Langzaam stroomt er meer groeikapitaal naar vrouwelijke ondernemers. Daar worden de investeerders goed voor beloond. Wat zien zij dat andere financiers nog niet zien? En waarom zijn veel vrouwelijke ondernemers nog altijd huiverig om groeikapitaal op te halen voor hun onderneming?
Verborgen goudmijn: waarom steeds meer geld naar vrouwelijke ondernemers gaat
Honderden malen stond de Australische ondernemer Melanie Perkins voor investeerders om haar idee voor ontwerpsite Canva te pitchen. Om bijna evenveel keren terug te keren zonder investering. Ondanks de vaak pijnlijke afwijzingen zette Perkins door en wist ze uiteindelijk kapitaal op te halen bij investeerders die het groeipotentieel wél zagen. Het designplatform, dat iedereen in staat stelt te ontwerpen, werd een succes. Canva is de waardevolste start-up wereldwijd die is opgericht en wordt geleid door een vrouw. Met een waardering van zo’n 42 miljard dollar krijgen de investeerders van het eerste uur waar voor hun geld.
Groeikapitaal ophalen is uitdagend voor elke ondernemer, voor vrouwen nog meer dan voor mannen. Van het door vrouwen aangevraagde durfkapitaal wordt slechts 9,1 procent toegekend, tegen 16 procent bij mannen. Dit blijkt uit het Code-V Data Report 2026. Dat kan beter, maar hoe?
Ligt het aan de ondernemers of aan de investeerders? En voor de slimme investeerders die wel kapitaal beschikbaar stellen: wat zien zij dat anderen nog niet zien?
Gemiste kans
Vrouwen ontvingen in 2025 in Nederland maar 26 procent van alle toegekende financiering. Het goede nieuws: dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2024, zo blijkt uit Code-V, het rapport van het samenwerkingsverband Nederlandse Code Stimuleren Vrouwelijk Ondernemerschap. De toename komt deels door betere gegevensverzameling over gender in 2026. Toch is er nog steeds een financieringskloof, mede doordat vrouwen per financieringsronde gemiddeld zo’n 25.000 euro minder dan mannen ontvangen.
Wie scherper kijkt, vindt grote verschillen. Bij banken en andere financiers die kapitaal verstrekken aan het midden- en kleinbedrijf (mkb) is het verschil het kleinst: vrouwen ontvangen daar gemiddeld 12 procent minder per toekenning dan mannen. Vrouwelijke ondernemers met een start-up krijgen het minste geld, verstrekkers van venture capital, oftewel durfkapitaal, geven vrouwen 36 procent minder financiering per goedgekeurde aanvraag.
Hoog tijd voor verandering, zeggen experts. Want groeikapitaal is essentieel om bedrijven veel sneller te laten groeien dan met alleen eigen winst mogelijk is. Bovendien geeft kapitaal de ondernemer toegang tot de waardevolle expertise en het netwerk van investeerders. Daarover verderop meer.
Investeerders laten veel liggen
De ondernemer die er niet in slaagt kapitaal op te halen, loopt achter op concurrenten die dat wel krijgen, ook al is het onderliggende bedrijfsplan net zo goed of zelfs beter. De verandering kan dan ook niet snel genoeg komen voor Judith Sanders, beleggingsstrateeg bij ABN AMRO. Zij volgt de ontwikkeling van bedrijven ook op dit terrein op de voet en constateert dat het gebrek aan groeikapitaal de groei van vrouwelijke ondernemers afremt. ‘Het dwingt veel oprichters om gebruik te maken van spaargeld of alternatieve financiering, mogelijk tegen hogere kosten.’
Dat het nog steeds uitdagender is voor vrouwen dan voor mannen om geld op te halen, ziet Sanders terug in de internationale cijfers. ‘En dat is best wel gek, want de meeste bedrijven die door vrouwen worden geleid, of het nu start-ups of beursgenoteerde ondernemingen zijn, boeken betere financiële resultaten.’ Dat bevestigt onderzoek van onder andere consultancybedrijf BCG. Het blijkt dat vrouwen het beschikbare kapitaal uiterst efficiënt inzetten. Ook kiezen ze strategieën met minder risico, wat leidt tot een stabielere bedrijfsvoering met op lange termijn consistentere rendementen. Met resultaat: door vrouwen opgerichte bedrijven leveren twee keer zoveel omzet op per geïnvesteerde dollar als door mannen opgerichte bedrijven.
