Direct naar content

Box 3: geen 36% maar 42,4% belastingdruk?

Gepubliceerd op:
6 min. leestijd

Het belastingtarief in box 3 bedraagt momenteel 36%. Toch is dit tarief niet het hele verhaal: De marginale belastingdruk op extra box 3-inkomen kan oplopen tot ongeveer 42,4% of zelfs nog hoger. Dat komt doordat extra inkomen in box 3 kan leiden tot een verlaging van heffingskortingen en toeslagen. Bij een marginale belastingdruk van 42,4% en een inflatie van 3% heeft u een rendement van 5,2% nodig om de koopkracht van uw vermogen in stand te houden.

Wat opvalt is dat de marginale belastingdruk in box 3 doorgaans hoger is bij mensen met een lager inkomen. Het marginale toptarief van 42,4% geldt voor lagere verzamelinkomens, terwijl vanaf circa anderhalf keer modaal ‘slechts’ het nominale tarief van 36% geldt. Dit normale tarief is overigens al het op één na hoogste tarief binnen de Europese Unie op particuliere vermogenswinsten, na Denemarken waar een progressief tarief geldt dat oploopt tot 42% bij hogere winsten.

Hoe werkt dit precies? En wanneer krijgt u ermee te maken?

In box 3 betaalt u belasting over inkomen uit uw vermogen, als dat hoger is dan het vrijgestelde bedrag. Denk aan spaargeld, beleggingen, een tweede woning en andere bezittingen, verminderd met eventuele schulden.

Het inkomen wordt op dit moment in beginsel berekend volgens forfaits, maar de verwachting is dat vanaf 2028 wordt aangesloten bij het werkelijk behaalde rendement. Hierover wordt in de politiek nog volop gediscussieerd. In dit artikel gaan we niet in op deze discussie, maar kijken we naar de stap nadat het inkomen is bepaald: wat is de feitelijke belastingdruk op het berekende box 3 inkomen?

Het belastingtarief in box 3 bedraagt 36% in 2026; vooralsnog wordt niet voorgesteld om dit tarief aan te passen. Voor veel mensen kan de belastingdruk hoger uitvallen. Dat komt doordat een hoger box 3-inkomen ook leidt tot afbouw van de algemene heffingskorting. Dat is relevant voor mensen die een verzamelinkomen hebben tot circa € 78.000 (ruim anderhalf keer modaal).

Hoe wordt de algemene heffingskorting afgebouwd?

Iedere belastingplichtige heeft in beginsel recht op de algemene heffingskorting. Voor iemand die in 2026 nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt, bedraagt deze korting maximaal € 3.115.

De algemene heffingskorting wordt inkomensafhankelijk afgebouwd, en sinds 2025 wordt daarbij gekeken naar het verzamelinkomen. Dat is het opgetelde inkomen in de boxen 1, 2 en 3.

Bij een verzamelinkomen tot en met € 29.736 ontvangt u de volledige korting. Boven deze grens wordt de algemene heffingskorting afgebouwd met 6,398% van het extra verzamelinkomen. Bij een verzamelinkomen vanaf € 78.427 is de korting volledig verdwenen.

Dit betekent dat € 1.000 extra box 3-inkomen binnen dit afbouwtraject twee gevolgen heeft:

· u betaalt € 360 extra belasting in box 3;

· uw algemene heffingskorting daalt met ongeveer € 64.

De totale extra belasting bedraagt daardoor ongeveer € 424. De marginale belastingdruk over het extra box 3-inkomen is daarmee niet het wettelijke tarief van 36%, maar 42,4%.

Wanneer bedraagt de belastingdruk 42,4%?

