Direct naar content

Zo start u als particulier sterk in 2026: slimme keuzes voor vermogen en belasting

Gepubliceerd op:
5 min. leestijd

Belastingwetten zijn per 1 januari 2026 op een aantal punten veranderd. Lees onze belangrijkste tips en aandachtspunten zodat u het nieuwe jaar goed voorbereid in kunt gaan.

Overdrachtsbelasting

1. Verhoogde startersvrijstelling voor een woning

De vrijstelling voor overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt is verhoogd van € 525.000 naar € 555.000. Kopers tussen de 18 en 35 jaar betalen bij de aankoop van een woning tot dat bedrag geen overdrachtsbelasting. Is de koopsom van de woning hoger dan € 555.000? Dan vervalt de vrijstelling.

Schenk- en erfbelasting

2. Schenkingsvrijstellingen in 2026

De schenkbelasting kent een aantal vrijstellingen. Over een schenking tot het bedrag van de vrijstelling betaalt de ontvanger geen schenkbelasting. Dit zijn de voornaamste vrijstellingen in 2026:

Kinderen: € 6.908 per jaar. Is uw kind in de leeftijd van 18 t/m 39 jaar? Dan is de jaarlijkse vrijstelling eenmalig verhoogd naar € 33.129. Deze eenmalige vrijstelling wordt verhoogd naar € 69.009 als de schenking wordt besteed aan bepaalde dure studies.

Anderen: € 2.769 per jaar

Hier leest u meer over estateplanning.

Inkomstenbelasting

3. De hypotheekrenteaftrek is beperkt

Een groot aantal aftrekposten is niet tegen het hoogste tarief (49,5%) aftrekbaar. Voor de aftrek van de eigenwoningrente geldt bijvoorbeeld dat deze per 1 januari 2026 tegen maximaal 37,56%% aftrekbaar is. Is de hypotheeklast voor uw eigen huis, na verrekening van de hypotheekrenteaftrek, hoger dan het rendement na belasting op uw spaar- of beleggingstegoed? Dan is het misschien aantrekkelijker om (extra op) uw eigenwoningschuld af te lossen.

Heeft u geen of een kleine hypotheekschuld en is uw eigenwoningforfait hoger dan uw hypotheekrenteaftrek? Dan heb u recht op een extra aftrekpost ter grootte van een deel van het verschil. Vanaf 2019 is men begonnen de aftrekpost voor uw kleine woningschuld in 30 jaar volledig af te bouwen. De afbouw van deze aftrek wordt met ingang van 1 januari 2026 verhoogd van 3,33% naar 4,8%. Dit betekent dat de aftrek in 2041 volledig is beëindigd, in plaats van in 2048.

4. Houd rekening met een afbouw van de algemene heffingskorting

Het maximale bedrag van de algemene heffingskorting wordt in 2026 verhoogd van € 3.068 naar € 3.115. De hoogte van de algemene heffingskorting is vanaf 2025 niet alleen afhankelijk van het inkomen uit werk en woning (het inkomen in box 1) maar van het verzamelinkomen (het inkomen in box 1, box 2 en box 3 samen).

5. Aftrekposten samenvoegen

Voor bepaalde aftrekbare kosten geldt ieder jaar een drempel voordat u deze mag aftrekken. Bijvoorbeeld bij giften aan goede doelen of zorgkosten. Het kan daarom slim zijn om deze giften eerder of juist later te doen of de kosten eerder of later te maken, zodat u op een hoger bedrag uitkomt. Wist u trouwens dat als u elk jaar hetzelfde bedrag aan hetzelfde goed doel schenkt, u ook kunt kiezen voor een periodieke gift? Er geldt dan geen drempel en u mag de gift volledig in aftrek brengen.

6. Wees op tijd met uw aangifte inkomstenbelasting 2025 en voorkom heffing van belastingrente

Controleer uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting 2025. Blijkt dat u over 2025 moet bijbetalen? Vraag dan om een aanpassing van de voorlopige aanslag/teruggaaf of doe voor 1 mei 2026 aangifte inkomstenbelasting. Hiermee voorkomt u belastingrente van 5% (2026).

