Direct naar content

Bij echtparen is de estate planning voor een groot deel gericht op de positie van de langstlevende partner. Die planning wordt concreet als er een overlijden plaatsvindt. Wat zijn vanaf dat moment de aandachtspunten? Hebben uw kinderen een vermogensaanspraak gekregen op u als  langstlevende ouder? Heeft u die ook goed vastgesteld? En hoe verwerken u en uw kinderen deze aanspraak in de aangifte inkomstenbelasting?

In welke situatie bent u terecht gekomen?

De meeste echtparen met kinderen hebben een ‘langstlevenderegeling’ getroffen voor de situatie dat één van hen overlijdt. Maar er zijn verschillende regelingen die hieronder vallen. We moeten dus nog een slag dieper gaan om te weten wat de situatie precies is.

De doelstelling van een langstlevenderegeling is dat het vermogen ter beschikking komt aan de langstlevende partner. Een belangrijke vraag hierbij is of de langstlevende eigenaar wordt of vruchtgebruiker van het vermogen uit de nalatenschap? En krijgt de langstlevende het vermogen levenslang onder zich of zijn er situaties benoemd waarin het vermogen eerder aan de kinderen moet worden uitgekeerd? Dat is soms zo bij hertrouwen van de langstlevende of wanneer de langstlevende een eigen bijdrage voor zorgkosten moet betalen.

Dit zijn belangrijke vragen. Zij kunnen alleen worden beantwoord door goed naar uw eigen situatie te kijken. Is er een testament en wat is daarin precies beschreven?

Is alles goed vastgelegd?

Er zijn langstlevenderegelingen die automatisch tot stand komen en regelingen die na een overlijden nog tot stand moeten worden gebracht. De wettelijke verdeling is een voorbeeld van een regeling die automatisch werkt: de langstlevende wordt door het overlijden automatisch eigenaar van het vermogen uit de nalatenschap. Een vruchtgebruiktestament is een voorbeeld van een regeling die tot stand moet worden gebracht. De langstlevende krijgt bijvoorbeeld het recht om levenslang in de woning te blijven wonen. Dat recht is er pas echt als het in een akte bij de notaris wordt ‘gevestigd’. Dat is iets dat na overlijden moet gebeuren.

De praktijk leert dat zaken na overlijden vaak niet goed worden vastgelegd. Bijvoorbeeld omdat u dan wel andere dingen aan uw hoofd heeft. Dat is begrijpelijk, maar het is toch belangrijk dat het gebeurt. Het helpt bijvoorbeeld om zaken overzichtelijk te houden. Dat is een belangrijke stap om de kans op conflicten in de familie te verminderen.

Bij de wettelijke verdeling is het belangrijk dat de omvang van de vordering van de kinderen wordt vastgesteld. Gebeurt dat niet, dan kan het een hele toer worden om dat na 10 of 15 jaar alsnog te moeten doen. Bij het overlijden van de langstlevende moet immers duidelijk zijn wat de aanspraken van de kinderen zijn. Al was het alleen al voor de erfbelasting.

Het belang om vruchtgebruik op een woning te vestigen is dat die woning in box 1 blijft en niet in box 3 terechtkomt.

Hoe zit het voor de inkomstenbelasting?

Stel nu dat duidelijk is in welke situatie u als langstlevende ouder terecht bent gekomen. En stel verder dat alles ook goed is vastgelegd. Bij het invullen van de belastingaangifte lopen we dan tegen de praktische vraag aan: hoe zit het voor de inkomstenbelasting?

Het uitgangspunt is dat sprake is van ‘defiscalisatie’. Dat wil zeggen dat de kinderen hun aanspraken niet als bezitting hoeven op te geven in box 3. De langstlevende mag ze niet in aftrek brengen van zijn of haar vermogen. Ze worden dus eigenlijk genegeerd en er moet belasting worden betaald alsof ze er niet zijn. Dit voorkomt dat de kinderen belasting moeten betalen over vermogen dat hen nog niets oplevert.

De hoofdlijn is helder, maar er zijn enkele aandachtspunten:

  • Het is opletten bij een opgebouwde rente voor 1 januari 2001.
  • De negeer-regeling eindigt in beginsel als de aanspraak van de kinderen opeisbaar wordt.
  • Vorderingen ontstaan via een ik-grootouder-clausule vallen niet onder de negeer-regeling.
  • Dat geldt ook voor schenkingen op papier.

In dit artikel hebben wij de gevolgen voor de inkomstenbelasting uitgebreider beschreven en ook de hier genoemde uitgangspunten verder uitgewerkt.

Wat kunt u zelf nog regelen?

Een volgende stap kan zijn om vanuit het perspectief van estate planning te kijken naar uw situatie als langstlevende ouder. Ten eerste is het dan van belang om naar uw inkomen en vermogen te kijken. Wat is uw situatie precies en hoe ontwikkelt zich dat naar verwachting in de toekomst? Vervolgens kunnen we kijken of de regelingen die u heeft getroffen nog actueel zijn. Uw testament, uw levenstestament en het thema schenken kunnen tegen het licht worden gehouden.

Opletten bij het overlijden van een langstlevende ouder!

Dan komt het moment dat de langstlevende ouder overlijdt. Dan is er weer een nalatenschap die moet worden afgewikkeld, met eigen aandachtspunten. Hebben de maatregelen die bedoeld waren om de erfbelasting te beperken ook gewerkt? En is niet de situatie van een ‘failliete langstlevende’ ontstaan? Door de aanspraken van de kinderen kan een langstlevende ouder, die ogenschijnlijk vermogend is, op papier wel eens een negatief vermogen hebben. Het is voor de kinderen dan oppassen bij het aanvaarden van de erfenis. Hier leest u daar meer over.

Tot slot

Estate planning is een dynamisch proces dat vanuit elke levensfase bekeken moet worden. Er zijn in elke fase wel bijzondere aandachtspunten. Voor de aangifte inkomstenbelasting is er de vraag hoe de erfrechtelijke aanspraken van de kinderen daarin terugkomen. Waarschijnlijk zien we die niet terug en dat levert gemak en eenvoud op. Maar dat is geen reden om de aanspraken van de kinderen niet goed vast te leggen. En verder is het ook hier opletten voor de uitzonderingen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.