Direct naar content

Is verandering van baan in 2026 wel verstandig?

Gepubliceerd op:
5 min. leestijd

Op 1 juli 2023 was de Wet toekomst pensioenen (Wtp) een feit. Inmiddels zijn pensioenfondsen bezig met de transitie van het oude naar het nieuwe stelsel. In deze blog richt ik mij specifiek op deelnemers bij een pensioenfonds. De overgang van het oude naar het nieuwe stelsel noemt men ook ‘invaren’. Lees hierover meer in onze blog ‘overgang naar nieuwe pensioenstelsel in volle gang’. Een belangrijk onderdeel van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is het afscheid van de doorsneesystematiek. Deelnemers die in 2026 een baanwisseling overwegen, doen er goed aan hierbij extra alert te zijn!

Wat is de doorsneesystematiek

In het oude pensioenstelsel bouwden alle deelnemers pensioen op in hetzelfde tempo, ongeacht hun leeftijd. Jongere werknemers betaalden daardoor relatief meer premie dan nodig was voor hun eigen pensioenopbouw, terwijl oudere werknemers juist relatief minder betaalden. Ondanks dit verschil leverde elke ingelegde euro voor iedereen dezelfde pensioenopbouw op. In het nieuwe pensioenstelsel verandert dit uitgangspunt. De premie-inleg is voor iedere deelnemer binnen een pensioenfonds gelijk, maar de uiteindelijke pensioenopbouw verschilt. Jongere deelnemers hebben een langere beleggingshorizon en kunnen daardoor meer rendement behalen dan oudere deelnemers. Deze nieuwe systematiek sluit beter aan bij individuele situaties en marktomstandigheden, maar brengt ook gevolgen met zich mee. Met name deelnemers midden in hun loopbaan, grofweg tussen de 40 en 55 jaar, kunnen hierdoor nadeel ondervinden. Zij hebben in het verleden relatief te veel premie betaald, terwijl de automatische herverdeling via de doorsneesystematiek verdwijnt. Zonder gerichte compensatie kan dit leiden tot een lagere pensioenverwachting dan eerder werd voorzien.

Wanneer recht op compensatie

Compensatie in het nieuwe pensioenstelsel is uitsluitend bedoeld voor werknemers die op het moment van invaren actief deelnemen aan de pensioenregeling. De wetgever gaat daarbij uit van het principe dat compensatie alleen ziet op de pensioenopbouw die iemand in de toekomst misloopt bij dezelfde werkgever en hetzelfde pensioenfonds. Hoe lang iemand in het verleden deelnemer is geweest aan het fonds, speelt daarbij geen rol. Wie op het moment van overgang niet langer in dienst is, mist volgens deze redenering geen toekomstige pensioenopbouw meer binnen die regeling en komt daarom niet in aanmerking voor compensatie. Dit geldt ook voor zogenoemde slapers: deelnemers die nog niet met pensioen zijn, maar geen actieve dienstbetrekking meer hebben. Zij bouwen geen pensioen meer op en hebben daarom geen recht op compensatie. In de praktijk kunnen situaties ontstaan waarin iemand bij het ene pensioenfonds als slaper staat geregistreerd, terwijl hij of zij bij een ander fonds wel actief deelneemt. In dat geval bestaat uitsluitend recht op compensatie bij het pensioenfonds waar sprake is van actieve deelname.

Waar moet je op letten?

