Vraagt u zich wel eens af wat er is gebeurd met de oude reclameslogan van de Belastingdienst: “leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker”? Een paar jaar geleden zijn ze hier stilletjes mee opgehouden. Ik vraag mij af of dit komt doordat de meeste belastingen niet makkelijker, maar juist steeds ingewikkelder gemaakt worden. Vorig jaar was ook box 2 aan de beurt: Sinds 2025 tellen dividenden in box 2 mee bij de afbouw van de algemene heffingskorting. Hierdoor wordt het veel ingewikkelder om te bepalen wat de effectieve belastingdruk precies is.
Wat is box 2?
Box 2 van de inkomstenbelasting is van toepassing als u een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap zoals een bv, meestal als u meer dan 5% van de aandelen bezit. Soms is het mogelijk belastingvrij geld uit uw bv te halen, maar in veel gevallen zult u over een uitkering belasting moeten betalen in box 2. Tot 2023 was het tarief in box 2 een vast percentage van 26,9%. Sinds 2024 kennen we twee schijven. In 2026 zijn die: 24,5% belasting over de eerste € 68.843 en voor alles daarboven 31%.
Deze tarieven zijn echter niet het hele verhaal. Om te bepalen welk bedrag u écht aan belasting kwijt bent over een dividenduitkering, zijn nog drie vragen van belang:
- Heeft u een fiscaal partner?
- Hebben u of uw fiscaal partner de AOW-leeftijd al bereikt?
- Wat is het verzamelinkomen van u en van uw partner?
De algemene heffingskorting en de box 2 belasting
Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting, een korting op de inkomstenbelasting. In 2026 is deze maximaal € 3.115, of € 1.556 voor mensen boven de AOW-leeftijd. Als u verder helemaal geen belastbaar inkomen heeft, dan kunt u vanwege de algemene heffingskorting het eerste deel van uw dividend onbelast ontvangen.
Sinds 2014 is de korting inkomensafhankelijk: hoe hoger het box 1 inkomen vanaf een bepaald niveau, hoe lager de algemene heffingskorting. Sinds 2025 telt niet alleen het inkomen in box 1 mee voor de hoogte van de algemene heffingskorting, maar het verzamelinkomen. Dat is het inkomen in de boxen 1, 2 en 3. De korting wordt verminderd met 6,398% van uw verzamelinkomen boven € 29.736. Voor mensen boven de AOW-leeftijd is dit percentage 3,195%. Bij een verzamelinkomen van € 78.427 is de algemene heffingskorting volledig afgebouwd.
Dit betekent dat als u een verzamelinkomen heeft tussen € 29.736 en € 78.427, een dividenduitkering uw heffingskorting verlaagt. Hierdoor is de belastingdruk op de dividenduitkering uiteindelijk hoger dan het nominale tarief van 24,5% of 31%.
De ouderenkorting en de box 2 belasting
Een andere heffingskorting die wordt afgebouwd met een percentage van het verzamelinkomen is de ouderenkorting. Deze korting krijgt u vanaf het jaar dat u de AOW-leeftijd bereikt. In 2026 is de korting € 2.067. Deze wordt met 15% afgebouwd bij een verzamelinkomen tussen € 46.003 en € 59.782.
Als uw verzamelinkomen binnen dit bereik valt, kost een dividenduitkering u niet alleen het box 2-tarief én het afbouwpercentage van de algemene heffingskorting, maar ook 15% ouderenkorting. De belastingdruk loopt dan op tot 42,695% ( = 24,5% + 3,195% + 15%).
Fiscaal partnerschap en box 2
Fiscaal partners kunnen bepaalde inkomensbestanddelen onderling vrij toedelen. Dit geldt ook voor box 2. Hierdoor kunt u tweemaal profiteren van de eerste tariefschijf. Als u meer dan € 68.843 aan dividend wilt uitkeren, dan kunt u het meerdere aan uw partner toerekenen. Zo kunt u tot € 137.686 tegen het lage tarief van 24,5% uitkeren.
Let wel: ook uw partner krijgt te maken met de afbouw van heffingskortingen. Of het voordelig is om in 2026 dividend aan uw partner toe te rekenen, hangt af van de leeftijd en inkomenssituatie van de partner. Het kan soms voordeliger zijn om het dividend niet te verdelen, maar juist bij één partner te laten vallen, zelfs als het daarmee in de hoge schijf komt.
