Direct naar content

Investeren in veiligheid: hoe de defensiesector weer salonfähig werd

Gepubliceerd op:
9 min. leestijd

De defensie-industrie was jarenlang onverenigbaar met verantwoord ondernemen. Onder druk van Poetin en Trump is dat beeld snel gekanteld. Scheuren in de NAVO, Europese herbewapening en een nieuwe interpretatie van duurzaamheidscriteria zetten defensie weer hoog op de prioriteitenlijst.

Door:

Bommen. Kanonnen. Clustermunitie. Antipersoneelsmijnen. Chemische wapens. Defensie en wapens stonden jarenlang voor geweld, leed, dood en vervuiling. Groen of duurzaam was het al helemaal niet. Wie werkte, ondernam of belegde in de defensie-industrie, verzweeg dat maar liever op feesten en partijen. Na decennia van internationale stabiliteit, ontwapening en bezuinigingen verdween vrijwel de complete sector in de marge. Wapens en munitie waren simpelweg not done.

Hoe anders is dat nu. Conflicten en militair ingrijpen in Oekraïne, Venezuela en Iran. De brandhaarden volgen elkaar in snel tempo op. Niet verrassend dus dat defensie, strategische autonomie, zelfredzaamheid en ReArm Europe afgelopen januari in vrijwel elke zaal van het World Economic Forum in Davos domineerden. Niet omdat oorlog wenselijk is, maar omdat vrede en veiligheid niet meer vanzelfsprekend zijn. Het besef groeit dat de bescherming van vrijheid en democratie vraagt om een stevige, moderne en wendbare defensie-industrie.

Miljardeninvesteringen

Die mentale omslag vertaalt zich in harde cijfers, ook financieel. In het kader van ReArm Europe wil de Europese Unie richting 2030 zo’n 800 miljard euro uitgeven. Via nationale defensiebudgetten, gezamenlijke Europese leningen, nieuwe fondsen en private financiering. Het plan leunt op bestaande instrumenten als het European Defence Fund, Security Action for Europe (SAFE) en investeringsmandaten van de Europese Investeringsbank. Politieke besluitvorming moet de bedragen nog vastleggen, maar de koers is glashelder: veiligheid is topprioriteit. Tegelijkertijd sturen NAVO-landen aan op defensie-uitgaven tot 5 procent van het bruto binnenlands product, waarvan 3,5 procent voor kernuitgaven. Volgens PwC groeit de Europese defensiemarkt daarmee richting 300 miljard euro per jaar. Duitsland, Polen, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk nemen het voortouw, met sinds 2022 in meerdere landen een dubbelcijferige groei.

Dat zie je terug op de kapitaalmarkten, waar vermogen in rap tempo de weg vindt richting de defensie-industrie. Een actueel voorbeeld is de beursgang van de Tsjechische defensiegroep Czechoslovak Group in Amsterdam op 23 januari van dit jaar. Grote institutionele beleggers, waaronder BlackRock en het Qatarese staatsfonds, hebben er samen naar verluidt 900 miljoen euro in gestoken en ceo Michal Strnad zag zo de waardering van het bedrijf naar 25 miljard euro stijgen. Zei er iemand nog dat beleggen in defensie niet van deze tijd is?

Structureel, geen piek

Op het snijvlak van industrie, beleid en financiering volgt David Kemps, sectorspecialist industrie en defensie bij ABN AMRO, de ontwikkelingen van dichtbij. ‘Sinds 2022 zien we een duidelijke en structurele groei van de jaarlijkse defensie-uitgaven’, zegt hij. ‘Dit is geen tijdelijke piek. Overheden zijn vaste afnemers, contracten zijn meerjarig en vaak inflatiebestendig. Qua voorspelbaarheid lijkt het bijna een nutsbedrijf: met een langdurige, door de staat gedekte vraag.’

Ook in Nederland vertalen de geopolitieke verschuivingen zich in oplopende budgetten. PwC berekende dat het nationale defensiebudget stijgt van 22 miljard euro in 2025 naar 38 miljard in 2030, opgeteld in totaal 178 miljard euro. Het overgrote deel gaat in de vorm van salaris naar personeel, terwijl 62 miljard euro naar verwachting voor de aanschaf van materieel is. Van dat bedrag komt volgens PwC circa 41 miljard euro terecht bij de Nederlandse industrie, waarvan 16 miljard via binnenlandse fabrikanten en hun toeleveranciers en 25 miljard via Nederlandse bedrijven die leveren aan buitenlandse producenten.

