1. Begin met het gesprek
Praten over geld, ziekte en overlijden is niet voor iedere familie gemakkelijk. Toch kan een gesprek veel problemen later voorkomen.
U hoeft daarbij niet meteen bankafschriften en testamenten op tafel te leggen. Begin bijvoorbeeld met enkele eenvoudige vragen:
· Hebben jullie geregeld wie kan helpen als dat nodig is?
· Is er een testament en een levenstestament?
· Weet iemand waar de belangrijke administratie te vinden is?
· Hebben jullie nagedacht over wonen als zelfstandig wonen moeilijker wordt?
· Zijn er financiële afspraken uit het verleden waar wij als kinderen van moeten weten?
Het doel is niet dat kinderen controle krijgen over de financiën van hun ouders. Het uitgangspunt blijft dat uw ouders zoveel mogelijk zelf de regie houden.
2. Breng de financiële situatie in kaart
Gaat u daadwerkelijk helpen? Dan is een overzicht een goed begin.
Denk daarbij aan bankrekeningen, beleggingen, pensioen- en lijfrente-uitkeringen, de eigen woning en hypotheek, verzekeringen, eventuele schulden en belangrijke contracten.
Bekijk ook de juridische administratie. Is er een testament? Een levenstestament? Zijn er in het verleden schenkingen gedaan?
Bij een langstlevende ouder is nog een andere vraag belangrijk: "Wat is er juridisch en financieel gebeurd bij het overlijden van de eerste ouder?"
Kinderen kunnen bijvoorbeeld een vordering op de langstlevende ouder hebben gekregen. Dat kan later van belang zijn voor de afwikkeling van diens nalatenschap. Het is prettiger om dat uit te zoeken terwijl uw ouder er zelf nog uitleg over kan geven dan na diens overlijden.
3. Mag u eigenlijk namens uw ouder handelen?
Dat u zoon of dochter bent, betekent niet automatisch dat u namens uw ouder financiële beslissingen mag nemen.
Voor dagelijkse bankzaken kan een bankmachtiging voldoende zijn. Wilt u ook grotere financiële beslissingen kunnen nemen, dan kan een uitgebreidere volmacht nodig zijn.
Een veelgebruikte mogelijkheid is een notariële volmacht in een levenstestament. Daarin kan uw ouder vastleggen wie zijn of haar belangen mag behartigen en welke bevoegdheden deze persoon krijgt. Een levenstestament kan betrekking hebben op financiële zaken, maar ook op medische en persoonlijke wensen. Zie ons artikel “6 vragen over het levenstestament” voor uitgebreidere informatie.
Belangrijk is om dit op tijd te regelen. Een notaris moet bij het maken van een levenstestament beoordelen of iemand voldoende begrijpt wat hij of zij regelt en de gevolgen daarvan kan overzien.
Wacht dus liever niet tot het moment waarop uw ouder de hulp daadwerkelijk nodig heeft.
4. Wanneer gaat een volmacht in?
Een belangrijke keuze in een levenstestament is het moment waarop de gemachtigde de volmacht kan gebruiken.
De volmacht kan direct ingaan. Uw ouder blijft dan zelf zijn of haar zaken regelen zolang dat kan, terwijl de gemachtigde kan bijspringen wanneer dat nodig is.
Een andere mogelijkheid is dat de volmacht pas kan worden gebruikt nadat is vastgesteld dat uw ouder zelf niet meer in staat is zijn of haar belangen te behartigen. Daarvoor kan dan een beoordeling door een onafhankelijke arts nodig zijn. Objectief bezien is een direct ingaande volmacht het best. Wilsonbekwaamheid is niet altijd een zwart/wit-situatie. Verder kost een artsenverklaring tijd en kan het voor uw ouder belastend zijn.
Bespreek bij het opstellen van het levenstestament daarom niet alleen wie de gemachtigde wordt, maar ook wanneer en onder welke voorwaarden hij of zij mag handelen.
5. En als er niets is geregeld?
Heeft uw ouder geen bruikbare volmacht meer kunnen afgeven? Dan kan beschermingsbewind in beeld komen.
De kantonrechter benoemt een bewindvoerder die verantwoordelijk wordt voor de goederen die onder het bewind vallen. Vaak zijn dat alle geldzaken en bezittingen, maar een bewind kan ook beperkt zijn tot bijvoorbeeld een woning of bepaalde rekening. Een bewindvoerder moet administratie voeren, rekening en verantwoording afleggen en voor bepaalde beslissingen toestemming vragen van de rechter.
Er is dus een belangrijk verschil. Een levenstestament maakt uw ouder zelf op een moment dat hij of zij die keuzes nog kan maken. Bij bewind beslist de rechter over de maatregel en de benoeming van de bewindvoerder.