Sanders wijst op de kansen die investeerders laten liggen door de mismatch tussen de resultaten en de kapitaalstromen. ‘Over de hele wereld richten vrouwen in recordtempo succesvolle bedrijven op. Toch is er weinig substantiële verandering in de kapitaalstroom naar deze ondernemingen.’
Funding gap is ook een aanvraagkloof
Werk aan de winkel dus voor investeerders. Als geldverstrekkers barrières weghalen (zie kader) kan dat vrouwen helpen om eenvoudiger kapitaal op te halen. Wie zich alleen daarop concentreert, mist echter een cruciaal inzicht: de funding gap is ook een aanvraagkloof. Vrouwelijke ondernemers krijgen minder financiering dan mannen, ook doordat ze überhaupt geen of weinig kapitaal aanvragen. Slechts 8,6 procent van de vrouwelijke ondernemers dient een financieringsaanvraag in, tegen 13,2 procent van de mannen, blijkt uit de door Code-V verzamelde cijfers. Bovendien vragen de vrouwelijke ondernemers om minder kapitaal dan mannen, stellen de geënquêteerde banken, mkb-financiers, private-equityfirma’s, durfkapitaalfondsen, angel-investeerders en subsidieaanbieders.
De redenen daarvoor zijn divers. Zo wordt ondernemerschap van oudsher als mannelijk geframed, wat vrouwen kan ontmoedigen om zich als serieus ondernemer te zien en financiering te zoeken. Daar ligt dus ook een deel van de oplossing. Een andere verklaring voor het gat tussen de bedragen die mannen en vrouwen ophalen ligt in de grote kapitaalbehoefte van de technologiesector, waarin relatief veel mannelijke ondernemers actief zijn.
Vergroot netwerk
De actie voor vrouwelijke ondernemers: ga achter het benodigde groeikapitaal aan. Dat begint met netwerken, is een van de conclusies uit het Code-V-rapport. Vrouwen hebben in de regel minder toegang tot invloedrijke zakelijke netwerken en zijn daardoor afhankelijker van hun kleinere persoonlijke netwerk, wat het zicht op financieringsmogelijkheden beperkt. Perkins van Canva was zich daarvan bewust en stak in de start-upfase veel tijd in het vergroten van haar netwerk. Ze leerde in 2013 zelfs kitesurfen in een poging een investering te krijgen van een groep durfkapitalisten die deze sport beoefenen. Met succes: Perkins wist haar onderneming onder de aandacht van de bekende investeerder Bill Tai te brengen, die vervolgens meedeed aan een investeringsronde.
Sanders ziet in de praktijk dat een goed netwerk de kans kan vergroten om de juiste investeerder te vinden. ‘Ik ontmoet bij de bijeenkomsten voor ondernemers die ABN AMRO MeesPierson organiseert nog altijd meer mannen dan vrouwen.’ Ze raadt ondernemers aan om tijd te investeren in het versterken van hun netwerk. ‘Bezoek netwerkbijeenkomsten, maar benut ook je informele netwerk van leveranciers en bankiers.’
Gezin als vermeend risico
Er zijn nog wel wat obstakels te overwinnen en daarom aarzelen vrouwelijke ondernemers soms om kapitaal op te halen. Jacqueline Timmermans, oprichter van zorgaanbieder en medisch platform Hikos, verkent voorzichtig de mogelijkheden. Hikos biedt patiënten een eenmalig consult met een onafhankelijk medisch specialist via beeldbellen, als aanvulling op het reguliere zorgtraject. Timmermans, zelf arts, begon zeven jaar geleden met eigen geld en inmiddels groeit de onderneming snel. Ze overweegt kapitaal aan te trekken om de groei verder te versnellen, maar de ervaringen met investeerders zijn wisselend. ‘Er wordt anders naar vrouwelijke ondernemers gekeken. “Hoe heb je het thuis geregeld?” Een vraag die wij wel krijgen en mannen voor zover ik weet niet.’ Bij een vrouw is de combinatie van gezin en bedrijf blijkbaar een risico dat toelichting vereist, zegt Timmermans. Ze laat zich door ervaringen als deze niet weerhouden, het versterkt zelfs haar focus. ‘Als we geld ophalen, moet het van iemand zijn die snapt wat we bouwen en onze visie deelt.’