Voor werknemers die overwegen van werkgever te wisselen, is het verstandig om tijdig navraag te doen bij zowel het huidige als het eventuele nieuwe pensioenfonds. Het moment waarop een pensioenfonds overgaat naar het nieuwe stelsel en de manier waarop compensatie wordt vormgegeven, verschilt namelijk per fonds. Een voorbeeld ter illustratie. Stel, u werkt als ambtenaar en neemt deel aan het Pensioenfonds ABP. In 2026 maakt u de overstap naar een functie in de zorg, waar u pensioen gaat opbouwen bij Pensioenfonds Zorg & Welzijn. Het Pensioenfonds ABP verwacht per 1 januari 2027 over te stappen naar het nieuwe pensioenstelsel. Op het moment van uitdiensttreding bent u niet langer actief deelnemer bij het ABP, waardoor u bij dat fonds geen recht heeft op compensatie. Bij Pensioenfonds Zorg & Welzijn wordt u weliswaar een actieve deelnemer, maar dit fonds is al per 1 januari 2026 overgegaan naar het nieuwe stelsel. Omdat de overgang daar al heeft plaatsgevonden, komt u ook daar niet in aanmerking voor compensatie. In deze situatie blijft compensatie bij beide fondsen dus achterwege. De financiële impact kan aanzienlijk zijn en oplopen tot duizenden euro’s, afhankelijk van leeftijd en hoogte van het salaris. Tegelijkertijd kan de volgorde ook precies andersom uitpakken, waardoor bij twee fondsen juist wel recht op compensatie ontstaat. Dit benadrukt het belang van inzicht in de timing van overstappen en de overgangsmomenten van pensioenfondsen.

Andere afwegingen

Naast de eerdergenoemde elementen zijn er nog enkele factoren die van invloed kunnen zijn op het recht op compensatie en de hoogte ervan. Deze verdienen aandacht bij persoonlijke afwegingen rond werk en pensioen.

Verandering in salaris
Bij het vaststellen van de compensatie op de datum van invaren spelen met name leeftijd en salaris een rol. Een wijziging in het salaris kan daardoor directe gevolgen hebben. Stel dat u in 2026 besluit minder te gaan werken, terwijl uw pensioenfonds per 1 januari 2027 overstapt naar het nieuwe stelsel. Het lagere salaris op dat overgangsmoment kan de hoogte van de compensatie beperken. Omgekeerd kan een salarisverhoging juist leiden tot een hogere compensatie. De timing van inkomenswijzigingen is daarom relevant.

Eerder stoppen met werken (en deeltijdarbeid)
Wie besluit eerder te stoppen met werken, is vanaf dat moment niet langer actief deelnemer bij het pensioenfonds, maar wordt aangemerkt als slaper. Ook wanneer de pensioeningangsdatum wordt vervroegd, vervalt de actieve deelname. Omdat compensatie uitsluitend geldt voor actieve deelnemers, kan het in sommige situaties een afweging zijn om door te werken tot na de datum van invaren. Daarbij geldt wel dat de hoogte van de compensatie op latere leeftijd doorgaans beperkter is, waardoor het effect in de praktijk kan meevallen.

Vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw
Onder bepaalde voorwaarden bieden pensioenfondsen de mogelijkheid om de pensioenopbouw na uitdiensttreding vrijwillig voort te zetten, op eigen kosten. De voorwaarden en mogelijkheden verschillen per fonds. In specifieke gevallen kan dit ertoe leiden dat iemand op het moment van invaren toch als actieve deelnemer wordt aangemerkt, met mogelijke gevolgen voor het recht op compensatie.

Conclusie

Maakt het voorgaande een baanwisseling in 2026 onverstandig? Die conclusie is te eenvoudig. Bij het wisselen van werkgever spelen doorgaans meerdere factoren een rol, zoals loopbaanontwikkeling, beloning en arbeidsvoorwaarden. Pensioen is daarbij al jarenlang een belangrijk onderdeel van het totale pakket. Door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel krijgt dit onderwerp extra betekenis. Juist in deze transitieperiode is het voor werknemers verstandig om zich vooraf te verdiepen in de mogelijke gevolgen voor hun pensioen, zodat ze een goed overwogen keuze rond verandering van baan kunnen maken.

Voor meer informatie over pensioen kunt u terecht op onze website: ABN AMRO MeesPierson – financial focus

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.

Over private banking

Vermogen biedt kansen en verplichtingen. Het is daarom prettig als er iemand met u meedenkt en samen met u de mogelijkheden verkent. Met persoonlijke aandacht bent u verzekerd van waardevol advies en dienstverlening op maat.
Over private banking