Direct naar content

In Nederland zijn er ongeveer 300.000 DGA’s. Een substantieel deel daarvan heeft geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. Heeft u zich als DGA wel eens afgevraagd wat de impact is als u langdurig arbeidsongeschikt raakt? Naast impact op de waarde en de continuïteit van uw onderneming, valt ook uw inkomen (grotendeels) weg. Terwijl uw dagelijkse kosten gewoon doorlopen. Misschien wel hoger zijn geworden door uw arbeidsongeschiktheid. In deze blog sta ik stil bij de vraag hoe u als DGA deze inkomensterugval kunt opvangen.

Nog geen wettelijke vangnet voor de DGA die arbeidsongeschikt raakt

Waar een werknemer recht heeft op loondoorbetaling en verplicht verzekerd is voor arbeidsongeschiktheid, moet u het als DGA zelf oplossen. U kunt niet terugvallen op een verplichte verzekering. Ook moet u uw eigen loondoorbetaling regelen. Uw enige wettelijk vangnet is de bijstand (afgeleid van het minimumloon). U moet dus zelf voor uw inkomen zorgen, totdat u recht hebt op AOW en/of pensioen.

Verplichte AO-verzekering ondernemers

Maar dat gaat zeer waarschijnlijk veranderen. Veel ondernemers blijken namelijk niets geregeld te hebben voor het geval ze arbeidsongeschikt raken. Naast het feit dat dit een financieel risico voor de ondernemer en de samenleving is, wordt ook gesteld dat er hierdoor sprake is van oneerlijke concurrentie ten opzichte van werknemers. U bent als zelfstandig ondernemers daardoor namelijk goedkoper dan een werknemer. Om aan deze bezwaren tegemoet te komen, hebben het kabinet, werknemers- en werkgeversorganisaties daarom in het Pensioenakkoord van 2019 afgesproken dat er voor zelfstandige ondernemers een wettelijke verzekeringsplicht tegen arbeidsongeschiktheid komt. De verwachting is dat zelfstandig ondernemers per 2023 verplicht verzekerd moeten zijn en dat de verzekeraar daarbij geen voorbehoud op medische gronden of leeftijd mag maken. Maar de uiteindelijke regeling en de daadwerkelijke ingangsdatum zijn dus nog onzeker. U doet er dus verstandig aan op een andere manier een financieel vangnet te creëren.

Zelf maatregelen treffen voor arbeidsongeschiktheid

Om te weten welke maatregelen u moet treffen, is het verstandig om eerst uw uitgaven en overige vermogen in kaart te brengen. Daarna kunt u op zoek gaan naar een oplossing. Waar kunt u uit kiezen?

  1. Zelf geld reserveren: Door jaarlijks een gedeelte van uw inkomsten apart te zetten, vormt u een financiële buffer. Hiervoor heeft u niet alleen de financiële ruimte, maar ook de tijd nodig.
  2. Deelnemen aan een ‘schenkkring’: Dit is een particulier initiatief van een groep zelfstandig ondernemers om elkaar financieel te steunen in geval van arbeidsongeschiktheid. In de meeste gevallen gaat om een periode van 2 jaar (vrijwel) direct ingaand bij de arbeidsongeschiktheid.
  3. Afsluiten van een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV): u bepaalt de hoogte van het verzekerde bedrag, de eigen risicotermijn, de eindleeftijd, de indexering van de uitkering en hoe de verzekeraar de arbeidsongeschiktheid beoordeelt. Uw premie is afhankelijk van deze keuzes. Vaak zijn preventie en re-integratie ook onderdeel van de verzekering. Omdat een AOV-verzekering een ‘wachttijd’ (de tijd tussen het begin van de arbeidsongeschiktheid en de eerste uitkering) kent, wordt deze ook wel gecombineerd met een ‘schenk-kring’.
  4. Afsluiten van een 'individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering tegen collectieve voorwaarden' via uw branche-/beroepsorganisatie of uw belangenvereniging. Door het collectieve karakter krijgt u veelal een korting op de premie.
  5. Als starter kunt u een vrijwillige Ziektewet- of WIA-verzekering bij het UWV af te sluiten. U moet dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen.

In de BV of privé regelen?

Als DGA hebt u de mogelijkheid om een arbeidsongeschiktheidsverzekering in privé of in de BV af te sluiten. Kiest u er voor om de verzekering in privé af te sluiten, dan moet u de premie uit uw privé-middelen voldoen. Mogelijk kunt u uw salaris hiervoor nog verhogen. Wel kunt u deze AOV-premies in aftrek brengen in box 1 als ‘uitgave voor andere inkomensvoorzieningen’. De uitkeringen uit de verzekering zijn voor u ‘inkomsten uit vroegere dienstbetrekking’ en als zodanig belast in box 1.

Kiest u er voor om de verzekering door uw BV te laten afsluiten, dan zal de BV de premies moeten voldoen. Deze betalingen kan de BV in aftrek brengen voor de vennootschapsbelasting. De verdere gevolgen van de verzekering hangen af van de manier waarop de verzekering is afgesloten:

  1. Als de BV verzekeringnemer én begunstigde is, keert de verzekeraar aan uw BV uit die vervolgens weer aan u uitkeert. Tegenover deze uitkering staat de verplichting tot uitkeren aan u. De BV is dus geen vennootschapsbelasting verschuldigd. U zult de uitkering in box 1 moeten aangeven. Naast het feit dat het over veel schijven verloopt, is ook een nadeel dat de uitkering aan u gevaar loopt als die in het faillissement van uw BV valt.
  2. AIs de BV  verzekeringnemer is en u bent begunstigde, dan speelt het faillissementsrisico niet. De verzekeraar keert nu rechtstreeks aan u uit. De door u ontvangen uitkeringen geeft u op in box 1.

Tot slot

Als DGA kunt u op verschillende manieren inspelen op het risico van arbeidsongeschiktheid. Welke voor u het beste is hangt af van uw risico-acceptatie, uw vaste lasten en de omvang van uw vermogen. En binnenkort dus ook van de ‘verplichte AOV-verzekering voor ondernemers’.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.