Betere ondernemer door proces
Ondernemers als Timmermans, die zich midden in het fundingproces bevinden, ondervinden een bijkomend voordeel: het proces maakt hen betere ondernemers. ‘Het geeft mij juist de kracht om door te bouwen, om te laten zien dat het wél kan’, zegt Timmermans. Ook Canva-oprichter Perkins herkent dat. ‘Het is niet alleen een oefening in doorzettingsvermogen’, zei ze in 2021 tegen zakenzender CNBC. Het dwong haar ook om met de blik van een investeerder naar haar onderneming te kijken. Haar pitch herschreef ze zeker honderd keer en haar pitchdeck groeide van vijf naar 25 pagina’s. ‘Ik werd er een betere ondernemer van.’
Nieuwe netwerken
Een netwerk is waardevol bij het vinden van passende financiering en kennis voor verdere groei. ABN AMRO MeesPierson organiseert voor ondernemers regelmatig events met uiteenlopende onderwerpen voor (vrouwelijke) ondernemers. Onder meer via het Vrouwelijk Ondernemers Netwerk. Steeds vaker bieden ook accountants hun klanten de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten. Of kijk eens bij het platform Community Internationaal Ondernemen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Dat platform richt zich op mkb-ondernemers die internationaal duurzaam ondernemen en heeft diverse subgroepen voor vrouwelijke ondernemers. Business Women Nederland organiseert netwerkbijeenkomsten voor vrouwelijke ondernemers, online en op diverse plaatsen in het land.

Leerzame feedback
Puck Landewé, founder van het kunstbloemenplatform Silkhaus, weet hoe een investeerder de onderneming en de ondernemer kan versterken. Voordat ze startte met Silkhaus was ze founder van Elfin, een financieel platform voor vrouwen. Voor de bouw en de groei van het platform haalde ze vanaf 2021 kapitaal op bij diverse investeerders. ‘Onze fundingrondes gingen om tonnen en niet om miljoenen, maar het heeft mij veel gebracht als ondernemer. Door de feedback leer je op een andere manier naar je eigen business te kijken. Het maakt je scherper en dwingt je om van een afstand naar je strategie te kijken.’

Landewé benadrukt dat de juiste investeerder meer brengt dan geld. ‘Namelijk kennis en een netwerk.’ Investeerders vragen in detail naar het onderscheidend vermogen van de onderneming en de strategie. En ze aarzelen niet om de groeiplannen te toetsen. ‘De feedback die we kregen van investeringspartijen heeft mij enorm verrijkt als ondernemer’, zegt Landewé. Ze raadt iedere ondernemer aan om een investeerder aan boord te halen, als het passend is en de groei kan versterken. Maar ondernemers moeten zich dan wel voorbereiden op een confronterend proces. ‘Juist de heel kritische en vervelende vragen brengen je veel. Het is pijnlijk als iemand niet direct gelooft in wat je onderneming doet, maar dat is niet persoonlijk.’
