Direct naar content

Op Prinsjesdag heeft het kabinet de fiscale plannen voor 2023 gepresenteerd. Een deel van de plannen en voornemens voor de komende jaren was al bekendgemaakt of uitgelekt. En een deel daarvan vinden we nu terug in het Belastingplan 2023. Ondernemers worden door wijzigingen in meerdere belastingwetten geraakt. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste voorgestelde fiscale maatregelen in de respectievelijke belastingwetten.

Inkomstenbelasting

Verlaging zelfstandigenaftrek, verhoging arbeidskorting

In 2022 bedraagt de zelfstandigenaftrek voor ondernemers die aan het zogenaamde urencriterium voldoen €6.310. De zelfstandigenaftrek wordt al in stappen afgebouwd. Het kabinet wil de zelfstandigenaftrek vanaf 2023 versneld afbouwen. Bij het versneld afbouwen, wordt de zelfstandigenaftrek al in 2026 teruggebracht tot €1.200 en in 2027 verder verlaagd naar €900. Compensatie vindt plaats via verhoging van de arbeidskorting.

Het doel van de afbouw, is kleinere belastingverschillen tussen werknemers in loondienst en zelfstandigen (ondernemers voor de inkomstenbelasting).

De startersaftrek, de verhoging van de zelfstandigenaftrek voor starters, blijft ongewijzigd.

Afschaffen oudedagsreserve

Ondernemers met een eenmanszaak of vennootschap onder firma hebben op dit moment de mogelijkheid 9,44% van de winst tot een maximaal bedrag van €9.632, op de winst in aftrek te brengen om een oudedagsreserve te vormen. Daarover moet dan in de toekomst alsnog belasting worden betaald of de reserve moet worden omgezet in een lijfrente. Vanaf 1 januari 2023 mag niet meer fiscaal gefaciliteerd aan een oudedagsreserve worden gebouwd. De tot en met 31 december 2022 opgebouwde reserve kan volgens de huidige regels worden afgewikkeld.

Het doel van het afschaffen van de oudedagsreserve is meer gelijke fiscale behandeling van werknemers en ondernemers.

Omzetten oudedagsverplichting naar lijfrente

De ODV is de fiscale waarde van de pensioenverplichting in eigen beheer van een B.V. Het kabinet wil belastingplichtigen ruimere mogelijkheden bieden om hun oudedagsverplichting (ODV) om te zetten in een lijfrente.

AOW-gerechtigden moeten 5 jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd hun ODV kunnen omzetten naar een lijfrente. De nieuwe wet gaat met terugwerkende kracht in tot en met 1 april 2017.

Het doel van de maatregel is de administratieve last voor belastingplichtigen te verminderen.

Aanpassen doorschuifregeling (DSR)

Bij de overdracht van een onderneming is de ondernemer inkomstenbelasting verschuldigd over de meerwaarde van de onderneming of over de meerwaarde van de aandelen als de onderneming wordt gedreven in een vennootschap. Dit geldt ook als dat gebeurt in de vorm van een schenking of vererving.

De doorschuifregeling schuift de inkomstenbelastingclaim over deze meerwaarde van de overdrager door naar de verkrijgers. Zonder doorschuifregeling kan de heffing van deze belasting met name bij overdrachten via schenking of erfenis problematisch zijn, doordat de voormalige eigenaar geen tegenpresentatie ontvangt voor de onderneming. De DSR schuift de heffing van inkomstenbelasting bij bedrijfsoverdracht door naar de nieuwe eigenaar en naar een later moment.

Eind dit jaar of in de eerst helft van volgend jaar komt het kabinet met een kabinetsreactie op de evaluatie van de DSR door het CPB. Het kabinet gaat zich de komende jaren inzetten om opmerkelijke belastingconstructies en negatief geëvalueerde fiscale regelingen aan te pakken.  Over verhuurd vastgoed wordt al opgemerkt, dat deze straks niet meer in aanmerking komt voor de DSR.

Invoering twee schijven box 2

Bij aanmerkelijk-belanghouders (kort gezegd: aandeelhouders met een belang van ten minste 5% in een BV) worden inkomsten uit de BV (zoals dividend) in de inkomstenbelasting belast in box 2. Het tarief in box 2 bedraagt nu 26,9%. Per 1 januari 2024 wil het kabinet in box 2 twee schijven introduceren. Over het box 2-inkomen tot en met €67.000 tarief wordt het tarief 24,5% en voor het inkomen daarboven 31%.

2022 2023 2024
Tarief schijf 1 26,9% 26,9% 24,5%
Tarief schijf 2 31%
Schijfgrens €67.000

Het doel van dit progressief tarief is het bevorderen van jaarlijkse winstuitkering en daarmee het tegengaan van belastinguitstel. Bovendien wil het kabinet met deze maatregel de inkomens van ondernemers, zelfstandigen en werknemers gelijker belasten.

