Direct naar content

De Tweede Kamer heeft eerder al ingestemd met het wetsvoorstel Uitfasering pensioen in eigen beheer. De Eerste Kamer heeft op 7 maart eveneens ingestemd met dit wetsvoorstel. Dit betekent dat de nieuwe wet vanaf 1 april 2017 van kracht wordt. Vanaf 1 april 2017 tot en met 31 december 2019 heeft de DGA enkele opties wat te doen met zijn reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer (PEB). Wat is de rol van uw (ex-)partner bij de besluitvorming?

Wat kan de DGA doen met zijn pensioen in eigen beheer (PEB)?

De DGA heeft vier opties wat te doen met zijn opgebouwde pensioen in eigen beheer:

(a) binnen de BV als premievrij pensioen voortzetten,

(b) overdragen naar een verzekeraar (waar verdere opbouw is toegestaan),

(c) in de periode 2017-2019 omzetten in een OudeDagsVerplichting (ODV) of

(d) in de periode 2017-2019 met fiscale korting afkopen.

In een ander blog gaan we in op de voor- en nadelen van deze mogelijkheden.

De rol van de (ex)-partner

De (ex-)partner moet schriftelijk instemmen met het besluit tot afkoop van het pensioen in eigen beheer (PEB) of tot omzetting van het PEB in een OudeDagsVerplichting (ODV). In het geval van omzetting in een ODV moet tevens worden aangegeven of er een regeling is getroffen in geval van scheiding. De DGA en de (ex-)partner moeten allebei het formulier ondertekenen dat de Belastingdienst op haar website ter beschikking stelt.

Het formulier moet binnen één maand nadat het besluit is genomen, ingevuld en door beiden ondertekend aan de Belastingdienst worden verstuurd. Als dat niet gebeurt, dan stelt de Belastingdienst dat het pensioen is prijsgegeven. Dan wordt de waarde in het economische verkeer van de gehele pensioenaanspraak in één keer als loon uit vroegere dienstbetrekking belast en is revisierente (meestal 20%) verschuldigd. De verschuldigde belasting bedraagt dan zo’n 1,8 keer de fiscale pensioenvoorziening op de balans. Geen prettig idee….

Schriftelijk instemmen

De (ex-)partner moet schriftelijk instemmen, omdat bij afkoop of omzetting in de ODV ook de (afgeleide) pensioenrechten van de (ex-)partner van de DGA worden verlaagd. Door deze instemming worden de rechten van de (ex-)partner beschermd, terwijl tegelijkertijd wordt zekergesteld dat de (ex-)partner zich bewust is van de gevolgen van afkoop of omzetting in een ODV.

Het is uiteraard aan de (ex-)partner om die toestemming ook daadwerkelijk te verlenen. Als er sprake is van goede afspraken of  een passende compensatie voor het verlies aan rechten door de (ex-)partner, dan zal een (ex-)partner geen belang hebben bij het niet geven van toestemming.

Gaat de (ex-)partner niet akkoord? Dan kan de DGA overwegen om naar de rechter te stappen om een akkoord af te dwingen.

Er zijn situaties denkbaar dat de (ex-)partner helemaal geen rechten heeft. Desondanks zal zij of hij toch schriftelijk moeten instemmen. De Belastingdienst verlangt dit, omdat uitzonderingen op de regel zouden leiden tot aanzienlijke toename van de uitvoeringslasten. Staatssecretaris Wiebes heeft in de Tweede Kamer aangegeven:  “De partner en de eventuele ex-partner(s) die nog steeds recht hebben op een deel van de aanspraak moeten het informatieformulier tekenen. Er moet per (ex-)partner een formulier worden ingevuld. Indien het eerder opgebouwde partnerpensioen na het verbreken van de relatie is geconverteerd – eventueel samen met het ouderdomspensioen waar de ex-partner recht op heeft – naar een eigen pensioenaanspraak van de ex-partner, hoeft die bij afkoop of omzetten niet meer mee te tekenen”.

Kortom, momenteel is nog niet helemaal helder of de (ex)-partner in alle gevallen moet meetekenen.

Wie is uw partner?

