Direct naar content

Op Prinsjesdag heeft de regering een pakket met belastingplannen bekendgemaakt. Wat gaat er veranderen? In dit blog staan thema’s met daarbinnen enkele (mogelijke) veranderingen per 2021. U ziet onder ‘Voorgesteld’ een selectie van een aantal voorgestelde maatregelen. Die kunnen tijdens de parlementaire behandeling daarvan nog wijzigen. En u ziet onder ‘Vastgesteld’ enkele nieuwe maatregelen voor 2021 die (in principe) al vaststaan. Wat voor u het belangrijkste nieuws is? Dat is uiteraard onder andere afhankelijk van uw situatie.

Algemeen

Voorgesteld:
Het lage tarief in box 1 van de inkomstenbelasting daalt van 37,35% naar 37,1% in 2021. Dat stond al vast. Dit tarief geldt tot een belastbaar inkomen in box 1 van € 68.507. Nieuw is dat dit tarief in 2022 verder daalt naar 37,07%, in 2023 naar 37,05% en in 2024 naar 37,03%. Voor degenen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, is er nog een lager tarief (zonder AOW-premie); dat daalt van 19,45% naar 19,2% in 2021. Voor zover het belastbaar inkomen hoger is dan € 68.507, is het tarief 49,5% in 2021. Vorig jaar waren laatstgenoemde percentages al vastgesteld. De algemene heffingskorting gaat verder omhoog, maar wordt sneller afgebouwd. Ook de arbeidskorting en de ouderenkorting gaan omhoog.

Voorgesteld:
Het belastingvoordeel van nieuwe emissievrije auto’s van de zaak ten opzichte van benzineauto’s daalt de komende jaren verder. Per 2021 gaat de bijtelling voor nieuwe emissievrije auto’s van de zaak dan ook verder omhoog van 8% naar 12%. Het nieuwe percentage geldt tot een cataloguswaarde van € 40.000 (2020: € 45.000). Voor zover de catalogusprijs hoger is, geldt het reguliere tarief (22%). Het tarief van 12% geldt bij nieuwe waterstofauto’s voor de hele cataloguswaarde. De regering heeft nu voorgesteld deze uitzondering ook toe te passen op nieuwe zonnecelauto’s.

Sparen en beleggen

Voorgesteld:
Het heffingvrije vermogen, de algemene vrijstelling in box 3, gaat, zoals verwacht, omhoog van € 30.846 naar € 50.000 per belastingbetaler. De regering heeft ook de nieuwe rendementspercentages voor de belastingheffing over het vermogen in box 3 voor 2021 bekendgemaakt. De belastingdruk in box 3 gaat in 2021 omhoog, onder andere vanwege de stijging van het belastingtarief van 30% naar 31%. Ook het forfaitaire beleggingsrendement voor de belastingheffing in box 3 gaat omhoog, van 5,33% naar 5,69%. Het forfaitaire spaarrendement daalt van 0,07% naar 0,03%. Dat betekent dat de belastingdruk over 2021 stijgt; deze belastingdruk is over 2021 0,59% tot 1,76%, afhankelijk van de omvang van uw vermogen in box 3.

Deze veranderingen betekenen dat ongeveer 900.000 van de huidige circa 3 miljoen belastingbetalers in box 3 vanaf 2021 helemaal geen inkomstenbelasting meer betalen in deze box. De circa 1,7 miljoen belastingbetalers met een vermogen in box 3 tussen € 50.000 en circa € 220.000 (voor partners minder dan € 440.000) gaan minder inkomstenbelasting betalen. En voor de circa 400.000 mensen met een vermogen van meer dan € 220.000 (voor partners meer dan € 440.000) betekent dit voorstel een lastenverzwaring ten opzichte van ongewijzigd beleid.