De hogere belastingdruk geldt alleen voor zover uw verzamelinkomen binnen het afbouwtraject van de algemene heffingskorting valt. Voor iemand die in 2026 nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt, ziet dat er vereenvoudigd als volgt uit:

Verzamelinkomen in 2026 Box 3-tarief Verlies algemene heffingskorting Marginale druk op extra box 3-inkomen
Tot en met € 29.736 36% Geen 36%
€ 29.737 tot en met € 78.426 36% 6,398% Circa 42,4%
Vanaf € 78.427 36% Geen verder verlies 36%

De tabel is een vereenvoudigde weergave. Als het extra box 3-inkomen de grens van € 78.427 overschrijdt, geldt de opslag van 6,398% alleen voor het gedeelte tot die grens. Daarna is de algemene heffingskorting al volledig afgebouwd.

Wanneer kan de marginale belastingdruk nóg hoger uitvallen?

Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt kan er nog iets anders spelen. Voor hen werkt de algemene heffingskorting anders. Hun korting is lager, maar het afbouwpercentage ook: 3,195%. Ouderen hebben daarnaast recht op de ouderenkorting als zij een verzamelinkomen tussen onder de € 59.783 hebben. Vanaf een verzamelinkomen van € 46.002 wordt deze korting met 15% afgebouwd. Binnen het gezamenlijke afbouwtraject van de algemene heffingskorting en de ouderenkorting kan de marginale belastingdruk in box 3 daarom zelfs oplopen tot ongeveer 54,2%.

Ook zijn andere situaties denkbaar. Voor mensen die in aanmerking komen voor inkomensafhankelijke toeslagen kan het effect van meer box 3-inkomen nog sterker zijn. Voor een gezin met kinderen kan extra box 3 inkomen bijvoorbeeld leiden tot afname van de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. Zo loopt ook voor deze doelgroep de marginale belastingdruk in box 3 behoorlijk op.

Wat betekent dit bij het aantonen van uw werkelijke rendement?

Onder voorwaarden kunt u belastingheffing vragen over uw werkelijke rendement als dat lager is dan het forfaitair berekende rendement. Een lager box 3-inkomen kan dan twee voordelen opleveren. In de eerste plaats betaalt u minder box 3-belasting. Daarnaast kunnen uw heffingskortingen en toeslagen hoger worden.

Stel dat uw box 3-inkomen door toepassing van het werkelijke rendement € 5.000 lager wordt. Als uw verzamelinkomen volledig binnen het afbouwtraject van de algemene heffingskorting blijft, kan het voordeel daardoor oplopen tot ongeveer 42,4% van € 5.000, oftewel circa € 2.120. Het voordeel bestaat dan uit € 1.800 minder box 3-belasting en ongeveer € 320 extra algemene heffingskorting.

Het verschil tussen het forfaitaire en werkelijke rendement kan dus meer effect hebben dan een berekening tegen uitsluitend het tarief van 36% doet vermoeden.

Let op de verdeling tussen fiscale partners

Fiscale partners kunnen de gezamenlijke grondslag in box 3 in hun aangifte onderling verdelen. Iedere verdeling is mogelijk, zolang het totaal maar 100% bedraagt. De gekozen verdeling kan niet alleen invloed hebben op de box 3-heffing, maar ook op de heffingskortingen van beide partners.

Het is verstandig bij de verdeling goed te kijken naar het effect op de heffingskortingen en andere inkomensafhankelijke regelingen. Beoordeel de verdeling daarom op basis van de gezamenlijke uitkomst van de aangifte en niet alleen op basis van de afzonderlijke box 3-bedragen.

Kijk verder dan het tarief van 36%

Het box 3-tarief van 36% vertelt niet altijd hoeveel belasting u werkelijk betaalt over extra box 3-inkomen. Door de afbouw van de algemene heffingskorting kan de marginale belastingdruk oplopen tot ongeveer 42,4%. Voor AOW-gerechtigden en mensen met toeslagen kan de marginale belastingdruk nóg hoger uitvallen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.

Over private banking

Vermogen biedt kansen en verplichtingen. Het is daarom prettig als er iemand met u meedenkt en samen met u de mogelijkheden verkent. Met persoonlijke aandacht bent u verzekerd van waardevol advies en dienstverlening op maat.
Over private banking