Direct naar content
4 min. leestijd

Het ambtenarenpensioenfonds ABP en het pensioenfonds voor onder andere de verpleegkundigen Zorg en Welzijn maakten onlangs bekend dat ze de komende tien jaar hun pensioenen niet kunnen indexeren. Dat houdt in dat de pensioenen niet zullen meegroeien met de inflatie, waardoor het pensioen voor pensioengerechtigden minder waard wordt en dat werkenden minder pensioen opbouwen omdat hun reeds opgebouwde rechten niet meestijgen met de inflatie. Wat is de oorzaak en wat zijn de gevolgen

Niet kunnen indexeren pensioenen: door de nieuwe wetgeving

De oorzaak dat pensioenfondsen de komende jaren niet kunnen indexeren is gelegen in - zo zeggen zij - nieuwe wetgeving. Deze wetgeving eist dat pensioenfondsen meer vet op de botten moeten hebben alvorens te mogen indexeren.

Indexeren mag bij genoeg vet op de botten

Een pensioenfonds mag indexeren wanneer het voldoende vet op de botten (buffers) heeft. De mate van “vet” wordt uitgedrukt in de dekkingsgraad. Des te hoger de dekkingsgraad, des te meer vet op de botten. Een dekkingsgraad van 100% betekent dat de verplichtingen even groot zijn als aanwezige middelen. De minimale dekkingsgraad voor een pensioenfonds is ongeveer 105%. Kortom: een pensioenfonds moet altijd een beetje vet op de botten hebben. Zakt de dekkingsgraad onder dit percentage, dan moet een pensioenfonds maatregelen nemen. De laatste maatregel die een pensioenfonds zal nemen is het korten van de pensioenen.

Mogen indexeren is ook afhankelijk van het risico

Een pensioenfonds mag dus gaan indexeren op het moment dat de dekkingsgraad boven een bepaald niveau is. Deze hoogte van dit niveau is afhankelijk van het risico dat een pensioenfonds met haar beleggingen loopt. Des te meer risico, des te hoger het dekkingsgraadpercentage moet zijn vanaf wanneer gedeeltelijk mag worden geïndexeerd.

Voorbeeld

Schematisch voorbeeld van een pensioenfonds en wanneer geïndexeerd mag worden:

pensioenfonds-moment-van-indexeren

Nieuwe wetgeving eist hogere dekkingsgraad

Nieuwe wetgeving waarmee de Tweede Kamer heeft ingestemd, bepaalt dat het pensioenfonds een nog hogere dekkingsgraad moet hebben alvorens te mogen indexeren.

De dekkingsgraden zijn laag door lage rentestand en een langer leven

De twee belangrijkste redenen dat de dekkingsgraden zo laag zijn:

  1. De lage rentestand
  2. We leven gemiddeld langer, en daarmee is bij de premiestelling onvoldoende rekening gehouden.

Een voorbeeld ter verduidelijking:

40 jaar geleden gingen we ervan uit dat iemand na zijn 65e nog gemiddeld 15,5 jaar leefde. Hierop was destijds de pensioenpremie gebaseerd. Nu – op het moment dat onze voorbeeldwerknemer met pensioen gaat - is dat 19,5 jaar. Voor deze werknemer is in het verleden dus te weinig pensioenpremie betaald.

Daarnaast gaat een pensioenfonds bij haar premievaststelling uit van een bepaald rendement en een bepaalde rentevoet op pensioendatum. Dat is in de meeste gevallen (alle gevallen?) meer dan 2%. Dit percentage is echter wel ongeveer op dit moment het percentage waartegen een pensioenfonds haar verplichtingen contact moet maken (ook al maakt zij een rendement van 5%).

Wetgeving aangescherpt om korting te voorkomen

De wetgeving wordt aangescherpt, omdat de regering zo veel mogelijk wil voorkomen dat pensioen in de toekomst gekort worden. Des te hoger de buffers, des te kleiner de kans dat bij slecht weer de dekkingsgraad onder de 105% zakt en eventueel gekort moet worden.

Een andere reden in mijn ogen is het geluid van jongeren. Jongeren vrezen dat als zij met pensioen gaan de pensioenpot leeg is, omdat er onder andere in het verleden te veel is uitgekeerd. Door te eisen dat pensioenfondsen hogere buffers moeten hebben, wordt de kans dat er voor jongeren geld overblijft groter.

Gevolg van het niet kunnen indexeren: koopkracht daalt

Het gevolg is dat de koopkracht van het pensioen minder wordt. De afgelopen jaren zijn veel pensioenen al nauwelijks geïndexeerd. Het ambtenarenfonds heeft daardoor een pensioenachterstand opgelopen van ruim 9 procent en het pensioenfonds Zorg en Welzijn van meer dan 12 procent.

De pensioenfondsen verwachten dat die achterstanden de komende jaren nog veel verder zullen oplopen. Hoeveel de pensioenen de komende jaren precies minder waard worden is nog onbekend en hangt af van de inflatie en de ontwikkeling van de economie.

Een voorbeeld:

We gaan uit van een pensioengerechtigde met een ouderdomspensioen van € 2.000, - per maand. Stel dat de er de komende 10 jaar niet wordt geïndexeerd en de inflatie 1,7% bedraagt. Dan betekent dat de koopkracht daalt van € 2.000, - naar € 1.690, -. Dat is een koopkrachtdaling van ruim 15%.

Is iedereen het eens met de nieuwe wetgeving?

Nee, niet iedereen is het eens met de nieuwe wetgeving. Met name pensioengerechtigden niet. Immers zij hebben het meeste last van het niet kunnen indexeren. Ook sommige pensioenfondsbestuurders hebben hun twijfels: het huidige stelsel heeft jaren lang goed gefunctioneerd; er is nu een crisis en zijn de maatregelen nu niet erg overtrokken?

Maar zien die bestuurders de financiële gevolgen van het feit dat we steeds langer en langer leven en de exponentiële groei hierin niet over het hoofd?

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.