Opnieuw investeerder aanhaken
Landewé verkocht haar belang in Elfin na haar emigratie naar Zwitserland, waar ze woont met haar Zwitserse man. Daar zag ze een kans voor een nieuw bedrijf in kwalitatief goede kunstbloemen: een groeiende markt in Nederland, maar in Zwitserland nog onbekend. Ze deed met Elfin veel ervaring op met het bouwen van een communitygedreven platform en met Silkhaus bouwt ze nu aan een e-commercebedrijf. Een heel andere tak van sport, beaamt ze. De groei van de onderneming financieren zij en haar twee medeoprichters nu nog uit eigen middelen. Maar Landewé zou graag opnieuw een investeerder zien aanhaken, een partij met ervaring in e-commerce. ‘Bijvoorbeeld binnen de lifestyle- of hospitalitybranche.’ Ze kan zich al verheugen op de eventuele samenwerking met investeerders in de toekomst. ‘In een bedrijf komen continu mogelijkheden en ideeën op je pad. Je moet een haarscherpe visie hebben over waar je naartoe wilt, anders word je door elk nieuw idee aan het wankelen gebracht. Een investeerder die meekijkt, helpt je scherp te blijven.’

Toegevoegde waarde
De scherpte die ondernemers als Landewé bij een investeerder zoeken, is er ook aan de andere kant van de tafel. Oud-ondernemer Andy Verstelle verkocht in 2019 zijn bedrijf in personeels- en salarisadministratiesoftware en deelt sindsdien zijn ervaring en kapitaal met startende ondernemers. Hij investeerde in veel verschillende bedrijven van zowel vrouwelijke als mannelijke ondernemers, vooral in de technologiesector. ‘Deze manier van investeren is veel leuker dan alleen kapitaal inbrengen, maar kijk als investeerder wel goed wat je daadwerkelijk kunt bijdragen. Zeker oud-ondernemers zijn geneigd te denken dat ze alles kunnen. Er zijn meestal maar een paar onderwerpen waar je echt meer verstand van hebt dan anderen.’ Verstelle is daarom heel selectief. ‘Ik investeer alleen als ik kennis en ervaring kan bijdragen binnen een bepaald domein.’ Hij raadt ondernemers aan kritisch te zijn op de toegevoegde waarde van een betrokken geldschieter. ‘Iedereen kan tegen een ondernemer roepen: meer omzet, minder kosten. Dat heeft weinig toegevoegde waarde.’ Nog een tip van Verstelle: maak goede afspraken over het contact. ‘Ik spreek meestal eenmaal per maand met een ondernemer, maar er is ook ruimte voor tussentijds overleg.’ Hij merkt dat de ondernemers met wie hij samenwerkt aan beide vormen van contact veel hebben. ‘Soms is het niet meer dan een appje: “Ik zit met dit onderwerp, wat zou jij doen?”’
Profiteren van ervaring
Waar Verstelle als individuele investeerder ondernemers helpt met kapitaal en kennis, pakt investeerder Ilse Bastmeijer het thematischer aan. Haar familie richtte supermarktketen Nettorama op. Zij en haar man investeren via het impactfonds Goeie Grutten in ondernemers die impact maken binnen drie thema’s: energietransitie, agri(tech) en gezonde voeding. In de portefeuille, die wordt beheerd door investment director Kee Koopmans, zitten tientallen bedrijven, waaronder een aantal van vrouwen. Bastmeijer en Koopmans kijken heel gericht naar welke ondernemers ze aan boord willen. ‘We zijn een betrokken aandeelhouder, maar gaan niet op de stoel van de ondernemer zitten’, zegt Koopmans. Ondernemers profiteren van de gezamenlijke ervaring in retail, technologie en venture capital, bijvoorbeeld bij het opschalen van teams en investeringsbeslissingen.
Is er een verschil tussen mannen en vrouwen als ondernemer? Dat ziet het team niet, zegt Koopmans. Ze zoeken in elke ondernemer naar een combinatie van resultaatgerichtheid en oog voor de wereld. ‘Die vrouwelijke en mannelijke eigenschappen komen in mannen en vrouwen terug.’ Er zijn wel opvallende verschillen per sector, zegt Koopmans. ‘Binnen het thema energietransitie zien we vrijwel geen aanvragen van vrouwen binnenkomen. Dat zouden we graag anders zien.’ In het voedingsgedeelte krijgt het team wel veel investeringsaanvragen van startende bedrijven met vrouwen aan het roer. Voorbeelden zijn de recent verkochte vezelproducent NutriLeads, alcoholvrije slijterij World of NIX, productiekeukenverhuurder Kitchen Republic en The Food Line-up, een cateringregelaar die startte met twee vrouwelijke oprichters.
