Direct naar content

De oudedagsvoorziening van de ondernemer

Gepubliceerd op:
7 min. leestijd

Vind de optimale balans tussen box 1, box 2 en box 3

De mogelijkheden voor ondernemers om vermogen voor later op te bouwen zijn de afgelopen jaren sterk veranderd. We maken daarbij onderscheid tussen directeur-grootaandeelhouders (dga’s) die ondernemen via een BV en zelfstandige ondernemers met een eenmanszaak of vof (hierna: ‘IB‑ondernemers’). Oude regelingen zoals pensioen in eigen beheer (peb) voor de dga en de fiscale oudedagsreserve (for) voor de IB-ondernemer bestaan niet meer. Met de komst van de Wet toekomst pensioenen zijn nieuwe opties ontstaan. In dit artikel leest u hoe u als ondernemer een toekomstbestendige oudedagsvoorziening opbouwt en hoe u de juiste balans vindt tussen box 1, box 2 en box 3.

De nieuwe mogelijkheden onder de Wet toekomst pensioenen

Sinds 1 juli 2023 geldt de Wet toekomst pensioenen. Deze brengt vooral voor werknemers en pensioenfondsen grote veranderingen, maar ook ondernemers profiteren van verruimde fiscale ruimte in de zogenoemde derde pijler.

Het Nederlandse pensioenstelsel kent drie pijlers:

  1. AOW
  2. Pensioen via de werkgever
  3. Aanvullend pensioen in privé

Voor ondernemers is vooral de derde pijler relevant. De jaarlijkse fiscale aftrekruimte is vergroot en sluit beter aan bij de mogelijkheden in de tweede pijler. Daardoor is het eenvoudiger geworden om aanvullend vermogen fiscaal aantrekkelijk op te bouwen. Deze verruimde ruimte kan worden benut via een lijfrente bij een bank of verzekeraar.

Wat betekent dit voor ondernemers?

Voor ondernemers blijft het essentieel om zelf een oudedagsvoorziening op te bouwen. Nu peb en for zijn verdwenen, is de vraag vooral: waar bouwt u het vermogen op?

Vermogensopbouw kan plaatsvinden in box 1, box 2 of box 3. Elke box kent eigen kenmerken en aandachtspunten. De optimale mix hangt af van uw inkomen, vermogen, belastingdruk en toekomstplannen.

Box 1: inkomen, lijfrente en aftrekruimte

Kenmerken

  • Uw dga-salaris of winst uit onderneming wordt belast in box 1. Inkomens boven een belastbaar inkomen van € 78.426 vallen veelal onder het hoogste tarief van 49,5% (het effect van fiscale aftrekposten is buiten beschouwing gelaten). IB-ondernemers kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van de mkb-winstvrijstelling, wat de effectieve belastingdruk verlaagt. Wat resteert na belasting en uitgaven, verschuift doorgaans naar box 3.
  • Heeft u al een oudedagsverplichting  (odv), peb en/of lijfrente? Deze voorzieningen zorgen voor (toekomstig) belastbaar inkomen in box 1 en verdienen een plek in de totale inkomensplanning.
  • Pensioen bij een verzekeraar is onder dga’s minder populair, onder meer door relatief hoge kosten, een beperkt aanbod en het risico dat (een deel van) het pensioenvermogen bij overlijden vervalt aan de verzekeraar.

Tips en kanttekeningen

  • Bent u IB-ondernemer, overweeg dan om een bestaande for nu of later om te zetten in een lijfrente. Zo voorkomt u directe belastingheffing en verschuift de afrekening naar de toekomstige lijfrente-uitkeringen. Benut waar mogelijk ook de beschikbare jaarlijkse lijfrenteaftrek.
  • Zonder opbouw via peb, odv of for bestaat het toekomstige inkomen in box 1 vaak vooral uit AOW. Hierdoor blijven lagere belastingschijven onbenut. Met een lijfrente kan progressievoordeel ontstaan: aftrek tegen een hoog tarief nu, belastingheffing tegen een lager tarief later. Daarnaast valt het lijfrentevermogen buiten box 3. Lees hierover meer hoe u met lijfrente een oudedagsvoorziening kunt opbouwen.
  • In het bovengenoemde punt is geen rekening gehouden met effecten op de verschillende heffingskortingen. Lijfrente-uitkeringen tellen mee als inkomen in box 1. Hogere uitkeringen drukken de algemene heffingskorting en ouderenkorting, wat de netto‑uitkering kan verlagen. Het moment waarop u de uitkering laat ingaan – vooral rond de AOW‑leeftijd – bepaalt daarom in belangrijke mate uw fiscale voordeel. Stem dit af met uw eigen fiscalist.
  • Voor lijfrente-uitkeringen gelden vaste fiscale spelregels. Inleg is bedoeld voor de lange termijn en tussentijdse opname is niet mogelijk. Houd hier rekening mee in uw vermogens- en inkomensplanning. Lees hierover meer in onze blog.

