Wanneer kan de marginale belastingdruk nóg hoger uitvallen?
Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt kan er nog iets anders spelen. Voor hen werkt de algemene heffingskorting anders. Hun korting is lager, maar het afbouwpercentage ook: 3,195%. Ouderen hebben daarnaast recht op de ouderenkorting als zij een verzamelinkomen tussen onder de € 59.783 hebben. Vanaf een verzamelinkomen van € 46.002 wordt deze korting met 15% afgebouwd. Binnen het gezamenlijke afbouwtraject van de algemene heffingskorting en de ouderenkorting kan de marginale belastingdruk in box 3 daarom zelfs oplopen tot ongeveer 54,2%.
Ook zijn andere situaties denkbaar. Voor mensen die in aanmerking komen voor inkomensafhankelijke toeslagen kan het effect van meer box 3-inkomen nog sterker zijn. Voor een gezin met kinderen kan extra box 3 inkomen bijvoorbeeld leiden tot afname van de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. Zo loopt ook voor deze doelgroep de marginale belastingdruk in box 3 behoorlijk op.
Wat betekent dit bij het aantonen van uw werkelijke rendement?
Onder voorwaarden kunt u belastingheffing vragen over uw werkelijke rendement als dat lager is dan het forfaitair berekende rendement. Een lager box 3-inkomen kan dan twee voordelen opleveren. In de eerste plaats betaalt u minder box 3-belasting. Daarnaast kunnen uw heffingskortingen en toeslagen hoger worden.
Stel dat uw box 3-inkomen door toepassing van het werkelijke rendement € 5.000 lager wordt. Als uw verzamelinkomen volledig binnen het afbouwtraject van de algemene heffingskorting blijft, kan het voordeel daardoor oplopen tot ongeveer 42,4% van € 5.000, oftewel circa € 2.120. Het voordeel bestaat dan uit € 1.800 minder box 3-belasting en ongeveer € 320 extra algemene heffingskorting.
Het verschil tussen het forfaitaire en werkelijke rendement kan dus meer effect hebben dan een berekening tegen uitsluitend het tarief van 36% doet vermoeden.
Let op de verdeling tussen fiscale partners
Fiscale partners kunnen de gezamenlijke grondslag in box 3 in hun aangifte onderling verdelen. Iedere verdeling is mogelijk, zolang het totaal maar 100% bedraagt. De gekozen verdeling kan niet alleen invloed hebben op de box 3-heffing, maar ook op de heffingskortingen van beide partners.
Het is verstandig bij de verdeling goed te kijken naar het effect op de heffingskortingen en andere inkomensafhankelijke regelingen. Beoordeel de verdeling daarom op basis van de gezamenlijke uitkomst van de aangifte en niet alleen op basis van de afzonderlijke box 3-bedragen.
Kijk verder dan het tarief van 36%
Het box 3-tarief van 36% vertelt niet altijd hoeveel belasting u werkelijk betaalt over extra box 3-inkomen. Door de afbouw van de algemene heffingskorting kan de marginale belastingdruk oplopen tot ongeveer 42,4%. Voor AOW-gerechtigden en mensen met toeslagen kan de marginale belastingdruk nóg hoger uitvallen.