Direct naar content

Veel zelfstandig ondernemers ervaren dat het starten en het stoppen van het bedrijf vele malen lastiger is dan het runnen van het bedrijf in de actieve ondernemingsperiode. Het is daarom van belang dat je een aantal jaren voordat je je onderneming verkoopt, een plan maakt. Zonder plan heb je namelijk maar een beperkt aantal opties. Door tijdig een plan kun je het aantal opties uitbreiden.

In deze blog licht ik toe hoe je dat doet. Daarbij realiseer je mogelijk ook nog een belasting- en een rendementsvoordeel. Voor de duidelijkheid: met onderneming bedoel ik in deze blog de eenmanszaak, VOF en maatschap.

Verkoop aan derden

Indien je de onderneming verkoopt aan een derde stop je met de onderneming en met het maken van winst. Dit is het moment waarop je ook voor de inkomstenbelasting de onderneming staakt en stakingswinst realiseert. Het berekenen van de stakingswinst kan erg complex zijn. Indien je vooruitlopend op het staken van de onderneming geen plan maakt heb je eigenlijk maar twee mogelijkheden: dit is het betalen van belasting over de stakingswinst of het uitstellen daarvan door deze winst om te zetten in een stakingslijfrente. Hier zal later dieper op in worden gegaan.

Verkoop

Zoals gezegd moet je als je je bedrijf verkoopt belasting betalen over de stakingswinst. Grofweg wordt stakingswinst berekent over de stille reserves in de onderneming. Dit is het verschil tussen de boekwaarde en de waarde in het economische verkeer. Over deze meerwaarde is het belasting tarief van box 1 van toepassing (37,07% over een belastbaar inkomen van ongeveer €70.000 en 49,5% over het meerdere). Stel dat je een onderneming met een meerwaarde van €500.000,-, dan betaal je over het grootste deel dus 49,5%. Het staken van uw onderneming kost u dan bijna €250.000,- aan belasting. Het netto-verkoopresultaat ligt daarmee €250.000 lager dan de verkoopprijs. Echter zijn er alternatieven om de pijn van deze hoge belastingdruk, en daarmee het lagere beschikbare bedrag, voor je oudedag te verzachten.

Stakingslijfrente

Indien je de onderneming staakt kun je (een deel van) de winst ook omzetten in een stakingslijfrente. De bedragen en voorwaarden verschillen per situatie. Maar als je in 2021 je onderneming staakt en je bent minimaal 61 jaar en 4 maanden dan heb je recht op een extra lijfrenteaftrek van maximaal ruim €470.000,-. Dit betekent dat je over dit deel van de winst niet ineens met de belastingdienst afrekent.

Lijfrente of bankspaarrekening

Je kunt dit bedrag voor verschillende soorten oudedagsvoorzieningen inzetten. Zowel voor een lijfrente bij een verzekeraar als voor een bankspaarproduct bij een bank. Zou je kiezen voor banksparen dan moet dit bedrag op een speciale, geblokkeerde bankrekening gestort worden. Je kunt er dan bijvoorbeeld voor kiezen om gedurende 20 jaar vanaf je AOW leeftijd de uitkeringen laten plaatsvinden. Dit is dubbel aantrekkelijk als die uitkeringen dan (grotendeels) belast zijn tegen het lage box 1-tarief van 19,2%. Zo kan een optimum worden berekend voor de te betalen belasting en de gewenste maandelijkse inkomensaanvulling. Nadeel is wel dat u niet langer over het afgestorte vermogen kunt beschikken én er nagenoeg geen rendement gemaakt wordt.

Lijfrente bij een BV

Maar er is een oplossing voor deze liquiditeits- en rendementsnadelen. Je kunt er namelijk ook voor kiezen je bedrijf ruim voor de verkoop  “verkoop klaar te maken”. Let wel, doel van dit verkoop klaar maken mag niet uitsluitend het behalen van belastingvoordeel zijn.

Wat moet je doen om je bedrijf verkoop klaar te maken? Vooruitlopend op een toekomstige verkoop draag je je bedrijf ruisend over aan een B.V. De onderneming wordt dan fiscaal gestaakt. De daarmee gepaard gaande winst kan ook nu weer tot maximaal €470.000 omgezet worden in een lijfrente. Is er meer winst dan is dat meerdere belast in box 1. Bijzondere hierbij is dat je deze bij de eigen B.V. mag afsluiten. Die lijfrente moet natuurlijk wel voldoen aan de gestelde voorwaarden. Het voordeel dat je de lijfrente bij je B.V. kunt afsluiten is dat je over de bedrijfsmiddelen kunt blijven beschikken. Doel voor de B.V. is nu om vanaf het moment dat de lijfrente maandelijks gaat uitkeren  over voldoende middelen te beschikken om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen. De hoogte van de uitkering zal ook hier mogelijk (grotendeels) tegen het lage box 1-tarief van 19,2% belast zijn.

Indien je de onderneming later aan een derde zou verkopen (bijv. via een activa/passiva-transactie) dan kan de B.V. de verkoopopbrengst gebruiken voor de lijfrente-uitkeringen. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat de verkoopopbrengst groter is dan de waarde van lijfrenteverplichting. Als bestuurder van de B.V. kun je zelf kiezen op welke manier je de verkoopopbrengst het beste kunt beleggen. Dit kan niet indien de lijfrente is ondergebracht bij een bank of een verzekeraar.

Conclusie

Indien je bij een toekomstige verkoop van je bedrijf vooraf geen actie onderneemt dan kun je uitsluitend kiezen uit afrekenen met de belastingdienst of het fiscaal vriendelijk aankopen van een lijfrente bij een bank of verzekeraar. Let wel, in beide gevallen moet je over voldoende financiële middelen beschikken. Indien je wel tijdig actie onderneemt en je bedrijf verkoop klaar gaat maken zou een B.V. een mooie (tussen) oplossing kunnen zijn. In dat geval kun je namelijk ook gebruik maken van de stakingslijfrente maar zonder dat je een bedrag moet betalen aan de bank of verzekeraar. De B.V. zou dan de verkoopopbrengst kunnen gaan beheren en u een lijfrente pensioen gaan uitkeren. Op deze wijze zou er een optimalisatie gezocht kunnen worden inzake verkoop en pensioen. Ook kan de B.V. die het lijfrente vermogen beheert, hierop rendement kunnen maken.

Uiteraard is dit een complexe materie. Binnenkort zal ik dan ook aandacht besteden aan een aantal zaken die het pensioen van de DGA raken. Ook kunt u contact met ons opnemen. Onze adviseurs gaan graag een gesprek over dit onderwerp met u aan.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.