Direct naar content

Belastingforfaits: van gemak naar gerechtigheid

Gepubliceerd op:
4 min. leestijd

Ons belastingstelsel kent vele forfaits die vaste waarden gebruiken in plaats van  werkelijk genoten voordeel of geleden nadeel. Dit maakt de belastingheffing eenvoudiger, maar roept ook vragen op over actualiteit en eerlijkheid. Onderzoeken en rechtspraak benadrukken de noodzaak voor tijdige en periodieke evaluatie van deze forfaits.

Onderzoek en bevindingen Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer onderzocht 17 belastingwetten en vond daarin 48 verschillende forfaits. Forfaits hebben invloed op het netto-inkomen van belastingplichtigen. Een van de onderzoeksvragen was dan ook: “welke onderbouwing is er voor de forfaits?”. Het onderzoeksrapport uit 2019 meldt dat evaluatie en aanpassing van forfaits maar mondjesmaat plaatsvindt; sommige forfaits zijn zelfs tientallen jaren niet bijgesteld. Het is dan ook de vraag of deze forfaits nog wel de werkelijke waarde benaderen.

Toenemende weerstand tegen forfaits

Forfaits zijn er om een ingewikkelde werkelijkheid op een eenvoudige en doel­matige wijze te benaderen. Maar dat mag niet ten koste gaan van de eerlijkheid. Een bekend voorbeeld is de belastingheffing over het forfaitaire rendement in box 3. Van een forfait dat de eenvoud of doelmatigheid dient, was hier al lang geen sprake meer. Na de zogenoemde D-day arresten van de Hoge Raad in 2024 en via de Wet tegenbewijsregeling, gaan we per 2028 naar de invoering van een heffing op basis van werkelijk behaald rendement. Maar ook in het nieuwe box 3-stelsel wordt bij eigen gebruik van tweede woningen weer gewerkt met een forfait. Over het bestaan en de hoogte daarvan is nu al veel discussie.

Kritiek op het eigenwoningforfait

De forfaitaire bijtelling voor de eigen woning (box 1) is net als het forfaitair rendement in box 3, onder vuur komen te liggen. Voor woningen met een waarde tussen de € 75.000 en € 1.350.000 wordt 0,35% van de WOZ-waarde bij het inkomen geteld, en voor duurdere woningen 2,35%. Deze hogere belasting wordt gerechtvaardigd door te stellen dat duurdere woningen als belegging kunnen worden gezien. Ongeveer 100.000 huiseigenaren zijn hierdoor geraakt, mede door prijsstijgingen en achtergebleven indexatie van het grensbedrag.

Mogelijk is ook hier sprake van strijd met Europees recht. Dat heeft geleid tot veel bezwaar - en beroepschriften. Hof Amsterdam heeft vorig jaar november een beroepschrift afgewezen, maar het is onzeker hoe de Hoge Raad hierover zal oordelen; de laatst gepubliceerde onderbouwing stamt uit 1993, terwijl het maximale percentage sinds 2010 sterk is verhoogd. De Algemene Rekenkamer schrijft voor de hoogte van het percentage van 2,35% in de parlementaire stukken geen onderbouwing te hebben gevonden, behalve budgettaire redenen.

Waar wringt de schoen?

Forfaits maken geen onderscheid tussen belastingplichtigen, wat vragen oproept over rechtvaardigheid. Onduidelijke uitgangspunten en het niet aanpassen aan gewijzigde omstandigheden, wekken argwaan. Overigens eigenlijk vooral als de uitkomst nadelig is voor de belastingplichtigen; procedures tegen de rendementsheffing ontstonden pas toen box 3 door dalende spaarrentes minder gunstig werd.

Evaluatie en actualisatie van forfaits

De staatssecretaris stelt dat er geen sprake is van een wettelijke evaluatieplicht, maar erkent het belang van onderbouwing en actualisering. Van de 28 forfaits die voor actualisatie in aanmerking komen, is inmiddels een deel onderzocht en aangepast. De fiscale eigenwoningregeling zal in 2027 integraal worden geëvalueerd, waarna mogelijk actualisaties volgen.

Daarnaast worden forfaits in de schenk- en erfbelasting na meer dan veertig jaar aangepast, vanwege de toegenomen levensverwachting en de gedaalde rente. De modernisering moet per 1 januari 2028 ingaan en heeft grote gevolgen voor estate planning, met name bij het overlijden van de eerste ouder. De kinderen krijgen in die situatie vaak een rentedragende vordering op de langstlevende ouder. De rente die op basis van de huidige regelgeving in aanmerking moet worden genomen is 6%. Deze rentelast vergroot de schuld in de nalatenschap van de langstlevende en drukt zo de erfbelasting bij het tweede overlijden. De voorgestelde rente zou nu neerkomen op circa 3%.

De actualisering gaat ook gelden voor ‘schenkingen op papier’. De normrente van 6% die jaarlijks moet worden betaald om erfbelasting te voorkomen, wordt vervangen door de nieuwe lagere rente. Hierdoor kan jaarlijks minder onbelast worden over gedragen. Aan de andere kant maakt het het mogelijk om grotere bedragen op papier te schenken. In onze blog ‘De schenk- en erfbelasting op de schop!’ leest u hier meer over.

Tijd voor versnelling evaluatie en actualisatie van forfaits?

Het verdient aanbeveling om alle forfaits gezamenlijk te evalueren in bijvoorbeeld een drie- of vijfjaarlijkse QuickScan. Door te toetsen aan de actuele (economische) werkelijkheid kunnen de forfaits zo nodig worden bijgesteld of kunnen in plaats daarvan (weer) de werkelijke kosten of opbrengsten in aanmerking worden genomen. Deze aanpak voorkomt onbegrijpelijke verschillen tussen forfaitaire percentages tussen eigen gebruik van een eerste woning in box 1 (0,35%) en eigen gebruik van een tweede woning in box 3 (5,06% nu en 3,35% na 2028).

Conclusie

Het huidige gebruik van forfaits in het Nederlandse belastingstelsel roept vragen op over actualiteit en eerlijkheid. Het ontbreken van structurele evaluaties en aanpassingen aan veranderende omstandigheden leidt tot wantrouwen. Daarom is een brede, periodieke herziening van deze forfaits noodzakelijk om de belastingheffing eerlijker en transparanter te maken en zo het draagvlak te vergroten.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.

Over private banking

Vermogen biedt kansen en verplichtingen. Het is daarom prettig als er iemand met u meedenkt en samen met u de mogelijkheden verkent. Met persoonlijke aandacht bent u verzekerd van waardevol advies en dienstverlening op maat.
Over private banking