Die cijfers sluiten aan bij het profiel van de Nederlandse defensie-industrie. Volgens Berenschot telt de sector circa duizend bedrijven met samen 22.000 fte. De omzet groeide van 4,7 miljard euro in 2021 naar 7,7 miljard in 2023 en laat een verdere stijging zien. Het gaat om een R&D-intensieve, exportgerichte sector met veel dual-use toepassingen: technologie die zowel civiel als militair inzetbaar is.

Bekende bedrijven zijn Damen Naval, Thales Nederland, DAF en Defenture. Daarnaast is er een brede laag van eerstelijns en tweedelijns leveranciers, vooral in Noord-Brabant en Zuid-Holland. PwC identificeerde zo’n 3.400 bedrijven met relevante technische competenties, waarvan het merendeel nog buiten de defensieketen actief is. ‘VDL Groep is daar een goed voorbeeld van’, zegt Kemps. ‘Een industriële zwaargewicht met kennis, productiecapaciteit en internationale netwerken. Ze zitten nu vooral in civiele toepassingen, maar hebben het DNA en de ambitie om ook in defensie een rol te spelen.’

Specialisatie essentieel

Nederland kiest nadrukkelijk voor focus. In de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 benoemt het Ministerie van Defensie zes prioriteiten: slimme materialen, sensoren, intelligente systemen, quantumtechnologie, ruimtevaart en maritieme technologie. Munitie, raketten en grootschalige luchtvaart vallen daarbuiten. Die keuze vloeit voort uit economische en geopolitieke overwegingen. ‘Nederland is sterk in hightech nichetoepassingen’, zegt Kemps. ‘Als we die uitbouwen, kunnen we strategisch van waarde zijn: binnen Europa en richting bondgenoten.’ Voor bedrijven en beleggers geeft dat richting. Hoewel deze focus niet zwart-wit is, ligt voor Nederlandse bedrijven de groei waarschijnlijk vooral in technologie en dan bij voorkeur met civiele en militaire toepassingen.

Versneller van innovatie

De nieuwe defensie-industrie, als we die zo mogen noemen, moet naast snel en grootschalig vooral ook flexibel zijn. Kemps: ‘Als je wilt begrijpen hoe ingrijpend oorlogsvoering verandert, hoef je alleen maar naar Oekraïne te kijken. Het conflict daar is een wrede proeftuin voor moderne oorlogsvoering. Niet tanks maar grote en kleine drones bepalen de krachtsverhoudingen. De beschikbaarheid van sensoren en software bepaalt leven of dood. En de ontwikkelingen gaan razendsnel. Hardware verandert bijna maandelijks, software zelfs wekelijks. De drone van een jaar geleden is een heel andere dan de drone van nu. Bij drone-inzet praten we niet meer over één drone, maar over tweeduizend tegelijk, die als een zwerm complete oorlogsschepen kunnen vernietigen.’

Van maakindustrie naar tech

Die versnelling verandert het karakter van de sector. Defensie draait steeds minder om zware staalproductie en steeds meer om data, sensoren, software en systeemintegratie. Innovaties en contra-innovaties volgen elkaar in hoog tempo op: van dronebesturing hinderen door het jammen (verstoren) van radiosignalen en anti-jamming tot drones aan microscopisch dunne glasvezeldraadjes. Die zijn zo succesvol dat ze langs de frontlinie in Oekraïne op veel plaatsen als een deken van spinnenwebben over het land liggen. In liefde en oorlog is alles geoorloofd. Ja, ook AI-besturing voor de laatste meters, antidronedrones en anti-antidronedrones. Wat de vijand vandaag verzint, moeten wij morgen kunnen pareren.

Dat verandert de strijd aan het front, maar ook de industrie. Kemps: ‘Voor bedrijven betekent dit kortere ontwikkeltijden, onzekerheid over standaarden en een grotere nadruk op kennisintensieve technologie. Moeten we van een bepaald type drone honderdduizend stuks op voorraad hebben, met het risico dat die binnen een jaar nutteloos zijn? Of moeten we zorgen dat de hardware in losse modules klaarligt en dat we mensen paraat hebben om last minute de jongste generatie sensoren te monteren en software-updates te ontwikkelen en uploaden?’ De defensie-industrie is in veel opzichten geen klassieke maakindustrie meer maar een hightech ecosysteem.

Europese schaal

Die technologische realiteit vraagt schaal. Voor kapitaalintensieve investeringen is de Nederlandse markt te klein. Daarom zet de Europese Unie in op gezamenlijke orders en vraagbundeling. In theorie vergroot dat de schaal, verlaagt het de kostprijs en biedt het bedrijven meer zekerheid. In de praktijk blijven nationale reflexen dominant: Frankrijk koopt Frans, Duitsland koopt Duits. Europese samenwerking komt op gang, zij het langzaam. Voor beleggers weegt dat zwaar mee. Wie nu investeert in capaciteit wil weten of toekomstige volumes de investering kunnen dragen. Defensie kan aanvoelen als een nutssector, maar functioneert als een politieke markt.