Tabellen marginale belastingdruk box 2
Voegen we de nominale box 2-tarieven samen met de afbouwpercentages van de heffingskortingen, dan komen we op onderstaande twee tabellen:
| Marginale belastingdruk box 2 in 2026
AOW-leeftijd nog niet bereikt |
Marginale belastingdruk box 2 in 2026
AOW-leeftijd al wel bereikt |
|||
| Verzamelinkomen | Effectieve druk box 2: | Verzamelinkomen | Effectieve druk box 2: | |
| Tot circa €13.000 | 0% | Tot circa €6.000 | 0% | |
| Van €13.000 tot €29.763 | 24,5% | Van €6.000 tot €29.736 | 24,5% | |
| Van €29.763 tot €68.843 | 30,898% | Van €29.736 tot €46.003 | 27,695% | |
| Van €68.843 tot €78.427 | 30,898% of 37,398% | Van €46.003 tot €59.782 | 42,695% | |
| Boven € 78.427 | 24,5% of
31% |
Van €59.782 tot €68.843 | 27,695% | |
| Van €68.843 tot €78.427 | 27,695% of 34,195% | |||
| Boven € 78.427 | 24,5% of
31% |
|||
Voor mensen die in 2026 de AOW-leeftijd bereiken gelden overigens andere marginale tarieven, die afhankelijk zijn van de maand waarin ze jarig zijn. Voor hen geldt al wel de volledige afbouw van de ouderenkorting, maar de afbouw van de algemene heffingskorting is afhankelijk van de precieze maand waarin zij de AOW-leeftijd bereiken.
Rekenvoorbeeld
Om te laten zien hoe dit in de praktijk kan uitpakken, nemen we de fictieve situatie van Meneer en Mevrouw. Meneer (65) is 100% eigenaar van een BV. Hij is in loondienst bij de BV en ontvangt een salaris van €60.000 per jaar. Mevrouw (68) is zijn fiscaal partner. Zij ontvangt een AOW-uitkering van €13.000 per jaar. Er is geen ander inkomen. Ze willen tegen een zo gunstig mogelijk tarief dividend uitkeren uit de bv.
Meneer heeft al een verzamelinkomen van €60.000. Dat betekent dat hij nog in het afbouwdomein van de algemene heffingskorting zit. Hij is jonger dan de AOW-leeftijd, dus voor hem geldt de linker tabel.
- Over de eerste € 18.427 aan dividend zal zijn marginale belastingdruk daarom 30,898%
- Daarboven is de algemene heffingskorting volledig afgebouwd en kan hij nog € 50.416 uitkeren tegen 24,5%.
- Voor alles daarboven geldt de hoge tariefschijf: 31%.
Een dividend kan ook worden toegerekend aan Mevrouw. Zij is ouder dan de AOW-leeftijd, dus voor haar geldt de rechtertabel en vanwege de AOW-uitkering heeft zij al een verzamelinkomen van €13.000.
- Over de eerste € 16.736 aan dividend betaalt zij 24,5%.
- Over het stuk dividend tussen € 16.736 en € 33.003 krijgt zij te maken met afbouw van de algemene heffingskorting en betaalt zij een marginaal tarief van 27,695%.
- Tussen € 33.003 en € 46.782 aan dividend bouwt ook de ouderenkorting af en is de marginale belastingdruk 42,695%.
- Voor het dividend tussen € 46.782 en € 55.843 is de ouderenkorting afgebouwd en gaat de belastingdruk terug naar 27,695%
- Bij het dividend tussen € 55.843 en € 68.843 zijn alle kortingen afgebouwd en gaat zij terug naar het lage box 2-tarief van 24,5%.
- Bij alles boven de €68.843 betaalt zij vervolgens het hoge box 2-tarief: 31%.
In dit voorbeeld pakt het altijd onvoordelig uit om aan mevrouw meer dividend toe te rekenen dan € 33.003, omdat dit ten koste gaat van haar ouderenkorting. In werkelijkheid heeft dit echtpaar dus minder voordeel van de dubbele tariefschijf dan ze denken.
Zoals uit het voorbeeld blijkt, vertellen de box 2 tarieven niet het hele verhaal. Als u of uw partner een verzamelinkomen heeft onder de € 78.427 geldt mogelijk een andere marginale belastingdruk dan het box 2-tarief. Slim toedelen kan fiscaal voordeel opleveren en het kan daarom ook de moeite zijn om goed uit te zoeken aan wie een dividenduitkering het best kan worden toegerekend.