Direct naar content

Stel, u hebt een aardig bedrag aan eigen vermogen opgebouwd binnen uw BV door jaarlijks winsten te reserveren en/of door verkoop van uw bedrijf. U wilt dit vermogen niet meer gebruiken voor ondernemingsactiviteiten. Hoe haalt u dan een maximaal nettorendement uit dit vermogen? Blijft u beleggen binnen uw BV? Of is er een gunstiger alternatief?

Drie alternatieven

We bekijken drie manieren om het eigen vermogen van uw BV te beleggen:

  • Beleggen binnen de BV
  • Dividend uitkeren uit de BV en privé verder beleggen
  • Geld lenen van uw BV en privé beleggen

Welke manier voor u het voordeligst is, is vooral afhankelijk van het rendement dat u realiseert. Verder zijn ook de effectieve belastingdruk in box 3, het tarief van de vennootschapsbelasting (vpb) en de rente waartegen u leent als u gaat beleggen met een lening van de BV van invloed.

Tot 20 september 2016 was het mogelijk om eigen vermogen uit een BV ‘fiscaal geruisloos’ onder te brengen in een zogenaamde vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI). Door een wetswijziging is dit niet meer mogelijk. Daarom laten we die optie hier buiten beschouwing. Voor ‘oude gevallen’ kan het nog wel interessant zijn om de VBI-status te behouden.

Beleggen binnen de BV

Zolang het vermogen binnen de BV blijft, betaalt de BV vennootschapsbelasting (vpb) over al het gerealiseerde rendement. In 2020 geldt een ‘opstaptarief’ van 16,5% over de winst tot € 200.000. Over het meerdere betaalt de BV 25%. Over de nettowinst na vpb betaalt u als aandeelhouder (meer dan 5%) later nog inkomstenbelasting (IB) in box 2. Bijvoorbeeld als u de aandelen van uw BV verkoopt of als de BV dividend aan u uitkeert. Uiterlijk bij uw overlijden incasseert de fiscus die box 2-belasting. In 2020 is het tarief 26,25%. Per 2021 dalen de vpb-tarieven verder. Tegelijkertijd stijgt het IB-tarief in box 2. Per saldo daalt de gecombineerde belastingdruk – eerst vpb en later IB in box 2 over de winst na vpb – hierdoor enigszins, zo is in onderstaande tabel te zien.

vpb laag

 

vpb hoog IB box 2 Gecombineerd laag Gecombineerd hoog
2019 19,00% 25,00% 25,00% 39,25% 43,75%
2020 16,50% 25,00% 26,25% 38,42% 44,69%
2021 15,00% 21,70% 26,90% 37,87% 42,76%

Dividend uitkeren

Wanneer de BV eigen vermogen als dividend uitkeert, moet u privé direct in box 2 belasting afrekenen. Wat na box 2-belasting netto overblijft, verhuist naar box 3. Daar wordt niet het werkelijke rendement belast maar een forfaitair vastgesteld rendement. Het forfaitaire rendement is (vooralsnog) afhankelijk van de omvang van het vermogen in box 3. In 2020 varieert dit tussen circa 1,79% en 5,28%. Over het forfaitaire inkomen betaalt u 30% belasting. De belasting als percentage van het vermogen varieert daardoor tussen circa 0,54% en 1,58%.

Vermogen in box 3 Forfaitair rendement IB als % van vermogen in box 3
Heffingvrij vermogen € 30.846

(partners: € 61.692)

€ 30.846 - € 103.643

(partners: € 61.692 - € 207.286)

1,7893% 0,54%
€ 103.643 - € 1.036.418

(partners: € 207.286 - € 2.072.836)

4,1859% 1,26%
Vanaf € 1.036.418

(partners: € 2.072.836)

5,2800% 1,58%

Beleggen binnen de BV of privé?

Als het nettorendement na vpb binnen de BV (‘NRbv’) precies gelijk is aan het nettorendement privé na aftrek van belasting in box 3 (‘NRp’), maakt het geen verschil op welk moment – na ‘n’ jaren – u de belastingclaim in box 2 afrekent. Althans bij een gelijkblijvend tarief in box 2:

Beginkapitaal × (1 + NRbv)n × (1 – box 2) = Beginkapitaal × (1 – box 2) × (1 + NRp)n

We zoeken dus naar een bruto rendement vóór belasting, dat netto na vennootschapsbelasting in de BV eenzelfde uitkomst oplevert als privé na aftrek van de box 3-belasting. Dat rendement kan in het algemeen eenvoudig worden berekend door de belastingdruk in box 3 te delen door de geldende vennootschapsbelasting:

Omslagpunt (rendement) = box 3-heffing / vpb

Stel dat de belastingdruk op het rendement binnen de BV 20% bedraagt. En dat de belastingdruk privé als percentage van het vermogen in box 3 uitkomt op 1,3%. Dan is sprake van een gelijke belastingdruk wanneer het rendement 1,3%/20% = 6,5% bedraagt. Immers, 20% vpb over 6,5% rendement is 1,3%. Evenveel als de belasting in box 3. Zowel binnen de BV als privé blijft dan netto 5,2% rendement over na belasting.

Afrekenen in box 2 en privé in box 3 verder beleggen is voordelig als u een hoger rendement behaalt dan het omslagpunt. Blijft het rendement vóór belasting beneden het omslagpunt? Dan is het voordeliger om het vermogen binnen de BV te houden en afrekenen in box 2 uit te stellen.

Vast omslagpunt alleen bij vast box 2-tarief

Een lagere of hogere effectieve belasting in box 3 levert – bij overigens gelijke uitgangspunten – eveneens een lager of hoger omslagpunt op. Maar een lager vpb-tarief zorgt juist voor een hoger omslagpunt en omgekeerd. Het is belangrijk om vast te stellen dat zo’n vast omslagpunt alleen geldt als het box 2-tarief een constante is. Aangezien het box 2-tarief per 2021 iets zal stijgen ten opzichte van 2020, is (tijdelijk) niet langer sprake van een vast omslagpunt. Hoe dat zit leest u hier.

Beleggen met lening van de BV

Lenen van de BV om te beleggen in privé kan zeer voordelig uitpakken. Het levert al voordeel op ten opzichte van beleggen binnen de BV als u meer rendement maakt dan de rente die u aan de BV betaalt. Maar houdt u er rekening mee dat beleggen met geleend geld extra risico oplevert. Als het beleggingsrendement tegenvalt en de beleggingen minder waard worden, blijft de schuld bestaan. De belastingdienst ziet erop toe dat u tegen zakelijke voorwaarden van uw BV leent. Daarbij moet u onder andere denken aan het rentepercentage, zekerheden (onderpand) en afspraken over terugbetaling.

In de toekomst wordt beleggen met geleend geld van uw BV in bepaalde gevallen onaantrekkelijk. Het kabinet wil met het wetsvoorstel ‘excessief lenen bij de eigen BV’ vanaf 2023 het gedeelte van de totale som van schulden aan de eigen vennootschap dat meer bedraagt dan € 500.000 belasten in box 2.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.