Het is een begrip, niet alleen in Noord-Holland maar ook ver daarbuiten: designcentrum Van Til. Aan de rand van de Alkmaarse binnenstad voert het familiebedrijf meer dan 150 designmerken, in een prachtige showroom van ruim 15.000 vierkante meter. Inmiddels staat de vijfde generatie Van Til aan het roer, maar grondlegger Jan van Til wordt niet vergeten. Voor in de showroom treffen we een klein museumpje met een paar ingenieuze meubelen van de meubelmaker die zich in 1904 vestigde als zelfstandige. Verderop staat een bronzen beeld van Jan van Til, die in 1918 overleed aan de Spaanse griep. In de decennia erna hebben meerdere generaties Van Til de zaak stap voor stap uitgebreid.
Eind jaren tachtig neemt de vierde generatie het stokje over. Broers Mark en Frank verdelen de taken, vertelt Frank. ‘Mark richtte zich op inkoop, presentatie en marketing, ik op de administratie, HR, ICT en alle logistiek. Met onze focus op het hogere marktsegment groeide de zaak gestaag door. Op een gegeven moment hadden we honderd man in dienst.’ In 2003 wordt Van Til Interieur door de lezers van Eigen Huis & Interieur uitgeroepen tot Beste Woonwinkel van Nederland, een jaar later krijgt de winkel het predicaat hofleverancier. De broers breiden uit: ze nemen naburige huurpanden over, zetten er aanvullende winkelformules in (waaronder Mobi Living en Rolf Benz Experience Center) en openen een Van Til Outlet, waarmee ze ook het middensegment bestrijken. Daarnaast lanceren ze een eigen label.
Coronaperiode
De gedwongen winkelsluiting in de coronaperiode hakt erin. Gelukkig weten consumenten de webshop van Van Til opeens goed te vinden, vertelt Mark. ‘Mensen konden niet op vakantie of uit eten, ze zaten thuis en gingen massaal nieuwe meubelen bestellen. We stemden onze gebruikelijke, paginagrote advertenties in de dagbladen toen af op onze onlinewinkel. Daar steeg de omzet dusdanig snel dat we onze kosten als gevolg van de winkelsluiting ruimschoots konden dekken.’
‘Mooi dat we na onze studies eerst elders werkervaring hebben opgedaan’
Vlak voor de corona-uitbraak komen de neven Chiel (oudste zoon van Mark) en Maarten (oudste zoon van Frank) fulltime in de zaak werken. Beiden hebben gestudeerd en gewerkt in marketing (Chiel) en HR (Maarten) voordat ze in het familiebedrijf stappen. Chiel: ‘Als jongens speelden we al verstoppertje in de showroom, later hielpen we met van alles mee. Meubelen bezorgen, helpen met de styling, schoonmaken, noem maar op.’ Maarten vult aan: ‘Het is mooi dat we na onze studies eerst elders werkervaring hebben opgedaan. We hebben vanuit onze vaders nooit enige druk gevoeld om de zaak over te nemen. Het grappige is dat Chiel en ik grofweg dezelfde taakverdeling aanhouden als onze vaders.’
Mark en Frank beamen dat ze hun zoons geheel vrij hebben gelaten in hun keuze. Mark: ‘Het belangrijkste is dat ze een beroep kiezen waar ze gelukkig van worden. Dat hield onze vader ons ook altijd voor. Zijn passie was de verkoop. Hij is nu 89 en nog steeds erg betrokken.’ Lachend: ‘Ik moet hem nog iedere zaterdagmiddag de omzet doorbellen.’
Mark benadrukt dat opvolging van vader op zoon geen automatisme is. ‘Ze moeten wel de capaciteiten en de juiste instelling hebben. Frank en ik hebben meer kinderen, maar we hebben afgesproken dat ze niet allemaal in de directie komen. De een is daar nou eenmaal geschikter voor dan de ander en je moet ook in de retail willen werken. Zo leidt mijn zoon Thijs onze speciale Luxury-afdeling, met luxueuze meubelen van merken uit het hoogste segment. Hij heeft een uitstekende neus voor topdesign en ontwerpt ook zelf meubels. Maar Thijs heeft geen ambitie om leiding te geven: prima. En de andere kinderen hebben voor heel andere carrières gekozen.’
Frank: ‘We hebben Chiel en Maarten voorgehouden er goed over na te denken, want je maakt de keuze voor opvolging niet voor een jaartje. Maar het gaat vanaf de start heel goed, ze zijn enthousiast en werken uitstekend samen. Dat is mooi om te zien.’