Direct naar content

Hoop doet leven. Naast mijn laptop staan de foto’s van mijn stralende dochters, allebei aan het begin van hun professionele leven en bruisend van energie. De wereld ligt aan hun voeten. Toch?

Ik hoop dat mijn dochters soepel en vanzelfsprekend de barrières in hun loopbaan zullen slechten waar de generatie van hun moeder nog mee worstelde. Ik vind het bemoedigend, op het ontroerende af, om te zien hoe lenig van geest de huidige generatie omgaat met de restjes vooroordelen, seksisme en discriminatie. Ze stappen onbevangen hun werkomgeving in, kijken om zich heen, en als de regels van het spel ze niet aanstaan, maken ze gewoon hun eigen regels.

Ze staan in de startblokken met de vanzelfsprekendheid van de atleet die jaren getraind heeft en nu klaar is voor het grote werk. Komt het startschot, dan gooien ze zich in de strijd zonder zich af te vragen of hun kant van de sintelbaan misschien wat meer hobbels en kuilen kent dan die van hun mannelijke collega’s. Als iemand ze een rattenstreek levert, laten ze zich niet uit het veld slaan. Ze hebben voldoende zelfvertrouwen om te weten dat je soms de strijd moet aangaan, en soms beter niet.

Ze gaan ervan uit dat het leven ze niet dwingt een zijpad in te slaan als ze liever de hoofdweg bewandelen. Ze zijn eigenaar van hun keuzes, nieuwsgierig naar wat het leven brengen mag. Ik hoop dat het ze gegund is om posities van leiderschap te bekleden als ze daar klaar voor zijn en die ambitie koesteren. Meer dan de generaties voor hen bekommeren ze zich om de wereld om ons heen en zijn ze bereid verantwoordelijkheid te nemen voor de toekomst van ons allen.

Hoop doet leven, en ik hoop dat dit de laatste column is die ik ooit schrijf over het belang van diversiteit en inclusie. Gewoon omdat het niet meer nodig zal zijn. Omdat werkgevers zo langzamerhand wel snappen dat het niet handig is om de helft van de wereldbevolking geen gelijke kansen te geven. De huidige generatie ruikt onoprechtheid, accepteert die niet langer en trekt alleen daarheen waar diversiteit niet alleen getolereerd wordt, maar waar talent tot volle wasdom kan komen.

Vooroordelen zitten helaas diep. Mijn generatie moest daar zelf maar een antwoord op zien te vinden. Invechten of afhaken, veel meer smaken had je niet. Nu is dat de verantwoordelijkheid van de werkgever. Die moet nadenken over wat er nodig is om gelijke kansen te bieden voor alle verschijningsvormen van diversiteit. Actief beleid dat zorgvuldig wordt gevoerd en consequent wordt volgehouden is de sleutel. Dat betekent ook dat je soms als leidinggevende in de spiegel kijkt en weet wanneer het tijd is om plaats te maken voor iemand anders, omdat je ondanks alle goede bedoelingen zelf onderdeel van het probleem bent geworden. Dat vergt moed, beleid en trouw, en een gezonde dosis zelfinzicht.

Benoem die vrouwen maar gewoon, soms zelfs op basis van de belofte van hun talent en niet pas na bewezen competenties en jarenlange ervaring. Waar zijn de sponsors die hun nek uitsteken en niet rusten tot paritair samengestelde teams de norm zijn op alle organisatieniveaus?

Hoop doet leven, maar een strategie die slechts op hoop is gebaseerd leidt zelden tot de gewenste uitkomsten. Diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie verdienen een doordachte visie, ambitie, plan en uitwerking. Als de organisatie niet kan voldoen aan de eigen normen, of de verwachtingen van de samenleving, dan hoort daar een gewetensvolle uitleg in een jaarverslag bij. Zodat mijn dochters en hun generatiegenoten in één oogopslag kunnen zien welke werkgevers hun toekomst serieus nemen. Die hoop is het waard om te blijven koesteren.

Pauline van der Meer Mohr

Pauline van der Meer Mohr

Na een loopbaan van 30 jaar in de advocatuur, het bedrijfsleven en als bestuurder van de Erasmus Universiteit is Van der Meer Mohr sinds 2016 voltijds internationaal commissaris/toezichthouder en daarnaast voorzitter van de Monitoring Commissie Corporate Governance.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.