Het begrip partner staat omschreven in de pensioenbrief. Dit is in de meeste gevallen de:

  • echtgenoot,
  • geregistreerde partner of
  • ongehuwde persoon, niet zijnde een bloed- of aanverwant in de eerste graad, met wie werknemer duurzaam een gezamenlijke huishouding voert.

De laatste definitie zorgt voor de meeste verwarring. Wanneer is er sprake van een duurzame gezamenlijke huishouding? Er zal dan gekeken moeten worden naar de feiten: samen ingeschreven in de GBA, samen een huis gekocht, etc. Algemeen wordt aangenomen dat de fiscus in elk geval overtuigd is van de duurzaamheid, als de partners gedurende ten minste zes maanden op hetzelfde adres wonen of een samenlevingsovereenkomst hebben. Partners kunnen daar onderling verschillend over denken.

En als er sprake is van beëindiging van deze samenlevingsovereenkomst? Er wordt niet altijd een beëindigingsovereenkomst opgesteld.

Waar kan de (ex) partner aanspraak op maken?

Welke rechten de (ex)partner(s) heeft/hebben, kan worden vastgesteld door onder andere:

  1. alle pensioenbrieven uit het verleden op te vragen en te bestuderen
  2. notulen van de AvA waarin het pensioen is toegezegd
  3. de beëindigingsovereenkomst van de pensioentoezegging
  4. de huwelijkse voorwaarden
  5. te achterhalen hoe lang men partner is geweest. Voor gehuwden en geregistreerd partners is dit helder. Voor samenwoners is dat anders: wanneer is er een einde gekomen aan het partnerschap? Vaak is er geen beëindigingsovereenkomst samenwonen opgesteld.
  6. na echtscheiding: afhankelijk van wat in het echtscheidingsconvenant is overeengekomen. Als die er niet is, is de uitdaging groot. Dan geldt de wetgeving op het moment van echtscheiding.

In welke situaties moet er worden gecompenseerd?

In beginsel zal de DGA zijn partner moeten compenseren. Immers aan hem zijn de pensioenaanspraken/-rechten toegekend.

De vraag is of dat ook geldt voor de DGA die in gemeenschap van goederen is gehuwd. In dat geval kan worden gesteld dat beide echtelieden elk voor gelijke delen de gevolgen van afkoop of omzetting naar ODV dragen. Dat is de visie van de staatssecretaris.

Hoeveel moet er worden gecompenseerd?

Nergens in de wet staat er aangegeven dat er moet worden gecompenseerd. Staatssecretaris Wiebes merkt hier over op: “De verdeling van vermogensrechten tussen partners is van veel individuele omstandigheden afhankelijk. Hierbij valt te denken aan het vermogen dat er naast de pensioenaanspraken bij de partners voorhanden is, de leeftijd van de partners en een eventueel hoger leeftijdsverschil, de duur van het huwelijk of het partnerschap, of er gezamenlijke kinderen zijn en hoe de zorg voor de kinderen onderling is verdeeld waardoor mogelijk minder eigen inkomen gegeneerd kan worden. Daardoor is het niet mogelijk om voor de onderlinge verdeling algemeen geldende vuistregels of een rekenvoorbeeld te geven. …. De berekening van de compensatie zal een kwestie van maatwerk zijn, waarvoor een algemeen rekenvoorbeeld niet geschikt is.… De plicht om de partner te compenseren ligt overigens bij de DGA en niet bij de BV.”

Hoe kan er worden gecompenseerd?

De partner heeft een voorwaardelijk recht op een uitkering na overlijden van de DGA en in geval van echtscheiding. Het is daarom niet nodig om de compensatie direct – in het jaar van afkoop of omzetting naar een OudeDagsVerplichting – te verlenen. De partners zijn geheel vrij in hun keuze voor compensatie. De partner kan op verschillende manieren worden gecompenseerd. Dit kan door (een combinatie van) onderstaande maatregelen:

1. Opstellen of aanpassen van de huwelijkse voorwaarden

De huwelijkse voorwaarden kunnen zodanig worden aangepast dat de partner bij echtscheiding recht heeft op een deel van de ODV of van het netto afkoopbedrag. Een eventueel dekkingstekort in de BV zal evenredig door de partners moeten worden verdeeld. Deze variant wordt als de meest zekere variant omschreven en tevens als de meest praktische.

