebben daarom aanpassingen nodig. De kantoren die deze slag niet kunnen maken en waarvoor leegstand dreigt, komen op de nominatie voor woningtransformatie.

De beleggingsmarkt voor logistieke bedrijfsruimtes heeft daarentegen vorig jaar geprofiteerd van de opkomst van e-commerce. De al eerder ingezette trend naar online winkelen is tijdens corona extra versterkt doordat winkels vanwege het risico op besmetting hun deuren moesten sluiten. Door deze opgelegde sluiting en de verschuiving naar online hebben veel fysieke winkels het moeilijk. De tragiek is al terug te zien in de winkelstraten: bij steeds meer winkels is een bord ‘te huur’ op de ruit zichtbaar. Ook bij deze panden is het van belang dat er gekeken wordt naar mogelijkheden voor transformatie naar woonruimte.

Aan woonruimte blijft namelijk een groot gebrek. Het aantal opgeleverde woningen kan de groei van de bevolking niet bijbenen, al valt de bevolkingsgroei door het vertrek van expats en de kleinere toestroom uit het buitenland minder hoog uit dan voorgaande jaren. Daarnaast is het woninghuursegment een laatcyclische markt. In 2020 stegen de aanvangshuren in het vrije segment nog beperkt. Wanneer het beschikbaar inkomen door de verslechtering van de arbeidsmarkt verder onder druk komt te staan en de overheid verhuurders meer beperkingen oplegt, zal er weinig ruimte zijn voor een verdere huurstijging. Ook is de verwachting dat de waardestijging lager uit zal vallen dan beleggers de afgelopen jaren gewend waren, doordat het prijsopdrijvende effect van de lage hypotheekrente geleidelijk zal wegebben als de hypotheekrente niet verder daalt.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.