Direct naar content
4 min. leestijd
  • Auteur

De Sustainable Development Goals (SDG/s of duurzame ontwikkelingsdoelen) vormen een nuttige routekaart van duurzaamheidsprioriteiten die tegen 2030 moeten worden bereikt. Deze doelen zijn in 2015 opgesteld en qua tijd zijn we nu ongeveer halverwege. Hoewel op sommige gebieden vooruitgang is geboekt, zijn andere doelen nog lang niet bereikt. Het verduurzamen van gebouwen is daar één van.

Zo heeft het verbeteren van de energie-efficiëntie (SDG 7.3) slechts “bescheiden technische efficiëntieverbeteringen” laten zien. Het Milieuprogramma van de VN (UNEP) maakt gebruik van de zogenaamde “Global Buildings Climate Tracker” en bevestigt dat de gebouwen- en bouwsector niet op koers ligt om tegen 2050 CO2-vrij te worden. Dit is een probleem, aangezien de bouwsector verantwoordelijk is voor ongeveer 37% van de wereldwijde uitstoot en 34% van de wereldwijde vraag naar energie. Maar er zijn veel manieren waarop de gebouwde omgeving zijn ecologische voetafdruk kan verkleinen.

Ten eerste kan de energie-efficiëntie van gebouwen worden verbeterd. Hoewel slechts een klein aantal landen verplichte energienormen voorschrijft, zouden groene bouwcertificaten de norm moeten zijn voor alle nieuwbouw. Het zou ook verplicht moeten zijn voor renovaties. Op dit moment is er geen sprake van standaardisatie, en dat maakt het moeilijk om ervoor te zorgen dat alle nieuwe gebouwen aan de hoogste normen voldoen. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) is de totale vraag naar energie in gebouwen de afgelopen tien jaar elk jaar met 1% gestegen. De energie voor verwarming is afgenomen, terwijl de vraag naar energie voor koeling toeneemt. Het goede nieuws is dat de energie-intensiteit van gebouwen al afneemt. Volgens het IEA moet die de komende tien jaar wel bijna vijf keer zo snel dalen als in de afgelopen tien jaar, om in lijn te komen met een netto-nul-scenario.

Ten tweede is een kleiner, maar belangrijk deel van de emissies verbonden met de bouwfase. Dit is de ingebedde uitstoot van de gebruikte materialen. De vraag naar grondstoffen zal de komende decennia naar verwachting behoorlijk toenemen. Maar staal, beton en cement dragen in grote mate bij aan de uitstoot van de sector. Daarom zijn een verantwoorde inkoop van materialen en innovatie in de productie nodig om de uitstoot van deze materialen te verlagen. Daarnaast is het nuttig om te kijken naar de levensloop van de materialen. Denk bijvoorbeeld aan opnieuw gebruiken van bouwmaterialen. Bouwmaterialen die afkomstig zijn uit bijvoorbeeld mijnbouw hebben een negatief effect op de biodiversiteit. Bovendien gaan materialen na gebruik vaak naar de stortplaats. Het gebruik van gerecyclede materialen draagt daardoor ook bij aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen.

Hieronder lichten we twee bedrijven uit die de overgang naar een duurzamere bouwsector ondersteunen en op verschillende manieren duurzamere gebouwen stimuleren.

ING Groep

De Nederlandse bank ING Groep bevindt zich, net als de rest van de bancaire sector, in het epicentrum van de bouw- en vastgoedfinanciering. Banken zoals ING spelen daardoor een cruciale rol in de energietransitie en het verkleinen van de ecologische voetafdruk in deze sectoren. In Europa zijn de meeste gebouwen nog verre van energie-efficiënt. De snelheid van aanpassing en renovatie neemt licht toe, maar in een relatief laag tempo. De grootste uitdaging is om alle partijen die betrokken zijn bij het bouwproces van A tot Z met elkaar in contact te brengen. Van planning tot ontwerp en van financiering tot bouw. Met een sterke en solide samenwerking kan het energieverbruik en daarmee de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen sneller worden teruggedrongen.

ING probeert met haar productassortiment groenere woningen en bouw te stimuleren. ING geeft daarom kortingen op hypotheken voor energiezuinige woningen. En biedt aantrekkelijke leenvoorwaarden om woningen en gebouwen duurzamer te maken, zoals met de energiebespaarlening. Dat is een annuïtaire lening met vooraf vastgestelde voorwaarden om woningverbeteringen door te voeren. ING stelt samen met klanten duurzaamheidscriteria op om in de leningsovereenkomst op te nemen. Vervolgens worden ze gedurende de looptijd regelmatig gecontroleerd.

ING biedt ook energiebesparingshypotheken aan. Deze zijn voor huiseigenaren met een beperkte leencapaciteit. Maar ook voor mensen van wie de woning onderdeel is van een breed gemeentelijk energiebesparingsplan. Voor de financiering van commercieel vastgoed biedt ING onder andere groene leningen aan. Deze groene lening is gericht op het (her) financieren van de aankoop van al opgeleverd vastgoed dat voldoet aan de duurzaamheidscriteria van ING – of dat op korte termijn zal doen. Toch moeten de krachten tussen de private en publieke sector verder worden gebundeld om echt impact te hebben op de woning- en vastgoedmarkt.

Vinci

Vinci is het grootste bouwbedrijf ter wereld. Naast de bouw is het actief in energie-infrastructuur. Het bedrijf is ook uitbater van luchthavens en tolwegen. Vinci heeft richtlijnen voor milieubescherming opgesteld voor alle landen waarin het actief is. Deze richtlijnen geven aan hoe een project moet worden gepland met de impact op het milieu in het achterhoofd. Het bedrijf identificeert risico’s en implementeert beschermingsmaatregelen. Ook houdt het toezicht tijdens het project en traint het werknemers om het bewustzijn te vergroten. Dit geldt niet alleen voor de bouw van gebouwen, maar ook voor Vinci’s andere activiteiten zoals de aanleg van snelwegen.

Wat de bouwactiviteiten betreft zijn er verschillende manieren waarop Vinci de impact op het milieu probeert te minimaliseren. Vanwege de grondstoffenschaarste ontwikkelt het bedrijf zich in de richting van een circulaire manier van zakendoen. Hiervoor moest Vinci het ontwerp van productieprocessen verbeteren – en ze zal dit blijven doen. Vinci vervangt bijvoorbeeld actief cement door CO2-arm beton. Dit beton vervangt klinker, de grootste veroorzaker van de uitstoot, door een alternatief bindmiddel, een bijproduct van ijzerproductie.

Een ander voorbeeld is dat Vinci de hoeveelheid afval wil verminderen door nauwkeurigere materiaalbestellingen te doen. Als er materiaal overblijft van afgeronde werkzaamheden, wil Vinci dit gebruiken voor andere projecten in plaats van het weg te gooien. Vinci zal een app introduceren voor werknemers om de ongebruikte materialen en apparatuur aan het einde van het project op de verschillende locaties te inventariseren.

Na dit alles is er nog steeds afval. Vinci werkt samen met een netwerk van partners in een afvalmarktplaats om afval op te sporen, te gebruiken of te recyclen. Als laatste voorbeeld heeft Vinci milieuvriendelijke gebouwen ontwikkeld met oplossingen voor facility management om energie-efficiënte werk- en leefomstandigheden te optimaliseren.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.