6. Wat als zelfstandig wonen niet meer gaat?
Financiële hulp raakt regelmatig aan een veel grotere vraag: "Waar gaat uw ouder wonen?"
Misschien moet de woning worden aangepast. Misschien is verhuizen naar een appartement wenselijk. Of zelfstandig wonen wordt door dementie of lichamelijke beperkingen uiteindelijk niet meer verantwoord.
Dan hebben wonen, vermogen en zorg ineens veel met elkaar te maken. Wat kost de gewenste zorg? Moet de woning worden verkocht? Hoeveel vermogen is beschikbaar om aanvullende zorg te betalen? In ons artikel “Hoe gaat u de zorg organiseren en wat zijn de kosten?” leest u over mogelijke oplossingen en kosten.
Ook hier helpt het enorm als uw ouders hun wensen hebben besproken en waar mogelijk hebben vastgelegd voordat de noodzaak ontstaat.
7. Wat doet u met de beleggingen van uw ouder?
Een lastige vraag ontstaat als uw ouder belegt en u diens financiële zaken gaat beheren.
Misschien heeft u zelf weinig beleggingservaring. Maar ook als u die kennis wel heeft, is er een belangrijk verschil tussen beleggen met uw eigen geld en beslissen over het vermogen van iemand anders.
Begin daarom niet bij de vraag: Welke beleggingen moet ik kopen of verkopen?
Begin bij drie andere vragen:
1. Welke bevoegdheid heb ik volgens de volmacht?
2. Welk doel had mijn ouder met het vermogen?
3. Hoeveel risico past nog bij de financiële situatie en toekomstige uitgaven van mijn ouder?
Daarna kan worden bekeken welke vorm van beleggen of sparen daarbij past. Het kan bovendien verstandig zijn beslissingen en de redenen daarvoor goed vast te leggen. Dat helpt niet alleen uzelf, maar kan ook discussies met broers of zussen voorkomen.
8. Kunt u namens uw ouder schenken?
Schenken wordt ingewikkelder zodra uw ouder niet meer zelf over een schenking kan beslissen.
Een gemachtigde moet zich houden aan de bevoegdheden en voorwaarden in de volmacht. Kijk daarom eerst wat het levenstestament over schenkingen zegt.
Maar zelfs als schenken juridisch mogelijk is, volgt een tweede vraag:
Is schenken financieel verantwoord voor uw ouder?
Toekomstige woon- en zorgkosten kunnen onzeker zijn. Fiscale besparing voor toekomstige erfgenamen is daarom niet het enige criterium. Het financiële belang en de wensen van uw ouder moeten vooropstaan.
Is schenken mogelijk én passend, dan kunt u vervolgens bekijken hoeveel vermogen uw ouder zelf naar verwachting nog nodig heeft en welke fiscale gevolgen schenken en erven hebben.
Houd daarbij rekening met jaarlijks wijzigende bedragen. In 2026 bedraagt de vrijstelling voor de erfbelasting voor zowel een kind als een kleinkind € 26.230. Voor kinderen bedraagt het tarief boven de vrijstelling 10% tot een belaste verkrijging van € 158.669 en 20% over het meerdere. Voor kleinkinderen gelden hogere tarieven van 18% en 36%.
Een schenkingsplan begint daarom niet bij de belastingbesparing, maar bij de vraag hoeveel vermogen uw ouder veilig kan missen.
9. Denk ook alvast aan de nalatenschap
Na het overlijden stopt een volmacht en begint een nieuwe fase. Wie mag de nalatenschap afwikkelen? Is er een executeur benoemd? Wie zijn de erfgenamen? En zijn alle bezittingen, schulden en eerdere afspraken bekend?
Vooral bij een langstlevende ouder kan de geschiedenis belangrijk zijn. Misschien hebben kinderen nog vorderingen die zijn ontstaan bij het overlijden van de eerste ouder.
Probeer dit soort informatie daarom niet pas na het overlijden bij elkaar te puzzelen. Een ordelijke financiële administratie is ook een vorm van nalatenschapsplanning.
10. Maak van geldzaken een familiezaak, zonder de regie over te nemen
Eén kind doet internetbankieren. Een tweede woont dichterbij en regelt de zorg. Een derde bemoeit zich liever nergens mee. Zulke verschillen zijn heel normaal, maar kunnen later ook tot irritaties leiden.
Een periodiek familiegesprek kan daarom helpen. Niet om over iedere betaling gezamenlijk te stemmen, maar om duidelijk te houden:
· wie welke rol heeft;
· welke belangrijke beslissingen eraan komen;
· welke wensen uw ouder heeft;
· en welke afspraken zijn gemaakt.
Volledige harmonie is niet in iedere familie haalbaar. Transparantie meestal wel.