Direct naar content

Het is weer tijd voor de belastingaangifte. Dit jaar gaat het om de aangifte inkomstenbelasting over het belastingjaar 2020. Deze belastingaangifte kunt u in maart en april 2021 indienen bij de Belastingdienst.

Wandelen door de belastingaangifte en stilstaan bij verdieping

In dit blog lopen we samen met u in grote stappen door deze belastingaangifte heen. En we staan regelmatig stil voor verdieping op enkele onderwerpen in onze verdiepingsblogs. U vindt ze hieronder in deze blog door op de linkjes te klikken.

We zorgen daarmee hopelijk voor een stukje gemak. En u voorkomt daardoor mogelijk dat u bepaalde zaken over het hoofd ziet. Vaak zorgen met name veranderingen in de persoonlijke en/of zakelijke situatie ervoor dat belastingbetalers de belastingaangifte als lastig ervaren. Denk bijvoorbeeld aan een wijziging van de hypotheek, al dan niet vanwege verhuizing, maar ook aan bijvoorbeeld echtscheiding, ziekte of overlijden. Die gebeurtenissen hebben vaak ook gevolgen voor de belastingaangifte. Aan het einde van dit blog, bij box 3, leggen we uit waarom heel Holland bakjes gaat vullen in de belastingaangifte.

Vanzelfsprekend kunnen wij niet alles behandelen, het blijft een eerste hulp bij de belastingaangifte. En het doen van belastingaangifte blijft maatwerk. Op de pagina ‘Belastingaangifte’ van de Belastingdienst leest u ook meer informatie.

Wie moet belastingaangifte doen?

Heeft u een uitnodiging ontvangen om de belastingaangifte te doen? Dan moet u deze aangifte ook indienen. In bepaalde situaties moet u zelf vragen om belastingaangifte te doen. Op de pagina ‘Moet ik aangifte inkomstenbelasting doen?’ van de Belastingdienst leest u hier meer over. Minderjarige kinderen hoeven meestal zelf geen aangifte inkomstenbelasting in te dienen als ze inkomsten genieten. Die worden meestal toegerekend aan de ouder(s) die het gezag uitoefent of uitoefenen over het kind.

Vooraf ingevulde aangifte

De Belastingdienst heeft diverse bedragen alvast voor u ingevuld in uw belastingaangifte. Het is belangrijk dat u deze gegevens goed nakijkt en verandert waar nodig.

Uitstel voor het indienen van de belastingaangifte

Eventueel kunt u tijdig, vaak vóór 1 mei 2021, uitstel vragen voor het indienen van deze belastingaangifte. Maar denk eraan dat u dan vaak (minimaal) 4% belastingrente moet betalen over de nog te betalen belasting als de Belastingdienst pas na 30 juni 2021 (deze datum geldt voor particulieren) een aanslag inkomstenbelasting kan opleggen over het belastingjaar 2020. Daarom zullen veel belastingbetalers de belastingaangifte over het belastingjaar 2020 zo spoedig mogelijk indienen bij de Belastingdienst. Dat laatste geldt ook voor de belastingbetalers die een teruggave verwachten. De Belastingdienst vergoedt namelijk tegenwoordig alleen in uitzonderingsgevallen belastingrente. Het eerder vragen om een voorlopige aanslag aan de Belastingdienst kan raadzaam zijn.

Box 1

Algemeen

In box 1 wordt het belastbaar inkomen uit werk en woning belast. Voor belastingbetalers onder de AOW-leeftijd geldt de sociale vlaktaks met twee tarieven. In 2020 was het laagste tarief 37,35%. Voor zover het belastbaar inkomen hoger is dan € 68.507, was het tarief 49,5% (in 2021 zijn deze tarieven respectievelijk 37,1% en 49,5%). Belastingbetalers met AOW betalen over de eerste ongeveer € 35.000 aan belastbaar inkomen geen AOW-premie (17,9%); het laagste tarief is daardoor 19,45%.

Denk bij ‘werk’ bijvoorbeeld aan salaris, pensioen en winst uit onderneming. Maar ook aan ontvangen partneralimentatie en de restcategorie ‘inkomsten uit overig werk’. Bij ‘woning’ gaat het om het eigen huis, het hoofdverblijf.

Verdiepingsblogs bij box 1

Wij hebben bij box 1 de volgende verdiepingsblogs voor u geselecteerd:

Let op! Bovengenoemde giftenaftrek en de zorgkostenaftrek zijn voorbeelden van de persoonsgebonden aftrekposten. Deze aftrekposten kunnen niet alleen belangrijk zijn voor box 1, maar ook voor box 3 en daarna box 2 (wel in deze volgorde). Met deze aftrekposten kunt u namelijk eerst uw belastbaar inkomen in box 1 verminderen, en voor zover daarvan nog wat overblijft, daarna uw belastbaar inkomen in box 3 en daarna uw belastbaar inkomen in box 2. Het restant kunt u eventueel in uw belastingaangifte van het volgende jaar verrekenen.