Defensie en beleggen

De meest fundamentele verschuiving vindt plaats vanuit beleggersperspectief. Waar de defensie-industrie jarenlang door de meeste beleggers werd uitgesloten, zien we tegenwoordig een meer genuanceerde en pragmatische benadering. ‘Als we het belichten vanuit ESG-criteria zien we met name bij de S, de sociale component, een verschuiving’, stelt Judith Sanders, duurzaam beleggingsstrateeg bij ABN AMRO. ‘Sinds de Russische inval in Oekraïne en de acties van Trump en de VS in Venezuela en rond Groenland weten we hoe kwetsbaar onze veiligheid is. En hoezeer de mogelijkheid om jezelf te verdedigen een voorwaarde is om als samenleving stabiel, democratisch en sociaal te kunnen zijn.’

Op de E en G blijft het schuren. Sanders: ‘Op de E van environmental omdat tanks, straaljagers en artillerie niet snel emissievrij zullen worden. Militair materieel is in principe fossielintensief, met hoge emissies.’ Ook de langetermijngevolgen door schade van bombardementen en geplaatste landmijnen zijn enorm in de getroffen gebieden. Op governance scoort de defensie-industrie gemiddeld, ziet Sanders. We zien enerzijds zware regulering en strenge audits, vanwege de hoge eisen aan de kwaliteit en betrouwbaarheid van wapensystemen en de bedrijven die ze maken. ‘Daar staat tegenover dat er weinig openheid is. Die geheimzinnigheid botst met transparantiewensen van beleggers. We begrijpen dat niet ieder client dezelfde afwegingen maakt, daarom laten we de keus om wel of niet te willen investeren in defensie bij de klant.’ (zie kader)

Hoe ABN AMRO omgaat met beleggen in defensie

ABN AMRO onderschrijft het belang van collectieve veiligheid en schaart zich achter de NAVO-afspraken om de defensiecapaciteit te versterken. Tegelijk laat de bank de keuze om al dan niet in defensie te beleggen nadrukkelijk bij de klant. Die keuze vertaalt ABN AMRO in een duidelijk onderscheid tussen beleggingsmandaten. Binnen de ESG-startermandaten is beleggen in defensie toegestaan, met uitzondering van producenten van controversiële wapens zoals cluster-munitie, chemische wapens en kernwapens. In de ESG-gevorderde mandaten en impactmandaten kiest ABN AMRO ervoor niet in defensie te beleggen. Zo krijgen beleggers helder inzicht in de afwegingen en ruimte om te kiezen wat past bij hun persoonlijke waarden en risicobereidheid.

Hernieuwde aantrekkingskracht

Net als Kemps begrijpt ook Sanders de hernieuwde interesse van beleggers in defensie. ‘Allereerst vanwege de enorme investeringen die er de komende jaren aankomen, en de structurele en langdurige vraag die daarop zal volgen. Tel daarbij op de hoge toetredingsdrempels voor bedrijven om voor defensie te mogen produceren en de grote prijszettingsmacht als ze eenmaal supplier zijn.’ Daarnaast zijn defensieaandelen voor beleggers een geopolitieke hedge. ‘In tijden van internationale spanningen, als de beurskoersen onder druk staan, doen defensieaandelen het over het algemeen heel goed.’ Wel waarschuwen zij beiden voor te hooggespannen verwachtingen. Sanders: ‘Beleggers moeten alert blijven op mogelijke uitdagingen, de waarderingen voor defensiebedrijven zijn de afgelopen tijd al fors opgelopen. En het blijft politiek: budgetten kunnen veranderen en zelfs wegvallen, nog afgezien van risico’s op het vlak van mogelijke onderbrekingen in de toeleveringsketen, productiecapaciteit en hindernissen door regelgeving, die van invloed kunnen zijn op waarderingen op korte termijn.’ Oftewel: hoe hot defensie op dit moment ook is, zelfs de wapenindustrie ontkomt niet aan economische wetten.

Beleggen doet u met geld dat u over heeft, naast uw buffer voor onvoorziene uitgaven. Beleggen kan interessant zijn, maar brengt risico’s met zich mee. U kunt (een deel van) uw inleg verliezen. Het is goed om u hiervan bewust te zijn.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.

Over private banking

Vermogen biedt kansen en verplichtingen. Het is daarom prettig als er iemand met u meedenkt en samen met u de mogelijkheden verkent. Met persoonlijke aandacht bent u verzekerd van waardevol advies en dienstverlening op maat.
Over private banking