Box 2: vermogen in de BV

Box 2 is met name van belang voor dga’s, omdat deze box betrekking heeft op het inkomen uit aanmerkelijk belang. Van een aanmerkelijk belang (AB) is sprake wanneer u – al dan niet samen met uw partner – 5% of meer bezit van de aandelen, winstbewijzen, opties of stemrechten in een BV, NV of vergelijkbare vennootschap. In dat geval worden opbrengsten zoals dividenduitkeringen en vermogenswinsten belast in box 2.

Kenmerken

  • Dga’s betalen in beginsel vennootschapsbelasting (Vpb) over hun behaalde winst in de BV (19% of 25,8% vanaf € 200.000 in 2026).
  • Na heffing van Vpb ontstaat er in de BV een winstreserve waarop een (box 2) AB-claim rust. Die wordt geheven over dividenduitkeringen en bij verkoop. Het tarief is 24,5% of 31% vanaf € 68.843 (en € 137.686 voor fiscaal partners) in 2026.
  • Voor veel dga’s zal het vermogen in box 2 de basis vormen voor toekomstig aanvullend inkomen. Jaarlijks kan flexibel worden bepaald of en zo ja hoeveel dividend er wordt uitgekeerd.
  • Vermogensopbouw in box 2 is in beginsel niet van toepassing voor IB-ondernemers.

Tips/kanttekeningen

  • Hoe kunt u het vermogen voor een oudedagsvoorziening het beste laten renderen? Gaat u beleggen met dit beclaimde vermogen in de BV of toch in privé? Lees hierover meer in onze blog
  • Veel dga’s keren jaarlijks dividend uit tegen het ‘lage’ AB-tarief van 24,5%. Is er werkelijk sprake van een ‘laag’ tarief? Hierover leest u meer in onze blog
  • Kun je beclaimd vermogen ook verschuiven van box 2 naar box 1? Ja, dit is (deels) mogelijk. Lees hierover meer in onze blog.

Box 3: vrij belegbaar vermogen

Na belastingheffing over het dga-salaris of de winst uit onderneming kan het resterende inkomen, net als uitgekeerd dividend vanuit de BV, doorstromen naar het privévermogen. Dit vermogen valt vervolgens in box 3, waar het kan worden gespaard of belegd. Box 3 kent een eigen systematiek van belastingheffing.

Kenmerken

  • Momenteel geldt nog het stelsel van forfaitair rendement, met de mogelijkheid om via de tegenbewijsregeling uw werkelijke rendement aan te tonen
  • Inmiddels heeft de Tweede Kamer ingestemd met de invoering van een nieuw box 3-stelsel vanaf 2028, gebaseerd op vermogensaanwasbelasting voor de meeste vermogensbestanddelen. Daarbij wordt belasting geheven over het werkelijke rendement, inclusief nog niet gerealiseerde waardeveranderingen. De definitieve uitwerking staat echter nog ter discussie, waardoor belangrijke onderdelen van het stelsel de komende periode kunnen veranderen.
  • Vermogen in box 3 biedt flexibiliteit, omdat u vrij kunt opnemen wanneer dat nodig is.

Tips/kanttekening

  • Met de mogelijkheid om te kiezen voor belastingheffing op basis van het werkelijke rendement—mits dit lager is dan het forfait—hebben belastingplichtigen in box 3 een duidelijke voordeelpositie: zij betalen nooit meer dan het forfait en soms minder.
  • Is beleggen in box 2 nu nog wel aantrekkelijk? Lees hierover meer in onze blog.

De juiste balans tussen box 1, box 2 en box 3

Het opbouwen van een oudedagsvoorziening vraagt om meer dan alleen fiscale optimalisatie. Flexibiliteit, risico, beschikbaarheid van vermogen, en de gevolgen voor uw nalatenschap spelen eveneens een rol. Vaak ontstaat de beste strategie door een combinatie van boxen te gebruiken.

Een vermogensplanning brengt uw huidige inkomen, toekomstige uitgaven, fiscale positie en vermogensstructuur in kaart. Daarmee ontstaat inzicht in de optimale balans tussen de boxen en in de vraag waar elke euro het meeste bijdraagt aan uw toekomstige financiële zekerheid. Neem contact op met uw private banker en laat een Vermogensplan opstellen om uw keuzes te ondersteunen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.

Over private banking

Vermogen biedt kansen en verplichtingen. Het is daarom prettig als er iemand met u meedenkt en samen met u de mogelijkheden verkent. Met persoonlijke aandacht bent u verzekerd van waardevol advies en dienstverlening op maat.
Over private banking