Box 2

Algemeen

In box 2 wordt het belastbaar inkomen uit ‘aanmerkelijk belang’ belast. Bij ‘aanmerkelijk belang’ gaat het kortweg om een aandelenbezit vanaf 5%. Maar het begrip is ruimer dan alleen aandelen en in bepaalde situaties is daarvan al sprake bij een kleiner belang. In de praktijk zijn de belastingbetalers met name directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) en hun familie. Het tarief in box 2 was in 2020 26,25% (in 2021: 26,9%).

Verdiepingsblogs bij box 2

Wij hebben bij box 2 het volgende verdiepingsblog voor u geselecteerd:

Box 3

Algemeen

In box 3 wordt het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen belast. Het heffingvrije vermogen, de algemene vrijstelling in box 3, is in 2020 € 30.846 (fiscaal partners samen hebben het dubbele bedrag van € 61.692). Over het vermogen in box 3 tot genoemd bedrag betaalt u geen inkomstenbelasting.

In box 3 betaalt u voor uw vermogen in deze box boven het heffingvrije vermogen inkomstenbelasting over een forfaitair (lees: vast) rendement waarvan de hoogte afhankelijk is van de omvang van het vermogen binnen drie vermogensschijven. De belastingdruk in deze box varieert in 2020 van 0,54 tot 1,58% van het belaste vermogen in box 3.

Niet alle bezittingen zijn belast en niet alle schulden kunt u opgeven in box 3. Op de pagina’s ‘Welke bezittingen zijn vrijgesteld?’ en ‘Wat zijn uw schulden?’ van de Belastingdienst leest u er meer over. Let u erop dat belastingschulden in principe geen schulden voor box 3 zijn. Een uitzondering daarop geldt voor erfbelastingschulden en onder bepaalde voorwaarden belastingschulden van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Op de pagina ‘Belastingschulden’ van de Belastingdienst leest u daar meer over. Moest u op 1 januari 2020 nog erfbelasting betalen? Dan kunt u het bedrag van deze schuld meestal in box 3 opnemen, ongeacht of u toen al daarvoor een aanslag erfbelasting van de Belastingdienst had ontvangen.

Verdiepingsblogs bij box 3

Wij hebben bij box 3 de volgende verdiepingsblogs voor u geselecteerd:

Let op verdeling vermogen tussen partners bij box 3

Zoals we hierboven al hebben opgemerkt, is de hoogte van de inkomstenbelasting over uw vermogen in box 3 afhankelijk van de hoogte van uw vermogen in deze box. De drie vermogensschijven kennen oplopende rendementspercentages in box 3. Had u gedurende het gehele belastingjaar 2020 dezelfde partner voor de inkomstenbelasting? Dan kunt u uw gezamenlijke vermogen in box 3 onderling toerekenen in elke gewenste verhouding. Ook als u een gedeelte van 2020 een partner had, kunt u er vaak voor kiezen om het hele jaar als partners te worden aangemerkt. Dat geeft recht op deze onderlinge toerekening.

Heel Holland gaat bakjes vullen

Partners met een gezamenlijk belastbaar vermogen van meer dan € 72.797, na verrekening van ieders heffingvrije vermogen van € 30.846 in 2020 per belastingbetaler, zullen in voorkomende gevallen zo veel mogelijk eerst de ‘bakjes’ – de vermogensschijven – met de laagste rendementspercentages bij beide partners vullen. Een 50%-50%-verdeling is mogelijk. Maar het kan ook voordelig zijn om ervoor te zorgen dat beide partners voldoende belastbaar inkomen hebben om volledig gebruik te kunnen maken van de algemene heffingskorting. Het gevolg van een andere vermogenstoerekening kan zijn dat de partners samen minder inkomstenbelasting betalen dan zonder vermogenstoerekening. Had u in 2020 geen partner? Dan vult u uw eigen ‘bakjes’ in box 3.

En dan nog dit…

Nederlandse en buitenlandse dividendbelasting

Houd ook rekening met de verrekening van Nederlandse dividendbelasting als u in 2020 dividend heeft ontvangen van Nederlandse bedrijven. Het gaat om 15% van het brutobedrag. Deze geeft u op onder ‘te verrekenen bedragen’ onder ‘ingehouden dividendbelasting’. Deze dividendbelasting kunt u volledig verrekenen met de inkomstenbelasting die u moet betalen.

Gaat het om ontvangen dividend van een buitenlands bedrijf? Dan kunt u een verzoek doen om belasting te verminderen. Let dan op de categorie ‘vrijstellingen en verminderingen’ en dan ‘aftrek om dubbele belasting te voorkomen’. Daar vult u het gedeelte van de ingehouden buitenlandse dividendbelasting in waar het andere land volgens het belastingverdrag recht op heeft (in veel gevallen: 15%). Dat deel komt in mindering op de te betalen inkomstenbelasting in box 3. Weet dat deze vermindering is gemaximeerd tot de inkomstenbelasting die u over de onderliggende effecten in box 3 moet betalen. Is meer ingehouden dan het afgesproken percentage in het belastingverdrag? Dan moet u dat meerdere zelf terugvragen bij de belastingautoriteiten in het buitenland.

Heffingskortingen

Denk er ook aan om heffingskortingen toe te passen voor zover u daarvoor in aanmerking komt. Op de pagina ‘Alle heffingskortingen op een rij’ van de Belastingdienst leest u er meer over.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.