Wetsvoorstel excessief lenen door Tweede Kamer

Hoewel geen onderdeel uitmakend van het Belastingplan, maar toch het vermelden waard op deze plek, is dat de Tweede Kamer op 13 september 2022 een wetsvoorstel heeft aangenomen dat excessief lenen door aandeelhouders bij de eigen vennootschap moet tegen gaan. Per 2023 gaan aandeelhouders met een aanmerkelijk belang (kort gezegd: aandeelhouders met een belang van ten minste 5% in een BV) met een schuld aan de B.V. van meer dan €700.000,  inkomstenbelasting in box 2 betalen over het meerdere van €700.000. De peildatum om te bepalen of sprake is van excessief lenen, wordt 31 december. Aanmerkelijkbelanghouders met hoge schulden hebben dan ook tot 31 december 2023 de tijd om die te verminderen.

Leningen die zijn aangegaan voor de financiering van de eigen woning (box 1-leningen) tellen niet mee. Voor nieuwe eigenwoningschulden na 31 december 2022 dient aan de vennootschap een recht van hypotheek te zijn verstrekt.

Het doel van deze maatregel is het tegengaan van belastinguitstel.

Loonbelasting

Aanpassing gebruikelijk-loonregeling

Het gebruikelijk loon dat wordt belast, wordt nu ten minste gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van hetzelfde lichaam of van een verbonden lichaam;
  • €48.000.

De huidige doelmatigheidsmarge van 25% wordt afgeschaft. De doelmatigheidsmarge is het percentage waarmee de DGA zijn salaris mag verminderen ten opzichte van iemand met de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Doel van de maatregel is het gelijker belasten van het inkomen van ondernemers met dat van werknemers in loondienst.

Vennootschapsbelasting

Aanpassing tarief vennootschapsbelasting

Per 2023 wordt het tarief waartegen in de eerste schijf wordt afgerekend verhoogd van 15 naar 19%. De schijfgrens wordt verlaagd van €395.000 naar €200.000. Hierdoor betalen bedrijven eerder het hoge vpb-tarief van 25,8%.

2022 2023
Tarief schijf 1 15% 19%
Tarief schijf 2 25,8% 25,8%
Schijfgrens €395.000 €200.000

Door een vennootschap op te splitsen of een fiscale eenheid te verbreken, kan meerdere keren van het tariefopstapje van 15% gebruik worden gemaakt. Door verlaging van de schijfgrens naar €200.000 en verhoging van het tarief in de eerste schijf naar 19% wordt het opsplitsen van vennootschappen minder aantrekkelijk.

Doel van deze maatregel is de inkomens van ondernemers, zelfstandigen en werknemers gelijker te belasten, naast geld ophalen om de lasten voor burgers te kunnen verlagen.

Schenk- en erfbelasting

Aanpassen bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

De huidige BOR bestaat uit 3 onderdelen:

  • Een vrijstelling van 100% voor het verschil tussen de liquidatiewaarde en de going-concernwaarde.
  • Een vrijstelling van 100% voor de waarde van de onderneming tot €1.134.403.
  • Een vrijstelling van 83% voor het deel van de waarde van de onderneming boven €1.134.403.

De opvolger kan uitstel van betaling krijgen voor de schenk- en erfbelasting die over de resterende 17% van het ondernemingsvermogen is verschuldigd.

Eind dit jaar of in de eerst helft van volgend jaar komt het kabinet met een kabinetsreactie op de evaluatie van de BOR door het CPB. Het kabinet richt zich de komende jaren op het aanpakken van opmerkelijke belastingconstructies en negatief geëvalueerde fiscale regelingen.  Over verhuurd vastgoed wordt al opgemerkt dat deze straks niet meer in aanmerking komt voor de BOR.

Omzetbelasting

Afschaffing vrijstelling bpm voor bestelauto’s

De vrijstelling voor bestelauto’s van ondernemers wordt afgeschaft.

Per 2025 betalen ondernemers bpm bij de aanschaf van een bestelauto op benzine, diesel of gas. De hoogte van de belasting wordt bepaald door de CO2-uitstoot. De vrijstelling voor emissievrije bestelauto’s blijft bestaan. In 2025 wordt ook de motorrijtuigenbelasting (mrb) op bestelauto’s verhoogd met 15% en met 6,96% in 2026. Het hangt af van de type bestelauto hoeveel belasting wordt betaald.

Het doel van de maatregel is het stimuleren van de verkoop van milieuvriendelijke bestelauto’s.

Gratis webinar over Prinsjesdag 2022

Wilt u bijgepraat worden door onze experts over de kabinetsplannen die het kabinet op Prinsjesdag presenteert en wat deze voor u betekenen? Meld u dan nu aan voor het webinar ‘Prinsjesdag 2022’.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.