2. Aanpassen van het testament

Dit geeft de “verkrijgende” partner geen zekerheid, want de DGA kan immers op ieder moment het testament (eenzijdig) wijzigen. Daarom is deze vorm van compensatie niet aan te bevelen.

3. Afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering

Hiermee kan het verlies op nabestaandenpensioen tot een bepaalde leeftijd van de DGA worden gecompenseerd. Raadzaam is dat de partner verzekeringnemer, premiebetaler en begunstigde is. Hierdoor wordt schenkbelasting voorkomen (mits de huwelijkse voorwaarden dit dragen of de partner vermogen heeft dat buiten de gemeenschap valt). Daarnaast heeft de partner volledige beschikkingsmacht over de verzekering. De gezondheidssituatie van de DGA moet wel “voldoende” zijn, want anders zal de verzekeraar de DGA niet als verzekerde accepteren. Een variant op deze optie is dat het nabestaandenpensioen extern wordt verzekerd.

4. Compensatie ineens

Het is ook mogelijk dat de partner een compensatie ineens krijgt of een vordering op de DGA (al dan niet met zekerheidsstelling). Wil men schenking voorkomen? Dan mag de compensatie niet bovenmatig zijn. Ook mag de compensatie niet ontoereikend zijn.

5. Sluiten van een vaststellingovereenkomst

Hierin kan worden bepaald wat de omvang is van het verlies van de partner. Ook dan geldt dat de compensatie “juist” moet zijn om te voorkomen dat er sprake is van schenking. Zo kan worden afgesproken dat de partner bij echtscheiding een deel van de ODV krijgt.

De ex-partner kan worden gecompenseerd door:

  1. de pensioenrechten te converteren. De geconverteerde pensioenrechten kunnen worden overgedragen naar de nieuwe BV van de ex-partner. De ex-partner heeft de keuze wat nu met deze geconverteerde aanspraken te doen: afkoop/ODV/laten zoals het is.
  2. de in het echtscheidingsconvenant gemaakte afspraken te wijzigen met een vaststellingovereenkomst. Bijvoorbeeld: de DGA krijgt de pensioenaanspraken en compenseert de ex-partner door aan haar of hem een lijfrenteverzekering of een ander vermogensbestanddeel te geven. Bij lopende echtscheidingen waarbij de partners nog fiscaal partners zijn, kan een compensatie in een bedrag ineens worden afgesproken en fiscaal worden verrekend.

Is er bij afzien van compensatie sprake van schenking?

Staatssecretaris Wiebes heeft zich uitgelaten over de mogelijkheid van  een schenking  bij afzien, hij vindt dat van een belastbare schenking géén sprake is als:

  • de partners in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd (dit kan anders liggen bij afspraken in het zicht van echtscheiding)
  • de partners zijn gehuwd onder uitsluiting van iedere gemeenschap, maar met een finaal verrekenbeding bij overlijden en echtscheiding.

Waarom is het van belang uw partner bij het proces te betrekken?

Er zijn onder andere nog twee redenen van belang om uw partner bij het besluitvormingsproces te betrekken en deze zeer goed te (laten) informeren en adviseren. De eerste reden is dat uw partner beseft wat de gevolgen zijn voor haar of hem als u komt te overlijden, arbeidsongeschikt raakt of heel lang leeft. De andere reden is dat uw partner in geval van echtscheiding kan aangeven dat zij of hij het niet heeft begrepen (juristen noemen dat: met succes een beroep doen op dwaling). Mocht de rechter ook vinden dat uw partner heeft gedwaald, dan zou dat kunnen betekenen dat de overeenkomst teruggedraaid moet worden met alle mogelijke nadelige gevolgen van dien.

Informatie

Wilt u nader geïnformeerd worden over dit onderwerp? Neem dan contact op met uw private banker van ABN AMRO MeesPierson. Zij of hij kan u in contact brengen met één van onze vermogensstructureerders. Raadpleeg altijd een ter zake extern kundig adviseur voordat u definitieve keuzes maakt.

 

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.