7. Zorg dat u uw werkelijke rendement kunt vaststellen

Vanaf 2028 wil het kabinet een nieuw stelsel voor box 3 introduceren en het werkelijk behaalde rendement gaan belasten. Tot die tijd wordt nog wel gewerkt met forfaitaire (voor iedereen gelijkgesteld) rendementen op zowel banktegoeden, overige bezittingen als schulden.

Hierdoor kan de situatie ontstaan dat het  werkelijk rendement lager is dan het forfaitaire rendement waarmee wordt gerekend. Dit is door de Hoge Raad oneerlijk gevonden. Daarom is er nu een wet waardoor belastingplichtigen mogen kiezen voor belastingheffing over hun werkelijk rendement als dat lager is dan het forfaitair rendement (6% in 2026). U moet wel zelf aantonen dat het werkelijke rendement in een kalenderjaar lager ligt dan het rendement waar de wetgever vanuit is gegaan.

In de wet staat hoe het werkelijke rendement moet worden berekend: kosten mogen niet afgetrokken worden, het hele box 3 vermogen moet in aanmerking worden genomen en (ongerealiseerde) waardeveranderingen zijn ook onderdeel van het rendement. Met kosten van verbeteringen van verhuurde woningen mag wel rekening worden gehouden. De Belastingdienst heeft een formulier ontworpen, waarmee u uw werkelijke rendement kunt aantonen en gecompenseerd kunt worden voor te veel betaalde belasting. Het is verstandig om uw administratie op orde te brengen en onderliggende stukken zoals facturen te bewaren.

8. Houd rekening met een verlaging van de vrijstelling groene beleggingen

Groene beleggingen zijn gedeeltelijk vrijgesteld in box 3. In 2026 is de vrijstelling maximaal € 26.715 (€ 53.430 bij fiscale partners). De heffingskorting groene beleggingen blijft 0,1% van het werkelijk in box 3 vrijgestelde bedrag aan groene beleggingen.

Per 1 januari 2027 zouden de vrijstelling en de heffingskorting voor groene beleggingen vervallen. Het kabinet wil deze einddatum veranderen in 1 januari 2028 omdat het de Belastingdienst niet lukt om veranderingen op tijd door te voeren. Voor 2027 stelt het kabinet voor om de vrijstelling voor groene beleggingen in box 3 te verlagen naar € 200 (€ 400 bij fiscale partners). De heffingskorting voor groene beleggingen blijft 0,1% van het belastingvrije bedrag.

9. Let op anti-misbruikmaatregel bij beleggingen

De forfaitaire rendementspercentages voor beleggingen zijn hoger dan die voor bank- en spaartegoeden. Heeft u in het laatste kwartaal van 2025 beleggingen verkocht en de opbrengst op een bank- of spaarrekening gezet? Houd er dan rekening mee dat u minimaal 3 maanden wacht voordat u dit geld weer gaat beleggen. Bij een herbelegging binnen 3 maanden zal de Belastingdienst de transacties namelijk negeren, tenzij u kunt bewijzen dat er een zakelijk motief aan ten grondslag ligt.

10. Stort een aftrekbaar bedrag op een lijfrenterekening

Met een lijfrente bouwt u extra inkomen op voor later. U kunt bedragen storten op een lijfrenterekening (waar u kunt sparen of beleggen). Als u te maken hebt met een pensioentekort, mag u deze stortingen van uw inkomen in box 1 aftrekken tegen maximaal 49,5%. Het percentage dat u maximaal fiscaal mag aftrekken voor lijfrente is 30% (met een maximum van € 35.589 in 2026) van de premiegrondslag (dat is kort gezegd uw inkomen verminderd met het deel waarover later AOW wordt ontvangen). Niet gebruikte aftrek van de afgelopen tien jaar kan worden ingehaald tot een maximum van € 42.753. De gestorte bedragen zijn daarnaast vrijgesteld in box 3. Er wordt pas belasting geheven als het opgebouwde kapitaal wordt omgezet in uitkeringen. Lees hier meer over zelf pensioen opbouwen en wat u met lijfrente kunt doen aan de opbouw van uw pensioen.

 

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.

Over private banking

Vermogen biedt kansen en verplichtingen. Het is daarom prettig als er iemand met u meedenkt en samen met u de mogelijkheden verkent. Met persoonlijke aandacht bent u verzekerd van waardevol advies en dienstverlening op maat.
Over private banking