Direct naar content
4 min. leestijd

U wilt stoppen met werken maar u hebt op dat moment (nog) geen inkomensvoorzieningen zoals AOW, pensioenen of lijfrenten beschikbaar? Dan bent u aangewezen op andere vermogensbuffers, zoals spaargeld en beleggingen. Naast de lengte van de periode die u moet overbruggen en het bedrag dat u jaarlijks wenst te kunnen spenderen, bepaalt ook het rendement op uw vermogen hoeveel kapitaal u nodig hebt. Daarnaast maakt het uit of u het kapitaal privé (box 3) beschikbaar hebt. Of dat het bijvoorbeeld in een BV zit en er nog een belastingclaim van 25% (box 2) op rust. Met wat financiële berekeningen krijgen we hierin meer inzicht.

Invloed van rendement

Stel, u zou gedurende een periode van 10 jaar jaarlijks €50.000 netto beschikbaar willen hebben om uit te geven. En u zou dat bedrag telkens aan het begin van het jaar opnemen. In een wereld zonder belastingen en inflatie zou u dan €500.000 nodig hebben, als u in het geheel geen rendement maakt. Hoe hoger het rendement dat u behaalt, hoe lager het kapitaal kan zijn dat bij aanvang beschikbaar is. Bij een jaarlijks nettorendement van 5% is nog maar €405.400 aan beginkapitaal nodig. En zou u jaarlijks 10% nettorendement maken, dan was €338.000 al voldoende om 10 jaar lang €50.000 te kunnen opmaken.

Invloed van belastingen

Maar we leven niet in een wereld zonder belastingen. Privé (box 3) staat de verschuldigde inkomstenbelasting los van het werkelijk behaalde rendement. Wel neemt de belastingdruk toe naarmate het totale vermogen in box 3 hoger is. Over het deel van het vermogen tussen €100.000 en €1.000.000 per persoon (fiscaal partners het dubbele) is de belasting als percentage van het vermogen afgerond 1,3%. Is het rendement 0%? Dan is het rendement na belasting ‑1,3%. En is €530.700 beginkapitaal nodig om 10 jaar €50.000 te kunnen opnemen. Van 5% blijft maar 3,7% netto over. Wat betekent dat €426.900 bij aanvang beschikbaar moet zijn. Van 10% resteert netto 8,7%. Waardoor €353.500 nodig is om een vast bedrag van €50.000 per jaar op te kunnen nemen, enzovoort.

Binnen een BV wordt wél het werkelijke rendement belast. In de meeste gevallen met 20% vennootschapsbelasting. Dat betekent dat van 0% bruto rendement ook netto 0% overblijft, 1,3% meer dan privé. Een rendement van 5% levert na 20% belasting 4% netto op. Iets meer dus dan wat privé (box 3) van 5% overblijft. En van 10% bruto blijft binnen de BV dan 8% netto over. En dat is juist iets minder dan de 8,7% die van een dergelijk rendement privé overblijft.

Invloed van inflatie

Behalve belastingen is ook inflatie (prijsstijging) een factor om rekening mee te houden. Wat u vandaag allemaal kunt kopen voor €50.000 zal bij een inflatie van 2% een jaar later €51.000 kosten. Weer een jaar later is dat €52.050. En 10 jaar later bijvoorbeeld al bijna €61.000. Om de prijsstijging bij te houden is dus sowieso al 2% nettorendement nodig. Ofwel 3,3% voor aftrek van 1,3% belasting. Als u geen rendement maakt en 10 jaar lang €50.000 voor 2% inflatie gecorrigeerd wilt kunnen besteden, moet u dan €582.300 bij aanvang beschikbaar hebben. Bij 5% rendement komt het nettorendement na belasting uit boven het inflatiepercentage. En is €464.700 aanvangskapitaal nodig. En bij 10% rendement is €381.800 al voldoende.

Lengte te overbruggen periode

Is de periode die u moet overbruggen door uw vermogen aan te spreken slechts enkele jaren? Dan maakt het maar weinig uit welk rendement u – na belasting en rekening houdend met inflatie – in de tussentijd op uw vermogen maakt. Maar hoe langer de periode is, des te groter de invloed wordt van het nettorendement. In onderstaande grafiek ziet u dat effect terug.

Als u met het rendement precies de belasting en de inflatie goedmaakt – in het voorbeeld is dat bij 3,3% rendement –, is het benodigde beginkapitaal recht evenredig met de lengte van de periode (rechte grijze lijn). Bij een periode van 10 jaar is dan € 500.000 kapitaal nodig en bij 20 jaar is € 1.000.000 nodig etc. Is het rendement na belasting lager dan het percentage waarmee het periodiek te besteden bedrag stijgt? Dan is een hoger beginkapitaal nodig. En ligt het rendement na belasting boven de jaarlijkse indexering van het bedrag? Dan is een lager aanvangskapitaal toereikend. Hoe langer de periode is, hoe meer de lijnen uiteen gaan lopen. De verschillen in benodigd aanvangskapitaal worden dan steeds groter.

Vermogen privé of in een BV?

Hebt u uw vermogen als ondernemer binnen een BV vergaard? Dan heeft de fiscus normaliter nog een inkomstenbelastingclaim (box 2) van 25% op dat vermogen. Wilt u dat vermogen gebruiken om ervan te leven? Dan moet u de BV 1,33 euro dividend laten uitkeren voor elke euro die u netto beschikbaar wilt krijgen om privé uit te geven. Wat dat betreft hebt u dus een derde meer aan kapitaal binnen uw BV nodig dan wanneer het vermogen al privé beschikbaar is.

Omslagpunt

Het nettorendement na belasting dat u in de tussentijd op het kapitaal maakt, speelt hierbij ook een rol. Privé (box 3) staat de verschuldigde belasting los van het werkelijk behaalde rendement. In een BV wordt het werkelijke rendement belast. Stel dat de belasting in box 3 als percentage van het vermogen 1,3% bedraagt. En dat de BV 20% vennootschapsbelasting over het werkelijke rendement betaalt. In dat geval resulteert in beide gevallen precies dezelfde belastingdruk bij een rendement van 6,5% (omslagpunt). Immers, 20% van 6,5% is ook 1,3%. Zolang het rendement beneden 6,5% blijft, kunt u dan beter eerst privévermogen (box 3) aanspreken. En bij een rendement boven 6,5% is het voordeliger om eerst het binnen de BV aanwezige vermogen te gebruiken.

 

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.