Gezond verdienvermogen
De terughoudendheid die onderzoeken signaleren bij vrouwelijke ondernemers, ziet Bastmeijer niet terug bij de ondernemers in wie zij investeert. ‘Het zijn vrouwen met een ondernemende geest, die het kapitaal vragen dat ze nodig hebben. Hun plannen verschillen niet wezenlijk van die van mannen.’
Hoewel het team investeert in impactvolle onderwerpen als voedsel en de energietransitie, zijn de eisen die ze stellen hard. Koopmans: ‘Voor ons is de impact-invalshoek belangrijk: hoe maakt dit de wereld beter of mooier. Maar minstens zo belangrijk: hoe ga je er geld mee verdienen? Een mooi bedrijf met impact maar zonder gezond verdienvermogen kan die impact nooit opschalen. Na de investeringsfase moet het bedrijf op eigen benen kunnen staan.’
‘Op een goed gevoel alleen kun je de onderneming niet laten draaien’, vult Bastmeijer aan. ‘Het is best een harde opgave: met een beter product tegen een lagere kostprijs iets nieuws in de markt zetten. Maar daar dagen we ondernemers wel op uit.’
Opletten voor beleggers
Voor beleggers is interessant dat bij zowel starters als grotere (beursgenoteerde) bedrijven gemengde teams een aantoonbaar positieve invloed hebben op het resultaat. Bedrijven met een sterke vertegenwoordiging van vrouwen in de top hebben ongeveer 25 procent meer kans om een bovengemiddelde winstgevendheid te behalen dan bedrijven zonder gemengde teams, blijkt uit het McKinsey-onderzoek Diversity Wins: How Inclusion Matters (2020). Bedrijven met minimaal één vrouw in de raad van bestuur behaalden een hoger rendement op eigen vermogen dan bedrijven zonder: gemiddeld 16 procent tegenover 12 procent over een periode van zes jaar, aldus Credit Suisse Research Institute in het rapport Gender Diversity and Corporate Performance (2012). De meest recente vervolgstudie, The CS Gender 3000 in 2021: Broadening the Diversity Discussion, bevestigt dit. Bedrijven met bovengemiddelde genderdiversiteit in bestuur en directie behaalden outperformance 200 basispunten extra rendement ten opzichte van bedrijven met minder dan gemiddelde diversiteit. Credit Suisse (inmiddels onderdeel van UBS) benadrukt daarbij dat het gaat om een correlatie, geen direct verband.

Keten aan effecten
Ondernemers en investeerders worden beter van een toenemende kapitaalstroom. Sanders benadrukt dat het weghalen van barrières voor vrouwen niet alleen individuele ondernemers en investeerders helpt. ‘Het heeft ook een positieve impact op de economie en maatschappij als geheel. Als meer vrouwen bedrijven starten en laten groeien, geeft dat de Nederlandse economie een enorme boost.’ Onderzoek van ABN AMRO en McKinsey schatte in 2022 de potentiële groei op 139 miljard euro.
Sanders ziet internationaal dat de economische en maatschappelijke effecten van vrouwelijk ondernemerschap ver reiken. ‘Succesvolle vrouwelijke ondernemers nemen ook weer meer vrouwen in dienst. Dat kan bijdragen aan het verkleinen van de genderkloof op de arbeidsmarkt. Daarnaast scoren deze bedrijven vaak beter op het gebied van milieu, maatschappij en governance.’ Dat is belangrijk voor zowel vrouwen als voor een toenemend aantal investeerders die het groeikapitaal verstrekken. ‘Eén succesvolle ondernemer zet zo met hulp van een investeerder een keten aan positieve effecten in gang, die tot ver in de samenleving doorwerkt.’
Judith Sanders
Judith Sanders is beleggingsstrateeg bij ABN AMRO MeesPierson. Ze is een ervaren specialist op beleggingsgebied, met als speciaal aandachtsgebied duurzaam beleggen
