Direct naar content

Vraagt u zich wel eens af of het verstandig is om het vermogen dat u niet meer voor uw onderneming nodig hebt, uit de risicosfeer van uw onderneming te halen? Hiervoor moeten fiscale, financiële maar ook juridische aspecten goed afgewogen worden. In dit blog sta ik stil bij de juridische aspecten.  Als directeur-grootaandeelhouder kunt u het overtollige vermogen uit de werk-BV halen en aan uw holding-BV of aan uzelf uitkeren. Maar is het daarmee ook echt uit de risicosfeer van uw onderneming?

Zakelijke bedreigingen voor uw privévermogen

1.      Bestuurdersaansprakelijkheid

Door uw overtollige vermogen in de werk-BV als dividend uit te keren, behoort dit niet langer tot uw ondernemingsvermogen. Is het daarmee ook veilig voor het ondernemingsrisico? Niet altijd. Als (indirect) bestuurder van de werk-BV. kunt u in bepaalde gevallen namelijk hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden. Is dit het geval? Dan kunt u gedwongen worden in privé een verplichting na te komen, ook al handelde u als bestuurder namens de werk-BV.

Wanneer kunt u als bestuurder aansprakelijk gesteld worden?

Als bestuurder kun je om één of meerdere redenen aansprakelijk gesteld worden:

  • Als u de BV op een onbehoorlijke manier bestuurt. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als u de boekhouding van de BV niet op orde hebt of als u de jaarrekening van de BV niet op tijd publiceert. Als uw onbehoorlijk besturen een belangrijke oorzaak is van het faillissement van de BV,  bent u hoofdelijk aansprakelijk voor een eventueel tekort in de failliete boedel.
  • Als u instemt met een dividenduitkering door de BV, terwijl u wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat deze onverantwoord was. U bent dan aansprakelijk naar de BV voor het bedrag van de uitkering. U bent in ieder geval aansprakelijk als de BV binnen 12 maanden na de dividenduitkering failliet gaat.
  • Als u in strijd met uw wettelijke plicht als bestuurder handelt. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als u bij het aangaan van een verbintenis wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de werk-BV niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en daarvoor ook geen verhaal zou bieden. U dient dan de schade van de andere contractspartij te vergoeden.
  • Als bestuurder van de BV bent u onder voorwaarden hoofdelijk aansprakelijk voor de door de BV verschuldigde belastingen zoals de vennootschaps-, loon- en omzetbelasting. Dat geldt ook voor de afdracht van de sociale - en pensioenpremies. De aansprakelijkheid hiervoor kan zelfs doorlopen als u  geen bestuurder meer bent!

2.      Contractuele aansprakelijkheid

Het uitgekeerde overtollige vermogen van uw werk-BV kan als gevolg van bestuurdersaansprakelijkheid mogelijk toch aangesproken worden. Naast deze wettelijke aansprakelijkheid, kunt u  ook op een andere manier uw veiliggestelde vermogen weer in de risicosfeer brengen. Dat kan het geval zijn als de werk-BV onvoldoende financiële middelen heeft om bepaalde verplichtingen aan te gaan. Mogelijk kan de overeenkomst met de werk-BV dan toch tot stand komen als (een gedeelte van) het veiliggestelde vermogen onderdeel van deze overeenkomst wordt. Dit kan op verschillende manieren.

Voorbeelden van contractuele aansprakelijkheid

Contractuele aansprakelijkheid bestaat grofweg uit ‘mede-aansprakelijkheidsstelling’ en het verschaffen van ‘extra zekerheid’ door de holding-BV of uzelf.

1)      Bij mede-aansprakelijkheidstelling verbindt de holding-BV of uzelf zich voor de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst. De holding-BV kan bijvoorbeeld gevraagd worden zich hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de verplichtingen die volgen uit een leningsovereenkomst tussen een geldverstrekker en de werk-BV. Zo’n verklaring wordt wel een ‘403’-verklaring genoemd. Betaalt de werk-BV geen rente en/of aflossingen? Dan kan de geldverstrekker zich wenden tot de holding-BV;

2)      Bij het verschaffen van extra zekerheid kan de schuldeiser bepaalde goederen opeisen als de werk-BV haar verplichtingen niet nakomt. Stel, de werk-BV wil de koopsom van een machine  gespreid betalen. Vaak zal de verkoper dan zekerheid verlangen voor het nog uitstaande deel van de koopsom. Als de werk-BV onvoldoende zekerheid biedt, kan een zekerheid stelling op (een gedeelte van) het vermogen van de holding-BV of uzelf de oplossing zijn. Denk hierbij aan:

a)      het recht van hypotheek op het bedrijfspand in de holding-BV; of

b)      een pandrecht op uw effectenportefeuille.

Hoe beperk je de zakelijke bedreigingen voor uw privévermogen?

Als er sprake is van overtollig vermogen in de risicosfeer is het dus verstandig om goed na te denken wat u daarmee wilt. Wilt u het vermogen veilig stellen? Wat zijn hiervan dan de fiscale, financiële en juridische gevolgen?  Met het eenvoudig uitkeren naar een holding-BV of naar privé hebt u uw overtollige vermogen in ieder geval niet zondermeer veilig gesteld. Als bestuurder zult u uw zaakjes altijd goed voor elkaar moeten hebben. Zowel bij het besturen van de BV als bij het sluiten van contracten.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.

Gerelateerde artikelen