Voorgesteld:
Het tarief van de overdrachtsbelasting gaat voor vastgoedbeleggers die één of meer woningen kopen, omhoog van 2% naar 8%. Voor een belegging in niet-woningen gaat het tarief van 6% naar 8% (dat zou 7% zijn). Het nieuwe tarief van 8% gaat bijvoorbeeld ook gelden voor de woning die u koopt voor uw studerende kind(eren).

Wonen

Voorgesteld:
Iedereen die meerderjarig en jonger dan 35 jaar is kan (eenmalig) een vrijstelling van overdrachtsbelasting (2020: 2%) krijgen voor zijn of haar hoofdverblijf. Deze maatregel geldt tot 2026.

Voorgesteld:
Voor kopers van bijvoorbeeld een tweede huis gaat de overdrachtsbelasting omhoog van 2% naar 8%.

Vastgesteld:
Het eigenwoningforfait daalt van 0,6% naar 0,5% in 2021 bij een WOZ-waarde tussen € 75.000 en circa € 1.110.000. Voor het belastingjaar 2021 gaat het om de WOZ-waarde die is bepaald op de peildatum 1 januari 2020. Dit percentage daalt uiteindelijk naar 0,45% in 2023. Voor zover de WOZ-waarde hoger is dan circa € 1.110.000 blijft het eigenwoningforfait op 2,35% staan, vooralsnog tot en met 2023.

Vastgesteld:
Veel aftrekposten zijn in 2021 in de inkomstenbelasting nog slechts verrekenbaar tegen maximaal 43%. Dit geldt onder andere voor de aftrek van hypotheekrente. Dit verrekentarief van 43% gaat na 2021 verder omlaag naar 40% in 2022 en waarschijnlijk naar 37% in 2023. Deze afbouw van het verrekenpercentage staat al vast.

Ondernemen

Voorgesteld:
Het lage tarief van de vennootschapsbelasting gaat omlaag van 16,5% naar 15% per 2021. Dit nieuwe tarief gaat in 2021 gelden voor de eerste € 245.000 aan belastbare winst. In 2022 gaat het tarief gelden voor de eerste € 395.000 aan belastbare winst. Het hoge tarief blijft 25% en geldt voor zover de winst hoger is dan genoemd bedragen.

Voorgesteld:
Het tarief voor de vennootschapsbelasting voor winsten in de innovatiebox voor bepaalde vernieuwende activiteiten gaat per 2021 verder omhoog van 7% naar 9%.

Voorgesteld:
Voor verkrijgers van niet-woningen, zoals bedrijfsvastgoed, gaat de overdrachtsbelasting omhoog van 6% naar 8% (dat zou 7% zijn).

Voorgesteld:
Het bedrag van de zelfstandigenaftrek gaat verder stapsgewijs omlaag naar uiteindelijk € 3.240 in 2036.

Vastgesteld:
Veel aftrekposten zijn in 2021 in de inkomstenbelasting nog slechts verrekenbaar tegen maximaal 43%. Dit geldt onder andere voor veel ondernemersfaciliteiten; denk onder andere aan de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling en de terbeschikkingstellingsvrijstelling. Dit verrekentarief van 43% gaat na 2021 verder omlaag naar 40% in 2022 en waarschijnlijk naar 37% in 2023. Deze afbouw van het verrekenpercentage staat al vast.

Vastgesteld:
Voor met name aandeelhouders met een aanmerkelijk belang in een BV is het belangrijk dat het tarief in box 2 verder omhoog gaat. Per 2021 stijgt dit tarief van 26,25% naar 26,9%.

Schenken en erven & Zorgen voor later

Vastgesteld:
Veel aftrekposten zijn in 2021 in de inkomstenbelasting nog slechts verrekenbaar tegen maximaal 43%. Dit geldt onder andere voor betaalde partneralimentatie, aftrekbare giften en uitgaven voor specifieke zorgkosten. Dit verrekentarief van 43% gaat na 2021 verder omlaag naar 40% in 2022 en waarschijnlijk naar 37% in 2023. Deze afbouw van het verrekenpercentage staat al vast.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.