Direct naar content

Lagere belastingrente: fiscale meewind voor uw BV

Gepubliceerd op:
3 min. leestijd

Op 16 januari heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan met betrekking tot de belastingrente die bedrijven verschuldigd zijn bij het te laat betalen van vennootschapsbelasting. De Raad heeft geoordeeld dat het verhoogde belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting moet worden verlaagd naar het lagere tarief dat geldt voor andere belastingen. De uitspraak heeft aanzienlijke financiële consequenties voor de overheid.

Verlaging van het belastingrentepercentage

Belastingrente wordt verschuldigd indien er belasting moet worden betaald, maar de aangifte niet op tijd is ingediend (of daarvan wordt afgeweken) en er ook niet op tijd een voorlopige aanslag is aangevraagd. Het arrest van Hoge Raad ging over 2022 en 2023. De hogere rente voor de vennootschapsbelasting had volgens de Hoge Raad vooral als doel de schatkist te vullen. Die lastenverzwaring werd bovendien uitsluitend bij één groep neergelegd, terwijl de belastingrente voor alle belastingplichtigen gelijk zou moeten zijn. Het lagere tarief is daarom van toepassing, overigens ook op de jaren vanaf 2024. Voor de overheid betekent dit een aanzienlijke inkomstenderving, geschat op minimaal €1,3 miljard.

Gevolgen voor de praktijk en aanpassing rentepercentages

Belastingplichtigen die bezwaar hadden gemaakt tegen het hogere rentepercentage, zullen in het gelijk worden gesteld en het rentepercentage wordt aangepast naar het lagere tarief, zoals weergegeven in het onderstaande overzicht:

Tijdvak Percentage was: Percentage wordt
Vanaf 1-1-2026 7,5 5
1-1-2025 t/m 31-12-2025 9 6,5
1-1-2024 t/m 31-12-2024 10 7,5
1-7-2023 t/m 31-12-2023 8 6
1-1-2022 t/m 30-06-2023 8 4

Omdat de Hoge Raad tevens heeft geoordeeld dat de belastingrente voor andere belastingen wel in overeenstemming is met het zogenoemde evenredigheidsbeginsel, worden bezwaren daartegen afgewezen.

Mogelijkheden voor belastingplichtigen die nog geen bezwaar hebben gemaakt

Belastingplichtigen die nog geen bezwaar hadden gemaakt tegen aanslagen met het hogere belastingrentepercentage, hebben beperkte mogelijkheden om alsnog bezwaar aan te tekenen. Bij definitieve- en zogenoemde navorderingsaanslagen kan namelijk maar tot zes weken na de dagtekening bezwaar worden gemaakt. Bij een voorlopige aanslag kan een verzoek om herziening worden ingediend tot zes weken na de dagtekening van aanslag.

Conclusie

De hoge rente ontwikkelde zich als extra inkomstenbron voor de overheid, naast de daadwerkelijke heffing van belasting. De Hoge Raad stelt nu grenzen aan deze inkomstenbron, met grote financiële gevolgen voor de Nederlandse overheid. Tegelijkertijd wordt het gelijkheidsbeginsel voor belastingplichtigen hiermee gewaarborgd.

 

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.

Over private banking

Vermogen biedt kansen en verplichtingen. Het is daarom prettig als er iemand met u meedenkt en samen met u de mogelijkheden verkent. Met persoonlijke aandacht bent u verzekerd van waardevol advies en dienstverlening op maat.
Over private banking