Direct naar content

Wij hebben op Financial Focus regelmatig geschreven over de Bedrijfsopvolgingsregelingen (hierna: BOR). De mogelijkheid dat deze regelingen in de toekomst versoberd worden, is daarbij al vaak genoemd. Nu is een concrete stap in die richting gezet: het Centraal Planbureau (CPB) heeft zijn evaluatie naar buiten gebracht. Welke punten in deze evaluatie vallen ons op?

Wat is de BOR ook alweer?

De BOR kent een voorwaardelijke vrijstelling van de schenk- en erfbelasting en de doorschuifregelingen in de inkomstenbelasting. Deze laatste regelingen schuiven de heffing van inkomstenbelasting door naar de nieuwe eigenaar. Op die laatste manier behoudt de belastingdienst zijn claim maar vindt er nu geen heffing plaats. Het CPB kort de doorschuifregelingen af tot de DSR. In dit stuk gebeurt hetzelfde.

Beide regelingen hebben als doel dat de belastingheffing bij overdracht van een bedrijf geen belemmering vormt voor ‘economisch gewenste bedrijfsoverdrachten’. Men wil niet dat bedrijven schade ondervinden of ‘omvallen’ doordat er belastingheffing plaatsvindt bij een schenking of overlijden.

Voor meer informatie over de BOR en de DSR leest u ook ‘Bedrijfsovername: dit zijn belangrijke fiscale aandachtspunten’ en ‘Bedrijfsoverdracht: dit zijn belangrijke fiscale aandachtspunten’.

Waarom vindt de evaluatie plaats?

Het CPB heeft op verzoek van het Ministerie van Economische zaken en Klimaat en het Ministerie van Financiën een evaluatie uitgevoerd. De evaluatie richt zich met name op de BOR en de DSR. Ze vragen zich af in welke mate de huidige regelingen noodzakelijk, doeltreffend en doelmatig zijn. Feitelijk wordt er bekeken of de BOR en de DSR in hun huidige vorm zouden moeten worden voortgezet.

Wat zegt het CPB?

Het oordeel van het CPB is vrij duidelijk. Zij geven aan dat de BOR doeltreffend is omdat de schenk – en erfbelasting (vrijwel) geen gevaar meer vormen voor de continuïteit van ondernemingen. Er vindt bij toepassing dan ook een relatief lage heffing plaats. Het CPB vervolgt daarna letterlijk ‘De BOR blijkt echter bij een substantieel deel van de overdrachten niet noodzakelijk, doordat er bij de erflaters, schenkers en/of verkrijgers voldoende vrije middelen aanwezig zijn om de belasting direct volledig te voldoen.’

Het CPB haalt een onderzoek uit 2020 aan met steekproef van de Belastingdienst. Daarin bleek dat in circa 75% van de gevallen voldoende vrije middelen aanwezig waren om de belasting te betalen. Dit wijst er volgens hen op dat het doel van de regelingen ook bereikt zou kunnen worden zonder de vrijstelling in de BOR. Het CPB haalt ook een enquête aan uit 2021 van KPMG waaruit een percentage van 20% zou blijken. Ze achten de resultaten uit een enquête echter minder betrouwbaar dan empirisch onderzoek. Evenwel blijft de grootte van het verschil opvallend.

Over de DSR zegt het CPB dat deze regelingen doeltreffend zijn in het voorkomen dat de continuïteit van ondernemingen in gevaar komt door heffing van inkomstenbelasting. Daarnaast kunnen ze de noodzakelijkheid en doelmatigheid nu niet toetsen, omdat ze niet weten welke bedragen met de regeling zijn gemoeid. Doordat de heffing hier wordt uitgesteld en niet afgesteld, is er wel sprake van meer doelmatigheid dan bij de BOR, volgens het CPB.

Welke maatregelen stelt het CPB voor?

Zonder uitputtend te willen zijn geef ik hier maatregelen weer die het CPB voorstelt.

  • De BOR is volgens het CPB bij een substantieel deel (circa 75%) van de overdrachten niet noodzakelijk. Overwogen kan dus worden om de vrijstelling in de BOR te laten vervallen en de bestaande betalingsregeling te verruimen.
  • De evaluatie gaat ervan uit dat de DSR intact blijven. Het gebruik van de DSR moet wel worden opgenomen in aangiften en moet goed geregistreerd worden.
  • Soms zijn de eigenaren niet rechtstreeks betrokken bij de onderneming of hebben ze een relatief klein belang. Volgens het CPB kan overwogen worden om een grotere betrokkenheid bij en een economisch groter belang in de onderneming als voorwaarde voor de BOR te stellen.
  • Niet alle onderdelen van de vrijstelling dragen bij aan het doel van continuïteit van de onderneming. De bezits- en voortzettingseis kunnen een onderneming minder flexibel maken. Als de BOR vrijstelling niet zou bestaan en de betalingsregeling ruimhartig is, zou dit aspect komen te vervallen.

Beleidsopties

Naast deze grote maatregelen stelt het CPB ook nog wat aanpassingen van regelingen voor die de uitvoeringskosten bij de Belastingdienst kunnen verlagen. Onder andere wordt daarvoor het volgende genoemd.

  • Leg wettelijk vast dat verhuurd vastgoed aan derden beleggingsvermogen is.
  • Laat de dienstbetrekkingseis voor de DSR vervallen.
  • Laat alleen gewone aandelen in aanmerking komen voor de BOR en de DSR.

Het gaat het kader van dit artikel te buiten om deze voorstellen verder te bespreken.

Aandachtspunten voor de evaluatie

In de kern wordt de uitdaging de fiscale faciliteiten in te zetten in die situaties waarin ze nodig zijn. Een ruimere betalingsregeling lijkt volgens het CPB in veel situaties voldoende. Wij zien de volgende aandachtspunten.

  • De schenk- of erfbelasting is niet langer grotendeels vrijgesteld. Ook voor bedrijven geldt dat een euro maar één keer besteed kan worden. De betalingsregeling kan effect hebben op bijvoorbeeld vergroening, innovatie en werkgelegenheid.
  • Wat doet het vervallen van de vrijstelling met de positie van Nederlandse bedrijven in internationale verhouding? Uit de analyse van het CPB blijkt dat de belastingdruk bij bedrijfsoverdracht in Nederland vergelijkbaar is met omliggende landen. Na het vervallen van de vrijstelling is dat niet langer het geval.
  • Het rapport besteedt ruim aandacht aan de uitvoeringskosten. Gaat het lukken om een eenvoudiger regeling te maken die werkt in situaties waarin hij nodig is?
  • Het rapport gaat uit van het vervallen van de vrijstelling. Een verschraling van de vrijstelling is wellicht politiek meer haalbaar.
  • Het rapport besteedt ook aandacht aan de maatschappelijke discussie over vermogensongelijkheid binnen generaties, de belasting van arbeid versus kapitaal en de derving van inkomsten van de overheid. In die zin past het rapport in de huidige tijd.

Vervolg

In een eerste reactie op het rapport heeft minister Mickey Adriaansens gezegd nog niet te weten of het kabinet de voorstellen overneemt. Het kabinet komt later met een inhoudelijke reactie. Wij denken dat mensen die nu bezig zijn met bedrijfsoverdracht met nog meer spoed zullen proberen de BOR in zijn huidige vorm te gebruiken.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.